PostuumJoan Didion (1934-2021)

Joan Didion (1934-2021) was een fijnzinnige observator van de tijdsgeest

Joan Didion in 1970. Beeld Julian Wasser / Netflix
Joan Didion in 1970.Beeld Julian Wasser / Netflix

Schrijver en journalist Joan Didion is donderdag op 87-jarige leeftijd overleden. De Amerikaanse verwierf bekendheid met de essaybundels Slouching Towards Bethlehem en The White Album. Didion was een begaafde observator van popcultuur en politiek, maar schreef ook op nietsontziende wijze over haar persoonlijke leven.

Hans Bouman

‘We vertellen onszelf verhalen om te kunnen leven. We zoeken naar de preek in de zelfmoord, de sociale en morele les in de moord op vijf mensen. We interpreteren wat we zien, selecteren het meest bruikbare uit een veelheid van keuzes.’

Dit zijn waarschijnlijk de beroemdste zinnen uit het oeuvre van de donderdag aan de gevolgen van parkinson overleden schrijver en journalist Joan Didion (87). Hij vormt de opening van The White Album (1979), een verzameling essays die zich vooral richt op gebeurtenissen en ontwikkelingen in het Californië van de late jaren zestig en vroege jaren zeventig. Telkens met Didion zelf als centrale observator en duidende kracht, zoals logischerwijs volgt uit deze zinnen, die als haar literair-journalistieke beginselverklaring zijn te beschouwen.

Joan Didion hing de uitgangspunten aan van New Journalism, een mede door de Amerikaanse journalist Tom Wolfe gemunte term die verwijst naar een stijl van schrijven waarbij nadrukkelijk aan de literatuur ontleende technieken worden gehanteerd. Waarbij de beleving van de waarnemer evenzeer van belang wordt geacht als de waargenomen feiten, en waarbij het trouwens niet zozeer om die feiten gaat, als wel om de achterliggende waarheden. Didion was een van de begaafdste beoefenaars van het genre, waarin naast zij en Wolfe ook Norman Mailer, Truman Capote, Hunter S. Thompson en Gay Talese uitblonken.

Onvermoeibaar

Didion werd op 5 december 1934 geboren in Sacramento, Californië. Die staat zou ondanks omzwervingen – ze woonde sinds 1988 in New York – altijd haar spirituele thuis blijven, latere relativering in Where I Was From (2003) ten spijt. Als kind is ze een onverzadigbare lezer en vervolgens een onvermoeibaar schrijver, die verhalen van Ernest Hemingway overtypt om zijn manier van schrijven in de vingers te krijgen.

Nadat ze haar bachelor heeft behaald aan de Berkeley-universiteit, wint Didion een essaywedsstrijd van het tijdschrift Vogue. Ze verhuist naar New York en is vervolgens zeven jaar onder meer als redacteur aan het tijdschrift verbonden. Mede uit heimwee schrijft ze de vrijwel onopgemerkt gebleven Californische roman Run, River (1963), die mede wordt geredigeerd door vriend en collega-journalist John Gregory Dunne. De twee worden verliefd, trouwen en vestigen zich in Californië.

In 1968 breekt Didion door met haar essaybundel Slouching Towards Bethlehem, waarin ze onder meer de hippiecultuur van Haight-Ashbury beschrijft, inclusief de uitwassen, zoals een kleuter die high is van de LSD die haar door haar ouders is toegediend.

Hoezeer Didions persoonlijke wederwaardigheden een rol spelen in haar journalistieke activiteiten, blijkt onder meer uit het voorwoord van de essaybundel. Hierin schrijft ze dat ze naar San Francisco is gegaan om met zichzelf in het reine te komen, omdat ze haar geloof in het schrijven was verloren en de wereld om zich heen niet langer begreep.

The White Album

Iets vergelijkbaars zal ze elf jaar later doen in het titelessay van The White Album, waarin ze vertelt over haar zenuwinzinking in de zomer van 1968, de medische behandelingen die erop volgen en de relevantie daarvan voor haar schrijven.

Didion en Dunne maken deel uit van de Californische artistieke scene en partyen met Janis Joplin, Roman Polanski, Warren Beatty en de jonge Harrison Ford – die is dan overigens nog een eenvoudige timmerman die klust aan hun huis in Malibu. Het echtpaar schrijft filmscripts voor Hollywood, zoals The Panic in Needle Park (1971) en A Star Is Born (1976) en behoort tot de top van de literaire journalistiek.

Maar er is ook kritiek, met name van collega’s die menen dat Didion – bijgenaamd ‘de roestvrijstalen tulp’ – telkens dezelfde trits literaire trucs gebruikt, eigenlijk altijd alleen maar over zichzelf schrijft en niet-bestaande verbanden legt om zelf interessanter te lijken. Befaamd in dit verband is Didions verhaal waarin Roman Polanski rode wijn morst op haar jurk, met de implicatie dat dit incident vooruitwijst naar de moord op zijn echtgenote Sharon Tate.

In de jaren tachtig bevestigt Didion haar journalistieke reputatie met Salvador (1983), over het door burgeroorlog verscheurde land in Amerika’s achtertuin, en Miami (1987), over de Cubaanse gemeenschap in Florida.

Rouw

Een laat hoogtepunt in haar oeuvre is het verbijsterend ingetogen The Year of Magical Thinking (2005), waarin ze de plotselinge dood verwerkt van Dunne, die in december 2003 aan tafel wordt getroffen door een fatale hartaanval. Op dat moment ligt hun geadopteerde dochter Quintana in coma in een New Yorks ziekenhuis.

Om de tragiek compleet te maken, overlijdt in augustus 2005 ook Quintana, aan een acute alvleesklierontsteking. Didion, altijd al broodmager maar op het dieptepunt van haar persoonlijke crisis niet meer dan 34 kilo zwaar, schrijft over deze gebeurtenissen in Blue Nights (2011).

Didions literaire erfenis leeft voort in auteurs als Zadie Smith en Katie Roiphe, maar ook in Bret Easton Ellis, die zich in een interview met de Volkskrant sterk schatplichtig aan de schrijver verklaarde. ‘Ik heb ontzettend veel geleerd van Joan Didions schrijfstijl. Maar vooral bewonder ik haar moed, haar eigenzinnigheid.’

Griffin Dunne, neef van Didion, maakte in 2017 voor Netflix de documentaire Joan Didion: The Center Will Not Hold, die ook in Nederland op dit kanaal is te zien.