'Jij bent net zo gek als wij toen waren'

De erfenis van '68 was woensdag de inzet van een debat tussen Frits Bolkestein en Daniël Cohn-Bendit. De eerste verafschuwt de uitwassen van die tijd: 'Verbieden was verboden....

door Geert-Jan Bogaerts

FRITS BOLKESTEIN heeft er nooit een geheim van gemaakt: een van zijn drijfveren om de politiek in te gaan, was de ergernis over wat hij de uitwassen van de jaren zestig noemde. De aanvallen op de rechtsstaat, de economische waandenkbeelden die aan invloed wonnen in het landsbestuur, en de naïeve ideeën over de buitenlandse politiek ergerden hem zo, dat ze hem de politiek in dreven om ze des te beter te kunnen bestrijden.

In alle opzichten was Daniël Cohn-Bendit zijn tegenpool. Boegbeeld van de studentenbeweging, leider tijdens de opstanden van mei 1968, professioneel agitator en held van Nieuw Links. Verbannen door De Gaulle uit Frankrijk, opgevangen in Duitsland, waar hij samen met Joschka Fischer een belangrijk lid van de Sponti's werd, de nieuw-linkse beweging in Frankfurt.

Meer dan dertig jaar later zijn ze allebei prominente Europese politici, maar daar houdt de overeenkomst op. Bolkestein, de liberaal, houdt zich in Brussel als Europees Commissaris bezig met de vervolmaking van de vrije en eengemaakte Europese markt. Cohn-Bendit belichaamt de Europese gedachte letterlijk, hij is Duitser en Fransman, en figuurlijk als voorzitter van de Groene fractie in het Europees Parlement. Wie hem bezig hoort, merkt dat agitatie nog steeds zijn belangrijkste politieke strijdmiddel is. Luidkeels en met al dan niet gespeelde emotie verkondigt hij zijn standpunten.

Woensdagavond debatteerden ze over de erfenis van '68 en het decennium dat erop volgde, volgens Bolkestein samen met de jaren dertig het belangrijkste decennium van de vorige eeuw.

BOLKESTEIN: 'Die periode is nog steeds relevant. De multinationals staan opnieuw in het beklaagdenbankje, geconfronteerd met dezelfde oude aanklachten die rieken naar pidgin-marxisme. De 68'ers houden niet van markten, want die behelzen winst en concurrentie. Maar ze houden ook niet van bureaucratieën, want die staan recht tegenover de spontaniteit die we zo graag zien. Je kunt tegen de bureaucratie zijn, en tegen de markt, maar niet tegen allebei tegelijk. Velen van Nieuw Links wisten niet wat te kiezen.'

COHN-BENDIT: 'Ons probleem in 1968 was heel eenvoudig. We hadden een heel rijke samenleving, praktisch zonder werkloosheid. Maar op wereldschaal was de rijkdom niet gelijk verdeeld. Een deel van de jeugd vond toen dat een einde moest komen aan deze onrechtvaardigheid. Dat was terecht, en ik sta daar nog steeds achter. Het is hetzelfde gevoel dat de mensen nu drijft om te demonstreren tegen mondialisering. Het gaat om de fundamentele onrechtvaardigheid.'

BOLKESTEIN: 'De markt deugde niet, zeiden jullie, want die speelde in op de behoeften van de individuen. Volgens Marcuse kónden individuen hun eigen behoeften niet kennen, want zolang ze geïndoctrineerd bleven, konden hun antwoorden niet worden geïnterpreteerd als hun eigen antwoorden. Dat is fundamenteel antidemocratisch.

'Het ideaal van Nieuw Links leek een economie te zijn van autonome bedrijven, in het bezit van en geleid door de werknemers zelf, onder een managementsysteem van love-in. Het is het ideaal van het anarchisme. Het is ook een jongensdroom.'

COHN-BENDIT: 'Je hebt gelijk: het is belachelijk te stellen, voor te schrijven, wat de behoeften van de mensen zouden moeten zijn. Maar je moet de stelling van toen vertalen naar de situatie van vandaag: als we doorleven zoals we nu doen, met onze consumptie en overproductie, vernietigen we de wereld en onze levenswijze. Als Afrika en China ook zoveel auto's willen, gaat ons milieu kapot.

