Interview

Joelia uit Marioepol: ‘Het werd pas echt eng toen de sirenes niet meer waarschuwden voor luchtaanvallen’

Evacuées proberen weg te komen uit Marioepol, 17 maart.  Beeld REUTERS
Evacuées proberen weg te komen uit Marioepol, 17 maart.Beeld REUTERS

Samen met haar twee zoons en moeder wist Joelia Borisova (39) op 18 maart de belegerde stad Marioepol te ontvluchten. Aan de Volkskrant vertelt ze hoe ze, afgezonderd van de buitenwereld, tussen de granaatinslagen door wist te overleven.

Hessel von Piekartz

‘In het begin klonken de explosies luid, maar ver weg. Samen met mijn zonen Daniel (14) en Michail (4) woonde ik in de wijk Liveberezjny in Marioepol. Mijn oudste zoon David (19) dient in het leger in Odessa. Mijn moeder woonde in de meest oostelijke wijk, waar op 24 februari de eerste Russische raketten neerkwamen.

Joelia Borisova met haar kinderen en moeder. Beeld Joelia Borisova
Joelia Borisova met haar kinderen en moeder.Beeld Joelia Borisova

‘Toen het schieten begon heb ik haar direct opgehaald. Maar ook bij mij werd het al snel te gevaarlijk. Op de derde dag van de oorlog viel vlakbij mijn huis een granaat. Mijn ex-man bood aan dat we tijdelijk in het appartement van hem en zijn huidige vrouw konden wonen. Hun appartement ligt in de wijk Illitsjivski, in het midden van Marioepol. Ik ben daar met mijn moeder en zoons naartoe gegaan.

‘Het schieten ging door. Op 2 maart werden hoogspanningslijnen geraakt, waardoor bijna de hele stad zonder elektriciteit en verwarming kwam te zitten. Binnen een paar dagen stopte ook de watertoevoer en kwam er geen gas meer door de leidingen.

Slachtoffers van een Russische aanval liggen op de grond bij een woongebouw in de belegerde stad Marioepol.  De foto dateert van 18 maart. Beeld Alexander Ermochenko / Reuters
Slachtoffers van een Russische aanval liggen op de grond bij een woongebouw in de belegerde stad Marioepol. De foto dateert van 18 maart.Beeld Alexander Ermochenko / Reuters

‘In die dagen raakten steeds meer mensen in paniek. Overal heerste de angst voor de dood, niet alleen vanwege de constante beschietingen, maar ook door honger en kou. Het was een abnormaal koude lente. Buiten was het 10 graden onder nul. Binnen was het rond de 6 graden. Onszelf wassen was haast onmogelijk door de kou.

‘Om überhaupt aan water te komen moest ik, terwijl de mortieren om ons heen neerkwamen, naar een beekje bij Azovstal-fabriek aan de rand van de stad. Eten klaarmaken deed ik in de tuin voor het appartement; daar maakte ik een groot vuur om op te koken.

‘Ondertussen klonken constant de sirenes, die waarschuwden voor artilleriebeschietingen en luchtaanvallen. Dan renden we naar de kelder. Maar het werd pas echt eng toen de sirenes niet meer gingen, omdat de elektriciteit was uitgevallen. Daardoor hadden mensen geen tijd meer om op tijd naar de schuilkelders te gaan. In die dagen ben ik meerdere keren wakker geworden van het vreselijke geluid van explosies in de buurt en het geluid van rondvliegend glas, dat verbrijzelt door de schokgolven van de explosies.

Een man en een kind lopen langs een tank van pro-Russische troepen in Marioepol.  Beeld Alexander Ermochenko / Reuters
Een man en een kind lopen langs een tank van pro-Russische troepen in Marioepol.Beeld Alexander Ermochenko / Reuters

‘Op een ochtend ging ik naar de tuin om te koken toen er ineens raketten neerkwamen. Ik had geluk, ik was dicht bij een schuilkelder. Maar mijn zoontje van 4 en mijn moeder waren nog op de vierde verdieping. Ik kon ze niet helpen. Het was het ergste moment in mijn leven. De explosies waren zo hard dat de kelder trilde. Ik dacht dat het hele appartement in puin zou liggen.

‘Maar ik denk dat mijn gebeden hebben geholpen. De granaten waren aan de andere kant van de straat neergekomen. Voor de oorlog was ik niet echt gelovig. Maar in de schuilkelder heeft bidden en mediteren me geholpen. Er was ook niks anders: geen internet en zelfs geen muziek van mijn telefoon. Bidden was het enige wat ik kon doen om mijn familie en mijn stad te redden.

‘Net als veel andere inwoners besloten ik en mijn ex-man om met onze gezinnen de stad te verlaten. Er was voor zover wij wisten geen corridor, maar we hadden niets te verliezen. In de stad konden we ook op elk moment en op elke plek sterven.

‘We gingen met twee auto’s. In de onze zat mijn ex-man achter het stuur. Ik zat achterin met mijn moeder, mijn twee zonen en mijn kat Phil. De wegen waren deels kapot. Af en toe hoorden we granaten inslaan. Aan de rand van de stad kwamen we vast te staan in een lange rij auto’s. Achter ons zag ik zwarte rook van een granaatinslag. Ik sloot mijn ogen en probeerde mezelf ervan te overtuigen dat ze ons niet zouden raken.

‘Het lukte. We kwamen weg. In Mangoesj, een plaatsje ten westen van Marioepol, kregen we weer mobiele verbinding en legden we contact met een vrouw van een vrijwilligersorganisatie. Verderop, in het dorp Osipenko, konden we bij haar de nacht doorbrengen.

‘Inmiddels zijn we bij familie in de stad Dnepropetrovsk, waar we op adem komen. Ik wil met mijn kinderen naar West-Oekraïne, naar een goede vriend. Daarna gaan we misschien naar Duitsland, maar dat heb ik nog niet besloten. Het is in ieder geval te gevaarlijk om in Oekraïne te blijven. Na wat ik heb gezien denk ik dat geen enkele stad hier nog veilig zal zijn.’

Verantwoording

Voor dit verhaal legde de Volkskrant contact met Joelia Borisova via de chatapp Telegram. Het interview werd afgenomen via een videoverbinding en via chatberichten. De berichten zijn vertaald uit het Russisch. Aan de hand van door Borisova verstrekte foto’s en video’s heeft de Volkskrant haar verhaal kunnen verifiëren.