Jeugdtheater

Waar..

Twee broers runden een winkel waar ze van wasmiddel totparaplu verkochten. Een van hen, Bas, is onlangs overleden. Riemis alleen over. Zijn wereld is een onrustig halfbestaan gewordenomdat ze zo op elkaar waren ingespeeld.

Waar van de theatergroep Unieke Zaken laat het jonge publiekin het magazijn van de rommelwinkel kijken. Dit is de wereld vande twee broers, de plek waar ze sliepen, werkten en leefden.

De overleden broer verschijnt op een avond om de ander weereen beetje op gang te helpen. Het magazijn is een prachtigeinstallatie vol verborgen trucs - zoals een geprepareerdekeukenladder die spectaculair doormidden gaat. De twee levenletterlijk in hun werk; ze gebruiken spullen uit de winkel om meete ontbijten of te klussen. Kleding om aan te trekken. Na gebruikgaat alles met prijskaartje en al weer keurig op de schappen.

Waar lijdt aan een nostalgische krakkemikkigheid. De mannetjesdragen oubollige vesten, stofjassen en hoogwaterbroeken. Samenbeleven ze van alles in het magazijn waar spullen op inventievewijze transformeren in voertuigen of muziekinstrumenten.

De voorstelling is een veelal woordloos betoog overbroederliefde, opgebouwd uit allerlei miniverwikkelingen die dekarakters van de twee schetsen. Riem, de overgebleven broer, isde chaoot die schijnbaar niet zonder de doortastendheid van Baskan. Die is de rust zelve en neemt zijn broer op liefdevollewijze aan de hand.

Peter Bolten en Ted van Leeuwen voeren de kijker op bescheidenwijze door de vertelling. Ze blijven uit de buurt van de bij ditonderwerp voor de hand liggende sentimentaliteit, maar bereikentoch een kwetsbare en intieme toon.

Die wordt ondersteund door een muzikale vorm vanobjecttheater, waar de liefde voor spullen, geluiden en muziekjesdoorheen sijpelt.

Van binnen moet je wezen

Blauwe Engel/Het Woelige Baren. Tekst, idee & spel Estherde Koning. Regie Noël Fischer. Vanaf 8 jaar. T/m 22 mrt;www.stipprodukties.nl

Van binnen moet je wezen is het verontrustende egodocument vaneen meisje dat strijdt om erkenning. Ze krijgt het ook flink aande stok met een hongermonster.

Saar is een stoere meid die al vaak van huis is weggelopen.Haar ouders zijn haar echte ouders niet. Volgens Saar is zegevonden in een bierkrat. Veel van de verhalen die deze brutalemaar ook grappige meid afsteekt, moet je met een korrel zoutnemen. Maar veelzeggend zijn ze wel.

Na een kleine turndemonstratie onthult Saar dat ze mikt opdeelname aan de Olympische Spelen. Probleem is dat je aan delimiet moet voldoen. Zoiets is er ook in het echte leven, weetSaar. Ieder mens heeft een limiet aan fouten en als je daaroverheen gaat mag je niet meer meedoen. Daarom zit ze nuopgesloten in die kelder. Vol schappen met eten.

Saar is gehuld in een kostuum dat het graatmagere lijf van deactrice accentueert. De fantastische vertelling die ze in dekelder van haar gedachten afsteekt, raakt ontegenzeggelijk aaneetproblemen. Het gevecht met de Aziaap, het eetmonster dat Saartracht te verleiden tot schranspartijen, spreekt boekdelen.

Actrice Esther de Koning en regisseur Noël Fischer kozen vooreen grillige vertelvorm, die verwijst naar de gekmakendegedachten die de hoofdpersoon plagen. Het tempo is bedachtzaammaar de associaties gaan snel. De voorstelling houdt het middentussen stand-up en toneel.

Uitbundige taferelen wisselen introverte beslommeringen af.Saar schets mooie beelden, zoals dat van het meisje met eengigantische haardos tot op de grond, die als antenne voormenselijke gedachten functioneert. Van binnen moet je wezen istypisch zo'n voorstelling waarbij veel volwassen kijkers zichzullen afvragen of dit nu aan kinderen besteed is. Die onrust isvoelbaar als er ook volwassenen in de zaal zitten. De kinderenverbazen zich maar gaan tegelijk gretig mee in de anarchie dieSaar aan de dag legt. Ze herkennen het verzet, en het banen vanje eigen weg.

Meer over