'Geef dáár dan eens antwoord op. In '68 waren wij de eersten die de juiste vragen stelden. We stonden aan de basis van de latere milieubeweging.

'Ik zei trouwens zelf al in 1971 dat de antimarktbenadering alleen maar een alternatief had in een volledig planmatige aanpak, dus val me daar niet mee lastig. Ik heb soms het gevoel dat jij de 68'er van vandaag bent. Je bent de fundamentalist van het neo-liberalisme, zoals wij antimarktfundamentalisten waren. Jij vecht nog met je eigen problemen van '68. Ik ben een kind van '68, maar soms voel ik me de psychiater van die tijd, want iedereen komt met zijn problemen over die periode naar mij toe.'

BOLKESTEIN: 'Ik moet één ding toegeven: wat het buitenlands beleid betreft, had Nieuw Links het bij het rechte eind in hun oppositie tegen de Vietnam-oorlog. Dat was een oorlog tegen de verkeerde vijand, op de verkeerde plaats en in de verkeerde tijd. Maar is het mogelijk dat die houding eerder anti-Amerikaans dan pro-Vietnamees te noemen is?

'Het geloof dat een communistisch regime gerechtigheid en welvaart kon brengen, was simpelweg naïef. Susan Sontag zei dat de Vietnamees een 'totaalmens' was, niet geatomiseerd zoals wij. Een Nederlandse minister verheugde zich over de 'bevrijding' van Vietnam. De Vietnamezen waren zelf zo blij met die bevrijding dat een paar honderdduizend gepoogd hebben het land te verlaten.

'Over de verering van Mao kunnen we kort zijn. Het is wijd en zijd bekend hoeveel schade zijn Culturele Revolutie in China heeft aangericht. Maar intellectuelen leden onder een ernstig geval van Maophilia hysterica, zonder dat ze een notie hadden van wat er in China werkelijk aan de hand was.

'De generatie van '68 wilde een einde aan alle autoriteit. Verbieden was verboden. Politiemensen waren varkens en drugs waren fantastisch. Jij hebt opgeschreven: ''Wat we nodig hebben, is een massa opstandige cellen - we kunnen zelfs straatbendes gebruiken.'' Dit soort stengun-romantiek leidde tot het nihilisme van de Baader-Meinhof groep. Je kunt niet uitgaan van de these dat mensen intrinsiek goed zijn. Je kunt goede intenties hebben, maar als de consequenties verkeerd zijn, handel je verkeerd.'

COHN-BENDIT: 'Dat is niet mijn probleem. In die tijd was ik de grootste vijand van de communisten. De Franse communistische partij was heel blij dat De Gaulle me het land uitzette. De Duitse maoïsten wilden me ophangen, omdat ik een kleinburgerlijke anarchist was.

'Ik heb gevochten tegen deze groepen, ook tegen de delen van onze beweging die zogenaamd 'de oorlog bij ons thuis' wilden brengen. Die delen hebben aan de basis gestaan van de terreurbewegingen die in de jaren zeventig zijn ontstaan, de Rote Armee Fraktion en dergelijke. Wij hebben daarvoor een morele verantwoordelijkheid. Maar als de Duitse minister van Buitenlandse Zaken nu zegt, in het openbaar, dat ík degene ben die hem ervan heeft weerhouden de verkeerde weg te kiezen, dat ík degene was die zich het meest verzette tegen de totalitaire weg, dan verzoek ik je daarmee rekening te houden.

'Ken je Hannah Arendt? Zij onderkende twee gevaren voor de democratie, die een naam delen: totalitarisme. Het ene gevaar is het communisme, het andere het fascisme. In 1973 schreef ik al dat we er fout aan deden meer Marcuse te lezen dan Arendt.'

BOLKESTEIN: 'Ze was een fantastische filosoof en historicus, en haar boek over totalitarisme is van groot belang, maar ik ben het niet met haar eens dat je politiek actief zou moeten zijn om tot volledige persoonlijke ontwikkeling te komen.

