InterviewVaccinatiespanning

Joep is wel gevaccineerd, zijn moeder niet: ‘Onze ruzies eindigen altijd in tranen’

Joep Kragtwijk en zijn moeder Marjan de Vries. 'Er moet veel meer ruimte komen voor nuance, bijvoorbeeld door niet alle ongevaccineerden over één kam te scheren.’ Beeld Linelle Deunk
Joep Kragtwijk en zijn moeder Marjan de Vries. 'Er moet veel meer ruimte komen voor nuance, bijvoorbeeld door niet alle ongevaccineerden over één kam te scheren.’Beeld Linelle Deunk

Dinsdagavond gaat premier Rutte strengere maatregelen aankondigen om de nieuwe covidgolf in te dammen, maar Joep zal zijn moeder Marjan niet nog een keer proberen te overtuigen dat zij zich moet laten vaccineren. ‘We clashen elke keer.’

Robert van de Griend

Marjan de Vries (55), directeur van een werving- en selectiebureau voor topsecretaresses, weet nog precies wanneer ze voor het eerst door haar zoon Joep (20) werd uitgemaakt voor ‘wappie’. Het was op een avond in januari, de oudste leeftijdsgroepen van Nederland hadden net hun uitnodiging voor het coronavaccin ontvangen, toen De Vries achteloos liet vallen dat ze nog niet wist of ze zich zou laten prikken. Joep, eerstejaarsstudent economie, ontplofte zowat. ‘Zeg dat alsjeblieft nóóit waar anderen bij zijn!’, riep hij.

In de daaropvolgende maanden liep elk gesprek over het vaccin dat de twee aan hun keukentafel in Overveen voerden – en dat waren er nogal wat – vroeg of laat uit op ruzie. Sinds enige tijd gaan ze het onderwerp daarom maar helemaal uit de weg.

Marjan: ‘Zodra het ter sprake komt, zegt Joep meteen: mam, kappen, we gaan het er niet over hebben.’

Joep: ‘Vind je het gek? Tijdens die ruzies eindigde er altijd wel iemand in tranen. En ik was het niet.’

Marjan en Joep zijn zeker niet de enige familieleden in Nederland die lijnrecht tegenover elkaar zijn komen te staan in de vaccinatiediscussie. Een kleine steekproef onder tweehonderd Volkskrant-lezers leert dat van Heerhugowaard tot Berg en Terblijt ouders en kinderen, broers en zussen en zelfs echtgenoten met elkaar in onmin zijn geraakt over de prik. Sommigen hebben besloten het thema zo veel mogelijk te mijden ‘om de lieve vrede te bewaren’, anderen hebben ‘bijna geen contact meer’ met elkaar.

Het weerspiegelt de kloof die het vaccinatiedebat in de samenleving heeft geslagen en die met de dag groter lijkt te worden. Hoe valt deze kloof te dichten? Op verzoek van de Volkskrant gaan Marjan en Joep nog een keer het gesprek met elkaar aan.

Joep, waarom heb jij je laten vaccineren?

J: ‘Omdat ik op vakantie wilde en naar clubs wilde kunnen gaan. En omdat ik mijn steentje wilde bijdragen aan het oplossen van deze crisis.’

Waarom besloot jij anders, Marjan?

M: ‘Ik heb al corona gehad en omdat ik bloedplasma heb gedoneerd, weet ik dat ik nog heel lang antistoffen had. Ook heb ik van een immunoloog begrepen dat mensen zonder coronaklachten elkaar niet kunnen besmetten. Bovendien vertrouw ik op mijn gezondheid en mijn immuunsysteem en zet ik vraagtekens bij hoe snel het coronavaccin is ontwikkeld. Voor de duidelijkheid: ik ben niet ­tegen vaccineren in het algemeen, mijn kinderen ­hebben alle prikken gehad. Maar die waren wel allemaal uitgebreid beproefd. Als ik dan ook nog lees over mogelijke bijwerkingen van het coronavaccin, zoals een ontsteking van het hartzakje bij jongens en vruchtbaarheidsproblemen bij meisjes, dan wil ik me daar niet te veel door laten meeslepen, maar denk ik wel goed na: waarom zou ik die prik nemen?’

