John le Carré

Pure spanning en genadeloze analyse in een nieuw meesterwerk.

John le Carré: Een broze waarheid

Uit het Engels vertaald door Rob van Moppes.


Luitingh-Sijthoff; 336 pagina's; euro 19,95.


'Wat ik heb geleerd in de afgelopen vijftig jaar? Nu ik erover nadenk, niet veel. Alleen dat de normen en waarden van de geheime wereld heel veel op de onze lijken.'


In de net verschenen heruitgave van Spion aan de muur (The Spy Who Came in from the Cold) uit 1963 schrijft John le Carré in zijn inleiding hoe hij aan zijn eerste spionagethriller begon. Hij was 30 en schreef 'onder grote, met niemand gedeelde, persoonlijke stress en in opperste afzondering. Als spion onder het mom van een beginnend diplomaat aan de Britse ambassade in Bonn, was ik voor mijn collega's, en vaak voor mezelf, een raadsel.'


Het boek zou een wereldwijd succes worden, een klassieker. Toch vreesde hij jarenlang gestigmatiseerd te worden als een spion die schrijver werd, 'in plaats van een schrijver die, zoals veel andere schrijvers, een tijdje in de geheime wereld had vertoefd en daarover had geschreven'.


2013. Het 23ste boek van John le Carré, A Delicate Truth (Een broze waarheid), is verschenen en de internationale pers verslikt zich bijna in het aanprijzen van dit nieuwe meesterwerk. En terecht.


Weer een 'geheime wereld', die van nu. Geen Koude Oorlog meer, wel een wereld die zo mogelijk nog ijskouder is geworden in de aanpak van nationale en internationale aangelegenheden. Met mannen, goed gebit, snel kapsel, nog sneller pak - uit de politiek, van multinationals, en al of niet geheime diensten - die de catastrofale oorlog in Irak rechtvaardigen, zich van grootscheepse misleidingen bedienen, folteringen als efficiënte verhoormethodes aanprijzen, en het recht van psychopaten op wapenbezit verdedigen.


Om nog maar niet te spreken over de noodzaak van het gebruik van onbemande drones. De terrorist is overal. 'We're at war.'


2008. Een Britse middelhoge ambtenaar, Christopher (Kit) Probyn, achter in de 50, wordt uitgezonden op een hoogst geheime missie. De nieuwe onderminister, Fergus (Fergi) Quinn, Schotse branieschopper uit de stal van New Labour, stuurt hem op pad, hoewel hij geen ervaring met spionageactiviteiten heeft.


In de kroonkolonie Gibraltar, bij de Rots, zal Operatie Wildlife plaatsvinden. Aladdin, gewetenloze wapenhandelaar, gaat wapens leveren aan Punter, topman van Al Qaida, naar men zegt. En Punter moeten ze meenemen. De huurlingen zijn geleverd door het Amerikaanse Ethical Outcomes - neusje van de zalm in het veld van de particuliere defensieaannemers. 'Oorlog is in particuliere handen gekomen. De huidige beroepslegers kunnen het wel schudden', zegt Quinn tegen zijn ambtenaar/diplomaat Probyn, schuilnaam Paul Anderson, die toezicht moet houden op de operatie.


De missie is geslaagd, wordt Probyn/Anderson verteld, onder schimmige omstandigheden. Pas drie jaar later zal hij horen wat er werkelijk is gebeurd. De hele operatie was één grote leugen. Hij komt in contact met Tony Bell, een veelbelovend diplomaat die iets wil betekenen voor zijn land. Uiteindelijk zullen ze de smerige waarheid ontdekken.


Le Carré heeft Bell de walging en woede gegeven die hij zelf ervaart. Een genadeloze analyse van maatschappelijke wantoestanden, morele vraagstukken, waaronder de verantwoordelijkheid van de mens als individu, sterke personages van divers allooi, pure, fantastische spanning, excellent taalgebruik; een formidabele aanklacht tegen machtsmisbruik, in literaire verpakking.

Meer over