'Neem de universiteit, een belangrijk actieterrein voor jullie. Dat is een gemeenschap, dunkt mij, op zoek naar kennis en uitmuntendheid. Maar studenten waren op zoek naar hun zogenaamde authentieke waarden, en die konden ze niet terugvinden in hun curriculum, dat daarmee ook meteen zijn relevantie verloor. Massademonstraties, sit-ins, de vernietiging van bibliotheken waren hiervan het gevolg. Professor Huntington van Harvard werd het spreken belet. Je kon je de luxe van de vrijheid van meningsuiting niet veroorloven in een tijd van klassenstrijd, zo zei men.'

COHN-BENDIT: 'Natuurlijk hebben we universiteiten en scholen nodig, maar die moeten wel gelijke toegang bieden. We moeten zorgen dat migrantenkinderen nu dezelfde kansen hebben als Duitse, Nederlandse of Franse kinderen. Dat bestond niet in 1968 en bestaat nu nog niet. Je hebt gelijk als je de nadruk legt op efficiëntie, maar we hebben nog steeds geen efficiënte universiteiten, want we maken geen gebruik van de talenten van de duizenden mensen die er niet terechtkunnen.'

BOLKESTEIN: 'Het woord discipline is taboe geworden. Neem het feminisme. Ik ben het eens met veel wat het feminisme heeft bereikt, maar sommige van de wildere excessen van het feminisme vind ik uiterst onaangenaam, zoals wanneer Betty Friedan de toestand van de huisvrouwen in de voorsteden vergelijkt met de horreur van de concentratiekampen van de nazi's. Aan de andere kant, als vrouwen uit politieke overwegingen een lesbische relatie willen, hebben ze mijn zegen.'

COHN-BENDIT: 'Ik kan niet begrijpen dat je een grap maakt over lesbische vrouwen, wanneer je praat over gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Dit toont aan dat je niet begrijpt wat er gebeurde in '68, want anders zou je zo'n grap niet gemaakt hebben. Het maakt mij niet uit wat de seksuele geaardheid is van mensen.'

BOLKESTEIN: 'Mij ook niet. Maar kinderen worden vaak vergeten in deze afwegingen. Seksuele emancipatie is een van de factoren die de grote toename in het aantal echtscheidingen hebben veroorzaakt.'

COHN-BENDIT: 'Maar het traditionele gezin is zeker geen paradijs. Als dat je keuze is, als je zo wilt leven, prima, maar leg het niet aan anderen op.'

BOLKESTEIN: 'Hoe dan ook, ik zie je punt wel dat de rijke samenlevingen van toen geen gelijke kansen boden, maar míjn argument is dat je geen beweging hoefde te beginnen om dat aan te pakken. Je kon dat ook heel goed doen binnen de bestaande partijen.'

COHN-BENDIT: 'Jij zegt altijd dat we zo naïef waren, maar wie is hier nu naïef; 1968 liet zien dat we geen veranderingen konden bewerkstelligen binnen de bestaande structuren. De demonstraties van nu, in Genua en Seattle, zijn demonstraties tegen onze partijen. Wij als politici zijn kennelijk niet in staat geweest de agenda van mondialisering te veranderen, de demonstranten wel.

'Wat jou kenmerkt, is dat je de jaren zestig neemt om het gevecht van toen nog eens te voeren. Je doet maar, maar het is mijn gevecht niet meer. De wereld is veranderd. Wij moeten ons nu achter de interventie in Afghanistan opstellen en tegelijkertijd moeten we zeggen, en dat kun jíj niet, dat de wereld zoals die door de VS wordt georganiseerd, met haar mondialisering, dat die níet goed is.

'Dat is onze kracht, van de generatie van '68, om 'ja' te zeggen tegen deze interventie en 'nee' tegen het langetermijnbeleid van de VS. Jij, de neoliberaal, bent niet in staat de mondialisering van nu in goede banen te leiden. Je bent net zo gek als wij toen waren, en gekker dan wij nu zijn. Dat is het grootste verschil tussen ons.'

Meer over