Jong doordenkertje

Acht fictieve schriftjes vormen samen Vader, moeder, ik en zij. Het zijn de dagboekachtige aantekeningen van een jongetje dat over de alledaagse werkelijkheid schrijft en al op jonge leeftijd een doordenkertje blijkt te zijn....

Schubiger probeert geenszins de mythe van een gelukkig en onfeilbaar gezin in stand te houden. Er wordt veel van elkaar gehouden, maar de vader en de moeder zijn niet de personificaties van de begrippen 'vader' en 'moeder', het zijn ook mensen met eigen gevoelens, verlangens, levens.

Het jongetje schrijft over de onbestemde onvrede die zijn moeder kwelt: 'Het gaat trouwens niet over haar, maar over mijn moeder en over het pak dat op haar hart lag. Verleden week liep ze een hele tijd door het huis. Dat doet ze altijd als ze van plan is weg te gaan. Dan neemt ze een aanloop. Ik ga, ik ga, ik ga, zei ze. Ik vroeg: Waar naartoe? Ze zei: Weg, weg, weg.'

In het achtste schriftje lezen we bijna terloops dat het huwelijk mogelijk geen stand houdt: 'We zaten, we stonden, we liepen maar wat rond in huis, als dieren die samen een hok moeten delen. Wat is er?, heb ik gevraagd. Mama keek alsof ze in haar hele leven geen enkele vraag meer wilde beantwoorden. Ze heeft een vriend, zei papa.'

De mini-illustraties in zwart-wit van de Duitse Rotraut Susanne Berner (haar prentenboek Het avontuur kreeg in 1997 een Zilveren Penseel) doen denken aan plaatjes in een poesie-album. Zoetig zijn ze echter allerminst; wel humoristisch, krachtig en beeldend. Ze sluiten naadloos aan op de stijl van de tekst.

Volgens uitgever Querido is het 'een verhaal voor jonge en oude mensen, dat ze ook samen kunnen lezen'. Hoewel Schubiger het als jeugdboek heeft geschreven, kunnen volwassen lezers op een ander niveau van dit prachtige boek genieten. De schriftjes bevatten vragen die ieder kind zich weleens stelt, maar die meestal snel vervluchtigen.

Dit jongetje bedenkt de vragen niet alleen, hij formuleert ook antwoorden in heldere, authentieke taal die vaak prachtige metaforen oplevert. 'Mama's gedachten zijn als vogels. Papa's gedachten zijn als bomen. En af en toe is het andersom, maar dat gebeurt bijna nooit.' Of: 'Misschien is hunkeren een soort heimwee. Een soort aantrekkingskracht. Alleen weet je bij heimwee wel waar je naartoe getrokken wordt. Misschien zijn veel gevoelens wel een soort heimwee.'

Volwassen lezers kunnen zich laten terugglijden in de gedachtewereld van het kind dat zij zelf ooit waren, om zich met ontzag te herinneren hoe die ook alweer werkte, de kindergeest.

Ook in Ben Kuipers' Steffie mist Bram is het gezin niet zozeer het thema als wel het belangrijkste kader van het kleuterbestaan van hoofdpersoontje Steffie. De vader en moeder krijgen niet als persoonlijkheden gestalte; ze figureren in de verhalen omdat ze nou eenmaal Steffie's ouders zijn. Voor haar draait alles om de verhuizing van haar beste vriendje en buurjongetje Bram. 'Verhuizen is heel erg verdwalen', vindt ze. Maar als ze bij Bram gaat logeren, is het niet eens zo erg leuk; Bram gedraagt zich als een brombeer. 'Bram-van-daarginds is anders dan de Bram die in haar hoofd zit. Steffie snapt niks van haar hoofd; ze schudt er maar eens flink mee.'

Kuipers bewees al eerder dat hij het taalgebruik van kleuters exact weet te treffen. Daardoor is Steffie mist Bram bijna een fotoalbum in taal: het is een verzameling dierbare momenten, die dankzij de pen van Kuipers toegankelijk is gemaakt voor een grotere kring dan alleen de intimi.

Het mooie is dat het íeders familiealbum zou kunnen zijn: herkenbaar, alledaags en toch bijzonder. En Steffie is leuk, ze zou ieders buurmeisje kunnen zijn. Nu maar hopen dat zij niet hoeft te verhuizen.

Meer over