Omdat het helpt om de samenleving van corona te verlossen, bijvoorbeeld.

M: ‘Daar ben ik niet van overtuigd.’

J: ‘Ja, en daarom clashen wij dus elke keer. Omdat jij zegt dat je er ‘niet van overtuigd’ bent. Of omdat ‘je ­lichaam vertelt’ dat je immuun bent.’

M: ‘Ik ben geen kenner, dus ik kan niet zeggen: het is zo. Maar volgens mij kan niemand dat zeggen. Ik heb wel artikelen gelezen van Stichting Artsen Covid Collectief (een club van medici die sceptisch staan tegenover het coronabeleid, red.) die mijn standpunt bevestigen.’

J: ‘Jij vindt altijd wel ergens een artikel dat precies verwoordt wat jij wilt horen.’

M: ‘Misschien, maar dat doe jij ook.’

Joep: 'Als ik door mijn moeders ogen kijk, snap ik op zich wel waarom ze zich niet wil laten vaccineren.' Beeld Linelle Deunk
Joep: 'Als ik door mijn moeders ogen kijk, snap ik op zich wel waarom ze zich niet wil laten vaccineren.'Beeld Linelle Deunk

Je zou je ook kunnen laten vaccineren om de druk op de ziekenhuizen te verkleinen.

M: ‘De druk op de ziekenhuizen is volgens mij veroorzaakt doordat we al twintig jaar op de zorg aan het bezuinigen zijn. Daar zouden we iets aan moeten doen.’

J: ‘Ja, maar daar kunnen we op de korte termijn niets aan veranderen. Feit is wel dat vier op de vijf mensen op de IC niet zijn gevaccineerd. Daar kunnen we wel iets aan doen.’

M: ‘Kijk, ik vind het heel goed dat alle kwetsbaren het coronavaccin krijgen. Maar voor jongeren of gezonde mensen die net als ik het virus hebben doorstaan vind ik het niet nodig. Als ik me gewoon netjes aan de coronamaatregelen houd, en dat doe ik, vind ik dat genoeg.’

Vanavond is er weer een persconferentie waarin strengere coronamaatregelen zullen worden afgekondigd. Kun jij je een scenario voorstellen waarin je je zo belemmerd voelt in je vrijheid dat je je toch maar laat prikken, Marjan?

J: ‘Als je niet meer zonder QR-code naar je werk mag, bijvoorbeeld? Dat zou wel heel vervelend zijn.’

M: ‘Dan zou ik vanuit huis gaan werken. Is dat stom? Dat vind jij stom hè, Joep. Voor mij is het een principekwestie. Ik vind het een aantasting van mijn zijn dat ik steeds weer moet bewijzen dat ik gezond ben.’

Wat zou er moeten gebeuren om je van gedachten te laten veranderen?

J: ‘Stel, je vader zou nog leven, en je zou hem alleen in het verzorgingstehuis mogen opzoeken met een QR-code, wat zou je dan doen?’

M: ‘Dan zou ik mezelf laten testen.’

J: ‘En als je nou elke dag naar hem toe zou willen?’

M: (lange stilte) ‘Tja, dat is een gewetensvraag.’

J: ‘Wat nou als ik in het ziekenhuis zou liggen?’

M: (lange stilte) ‘Ik zou het heel lastig vinden. Ik denk dat ik overstag zou gaan als mijn man of mijn kinderen zouden zeggen: als je je niet laat vaccineren, dan wil ik je nooit meer zien.’

Hoe hebben jullie elkaar aanvankelijk proberen te overtuigen van jullie standpunten?

J: ‘Ik bleef maar zeggen dat Rutte en De Jonge dit echt niet allemaal zelf hebben bedacht. Dat hun uitspraken gebaseerd zijn op onderzoeken van duizenden experts en dat ze echt geen miljoenen mensen een vaccin zouden geven als ze zouden denken dat het niet veilig was.’

M: ‘Ik heb Joep gewaarschuwd dat hij iets in zijn lijf ging stoppen waarvan de langetermijneffecten nog niet bekend zijn en ik heb hem artikelen gestuurd waaruit blijkt dat hij het vaccin niet nodig heeft. Ook hij heeft corona gehad en is daar goed van hersteld, dat bewijst wel dat zijn immuunsysteem het virus aankan.’

