John Peel als poprecensent

Gijsbert Kamer

Aangenaam verrast was ik toen ik gistermiddag in de boekhandel The Olivetti Chronicles van John Peel aantrof. Op het verschijnen van een door zijn familie gemaakte selectie uit stukjes die hij dertig jaar lang had gepubliceerd in tijdschriften en zondagskranten, verheugde ik me al sinds ik in de Observer Music Monthly en Word Magazine voorpublicaties had gelezen.

De hele zonnige zaterdagmiddag en vroege avond heb ik in het verrukkelijke boek gelezen, dat me veel beter beviel dan zijn postuum verschenen memoires een paar jaar geleden, Margrave Of The Marshes. Er staan buitengewoon geestige recensies in van de Osmonds, Madonna, Michael Jackson en Prince concerten, Billy Joel krijgt er van langs, en Peel breekt in 1973 een lans voor The Faces.

Natuurlijk, ook Peels favorieten komen voorbij van Sonic Youth en de Butthole Surfers tot Extreme Noise Terror en Napalm Death. Getroffen werd ik vooral door een stukje uit de Observer van januari 1986 over Half Man Half Biscuit. Hun Back In The DHSS debuutalbum had ik speciaal op zijn aanbeveling indertijd gekocht en ik schiet alleen al weer in de lach wanneer ik hun songtitels zie, 99% Of Gargoyles Look Like Bob Todd, Len Ganley Stance (over een snooker scheidsrechter) en naar ik me herinner Albert Hammond Bootleg. 'Half Man Half Biscuit's cultural references are spot on', zo schrijft Peel, 'characters drawn from your least favourite television programmes.' Het boek staat vol met dergelijke rake typeringen en opnieuw nam ik me voor ook al het latere werk van Half Man Half Biscuit eens te bestuderen, daar is het vreemd genoeg nooit meer van gekomen. Waarschijnlijk ook omdat Peel zelf na die paar mooie jaren 1984-1986 bij de VPRO radio het veld moest ruimen.

Daar was hij zeer verbolgen over, en ik ook. De argumenten waar hij door werd weggestuurd sneden ook geen hout. Het eerste was dat ze zelf ook mans genoeg waren om leuke dan wel goede nieuwe muziek bij elkaar te zoeken (niet dus). Het tweede was dat het moeilijk langer te verdedigen was waarom een Engelsman op de Nederlandse radio te horen moest zijn.

Wat deed de VPRO toen ze deze Engelsman weg hadden gestuurd? Ze namen een Belg in dienst.

Peel hield ook niet van de Nederlandse bands als Fatal Flowers en Claw Boys Claw, waar zijn collega's zo dol op waren. Dat blijkt uit een bijdrage in de Observer van augustus 1986 over The Fall. 'All they have to offer is a variety of pubrock' zegt hij over een optreden op Waterpop in Wateringen.

Ik was daar ook, samen met een stel vrienden uit Hilversum, speciaal om The Fall te zien, al vonden wij Claw Boys Claw wel een goede band. De molen, een stuurse Mark E. Smith en de toen nog onbekende nummers van het later dat jaar te verschijnen Bend Sinister, alles kwam weer naar boven. Maar het optreden van Claw Boys Claw daar herinner ik me niks meer van.

Knap ook hoe Peel zonder echt denigrerend te worden zijn weerzin tegen de rock 'n roll van Claw Boys Claw ventileert en hoe hij zich bijna verontschuldigt voor zijn enthousiasme over The Fall. Ergens denk ik dat hij met zijn stukje zijn Nederlandse ex-collega's nog even een hak wilde zetten. 'Jongens jullie zitten er naast.'

Het is aan de erven Peel te danken dat dit stukje naast ook bijdragen over Pinkpop en Noorderslag voor het nageslacht bewaard is gebleven. Heerlijk boek, ik moest me er gisteravond echt van losrukken om naar een optreden van Hallo Venray in Ekko te gaan.
Zeer gedreven optreden met een Henk Koorn die een prachtige oplossing had voor een haperende speaker aan rechts van hem: 'dan gaan jullie toch gewoon even aan de andere kant staan'.

Hallo Venray komt anders dan Claw Boys Claw niet in het boek voor. Ik vroeg me de hele avond af wat Peel van het optreden gevonden zou hebben.

Meer over