Jeugdtheater

Het slot..

Dat veelzeggende beeld toont mensenkinderen die met behulp vankleding en muziek terechtkomen in een roterend spel. Steeds vanrollen wisselen, weer andere pakjes aan en hup met de muziek mee,die hier nadrukkelijk de fantasie aanzwengelt. Zo stapt debariton bij aanvang vanuit de zaal het podium op, al zingend vaneen 'klein wit vogeltje'. Zijn zang zet de voorstelling aan enneemt de kijker mee in de illustere wereld van koningen, prinsenen prinsessen, dieren en ridders.

Op rechts een gordijn dat dikwijls open en dicht gaat, alevenzeer typerend voor de grondtoon van Het Slot. Er hangtvoortdurend iets in de lucht, wachters staan op de uitkijk inronde, gestileerde torens. Vele personages komen en gaanvanachter dat doek.

Regisseur Ted Keijser maakt veelvuldig gebruik vanverstilling, vaak op de ademtocht van de muziek. Het contrastkomt van komische elementen als de chagrijnige koningin, dienukkig onderuit zakt in de troon en begeleid door een rinkelendbelletje ongedurig rondloopt.

Het Slot is een gewaagde onderneming die in zijn lichtheid netniet helemaal overtuigt. De vele sterke ingrediënten blijven inde lucht hangen, als volwassen kijker mis je een sleutel. Dekleintjes zelf hebben daarentegen zichtbaar minder last van zo'nvederlichte gebeurtenis waarin alles steeds weer opnieuw lijktte beginnen.

Zand erover

Joris Erwich en Gijs Nollen stoeiden vorig seizoenverdienstelijk met een Griekse tragedie over wapenbroeders. Numaken ze een cabareteske collage over de dood. Minder verhaal enmeer stilte. Het duo dat al regelmatig bij Het Laagland speelde,heeft een aangename energie die in Zand erover effectief wordtbeteugeld - of zo je wilt gedoseerd. Simpel uitgangspunt is deverkenning van al die fenomenen die horen bij doodgaan: afscheidnemen, spullen achterlaten, de pogingen tot rituelen die rechtdoen aan wat het leven nu feitelijk voorstelt.

De zelf geschreven en begeleide liedjes zijn simpel, rechtvoor z'n raap en niet te mooi of complex. Het beginliedintroduceert de essentie van doodgaan door muzikale zinnen teonderbreken alsof het lied zijn adem even inhoudt. Onder eenregelmatig terugkerend banjo-deuntje schieten de twee steeds ineen vertraagd soort Laurel en Hardy-act.

Sterk zijn de fragmenten waarin een voorschot op beider doodwordt genomen. Wat wil de een dat de ander aan hem nalaat? En watzou je willen doen bij de begrafenis van de ander? Nollen wordtpissig als Erwich eigenlijk liever niets zou willen zeggen bijdie gelegenheid - misschien het eerste handje zand werpen. Hijdwingt hem toch iets te zeggen, waarna Erwich een speechimproviseert die in al zijn onhandigheid ontroert. Dan draaienze de rollen om. Nollen put zich uit in allerlei seksistischeouwejongenskrentenbroodherinneringen, die zijn vriend vanuit zijngespeelde dodenpositie voortdurend corrigeert wegens schromelijkeoverdrijving van de feiten.

Knap aan Zand erover is de kale, bijna nuchtere manier waaropErwich en Nollen het nulpunt van doodgaan benaderen, waarbij demuziek en de humor voertuig zijn voor allerlei geldige vragen.

Meer over