En, hebben jullie elkaar op enig moment aan het twijfelen weten te brengen?

J: ‘Nee, ik heb die artikelen niet gelezen. Ik was er niet in geïnteresseerd.’

M: ‘Ik ga altijd twijfelen als ik in een discussie beland met iemand die ik belangrijk vind. Ik vraag me dan altijd even af of ik het wel goed zie.’

Kunnen jullie begrip opbrengen voor elkaars redeneringen, ook al zijn jullie het met elkaar oneens?

J: ‘Als ik door mijn moeders ogen kijk, snap ik op zich wel waarom ze zich niet wil laten vaccineren. Ze weet dat ze niet doodgaat van het virus en vindt het dus niet nodig om zichzelf extra te beschermen.’

M: ‘Vanuit Joep gezien begrijp ik wel dat hij lekker wilde gaan dansen met Janssen. Zelf vond ik het ook verschrikkelijk dat zijn leven zo op slot zat.’

Zijn er aspecten in het vaccinatiedebat waar jullie het wél over eens zijn?

J: ‘We zijn allebei kritisch op de farmaceutische industrie.’

M: ‘Het draait bij die vaccins natuurlijk ook om geld. Ik geloof zeker niet dat ze ons met iets gevaarlijks injecteren, maar er spelen ook commerciële belangen mee.’

J: ‘Ik vind het verschrikkelijk dat Pfizer nu zo’n grote rol speelt in deze crisis. Pfizer is volgens mij een bedrijf dat vooral gedreven wordt door omzet en er doorgaans niet voor terugdeinst om de prijzen van medicijnen zomaar te verdubbelen.’

M: ‘En uitgerekend Pfizer moet ons nu redden!’

Marjan: 'Ik begrijp wel dat Joep lekker wilde gaan dansen met Janssen. Dat zijn leven zo op slot zat, vond ik vreselijk.' Beeld Linelle Deunk
Marjan: 'Ik begrijp wel dat Joep lekker wilde gaan dansen met Janssen. Dat zijn leven zo op slot zat, vond ik vreselijk.'Beeld Linelle Deunk

Misschien is er nog een punt waarop jullie elkaar zouden kunnen vinden: jullie verlangen naar vrijheid.

J: ‘Ja, dat bepaalde voor het grootste deel waarom ik me liet prikken.’

M: ‘Voor mij betekent vrijheid dat ik over mijn eigen lijf mag beschikken. Daarin voel ik me steeds meer bedreigd.’

J: ‘Daar kan ik me wel iets bij voorstellen.’

Toch schaam je je ervoor dat je moeder zich niet laat vaccineren.

J: ‘Nee, ik schaam me niet voor haar.’

(Marjan begint ostentatief te knikken)

J: ‘Ja, als we op een verjaardag zitten en jij zegt dingen als ‘Mijn lijf vertelt me dit’, dan schaam ik me daarvoor, dat is heel wappie-achtig.’

Marjan, hoe voelt het voor jou om een wappie te worden genoemd?

M: ‘Ik vind dat heel pijnlijk en word er erg onzeker van. Ik wil natuurlijk het liefst op één lijn zitten met de mensen die me dierbaar zijn.’

Joep, hoe zou je het vinden als iemand anders je moeder een wappie zou noemen?

J: ‘Dat zou ik heel lullig vinden. Want ze is natuurlijk geen échte wappie, ze gelooft niet dat er een bloedzuigende elite bestaat ofzo. Dus als dat zou gebeuren, zou ik er wel iets van zeggen.’

M: ‘Dat verrast me dan weer.’

Waarom ben jij er eigenlijk zo van overtuigd dat de overheid het beste met ons voor heeft en dat de wetenschap er niet naast zit, Joep?

J: ‘Tja, ik ben kennelijk een ‘schaap’, zoals ze dat noemen. Ik loop gewoon achter Rutte aan. Maar ik heb nu eenmaal het gevoel dat...’

Je hebt een gevoel?

J: ‘Ik bedoel, als het gros van de experts zegt dat je je moet laten vaccineren, dan vertrouw ik daar blind op.’

M: ‘Ik vind dat we zelf moeten nadenken over wat we in ons lichaam stoppen. Zoals we ook op de e-nummers letten als we naar de supermarkt gaan.’

Wat zou je zeggen als iemand je zoon een schaap zou noemen, Marjan?

M: ‘Dat hij geen schaap is en echt wel voor zichzelf kan denken, maar dat hij nu eenmaal jong is en eropuit wil.’

Hoe zorgvuldig houd jij je aan de coronamaatregelen, Joep?

J: ‘In het begin deed ik dat wel, toen heb ik alleen maar thuis gezeten. Maar op een gegeven moment ging ik wel met vrienden afspreken. En dan hielden we geen anderhalve meter afstand.’

Waarom niet?

J: ‘Ik had er gewoon schijt aan. We waren allemaal net 18 geworden en wilden de dingen kunnen doen die ineens mogen als je 18 bent.’

Desondanks voel je je in de positie om je moeder de maat te nemen.

J: ‘Nee, ja, ik weet het niet. Ik vind gewoon dat ik daar het recht toe heb omdat ik het vaccin heb genomen. Omdat ik daarom deug, ofzo, al klopt dat natuurlijk niet.’

M: ‘Maar zo voelt het wel, of niet?’

J: Ja, wel een beetje.’

M: ‘Dit maak ik vaker mee als ik ­discussies voer over het vaccin. ­Sommige mensen lijken zich boven mij verheven te voelen omdat ze zich hebben laten prikken. Daarom vind ik het ook spannend om me nu bloot te geven in de krant. Het raakt aan mijn existentiële angst voor af­wijzing, zoals iedereen die heeft. Ik ben bang dat ik door dit interview zal worden afgekeurd als mens. Dat ik mijn woorden niet zo over het ­voetlicht kan brengen dat iemand zal denken: ze heeft wel een punt.’

’J: ‘Dat vind ik naar om te horen.’

Komt die angst ook voort uit de manier waarop het vaccinatiedebat in Nederland wordt gevoerd?

M: ‘Zeker, het debat wordt steeds persoonlijker. Ik hoor Hugo de Jonge zeggen dat Nederland te maken heeft met een epidemie van ongevaccineerden en dat het aan mij ligt dat de druk op de ziekenhuizen zo groot is. Ik hoor ineens bij het kamp dat niet bereid zou zijn voor anderen te zorgen. De discussie wordt zo op het spits gedreven dat bij mij al de gedachte is opgekomen om niet naar het ziekenhuis te gaan als ik nog eens corona krijg, hoe ziek ik ook ben.’

J: ‘Hoezo niet?’

M: ‘Omdat ik al weet wat ik dan te horen zal krijgen: had je je maar moeten laten vaccineren. Kijk, bij mij zit er heus wel twijfel. Ik denk vaak genoeg: wat nou als ik het helemaal verkeerd inschat? Maar als ik straks ziek word, kan ik voor mijn gevoel geen aanspraak meer maken op een ic-bed, want dan ben ik hypocriet. Zo groot voelt de polarisatie inmiddels.’

Hoe zou het debat wat jullie betreft gevoerd moeten worden?

M: ‘Er moet veel meer ruimte komen voor nuance, bijvoorbeeld door niet alle ongevaccineerden over één kam te scheren.’

J: ‘Daar ben ik het wel mee eens. Het is nu: je bent gevaccineerd of je bent een wappie.’

M: ‘Ik zou ook willen dat er meer andersdenkenden aan het woord komen. En dat er meer rekenschap wordt gegeven van het feit dat we allemaal bang en onzeker zijn over hoe deze crisis zal aflopen en dat iedereen daar op zijn eigen manier mee omgaat.’

J: ‘Ook sommige niet-gevaccineerden zullen zich anders moeten opstellen. Daar zitten veel idioten bij.’

M: Ja, mensen die huisartsen bedreigen bijvoorbeeld, vind ik echt verschrikkelijk.’

Hoe denken jullie zelf dichter bij elkaar te komen?

M: ‘Misschien zou ik meer moeite moeten doen om mijn standpunten te onderbouwen, in plaats van te roepen: lees die artikelen!’

J: ‘Dat geldt ook voor mij. Ik praat natuurlijk ook maar gewoon na wat ik bij de NOS heb gezien. Misschien zou ik meer onderzoek moeten doen.’

Meer over