Jeugdcriminaliteit

Rinus zat bij ons op de lagere school. Hij woonde ergens op het industrieterrein, ver weg van de gewone burgerlijke wereld, en hij droeg altijd zo'n brutale ouderwetse arbeiderspet met de klep omhoog....

Daar keken wij van op, want rechtvaardigheid was nooit een criterium geweest bij de behandeling van Rinus, nog afgezien van het feit dat we niet eens wisten wat rechtvaardigheid was. Rinus was een aardige en intelligente jongen die nooit een vlieg kwaad deed en overal alleen voor stond. Door een of ander collectief gevoel voor het wonderbaarlijke of uitzonderlijke vond iedereen het best dat voor hem andere wetten golden dan voor ons, gewone stervelingen. Zelfs degenen die bleven zitten met veel betere cijfers dan hij klaagden nergens over. Waar anderen voor moesten zwoegen en ploeteren, dat kreeg Rinus voor niks en het was nog extra bewonderenswaardig dat hij er niet over het paard getild door werd. Voor hem was het blijkbaar net zo normaal als voor ons.

Tot De Groot roet in het eten gooide met zijn rechtvaardigheid. Hij begon Rinus te treiteren. Hij ging hem vragen stellen over aardrijkskunde en geschiedenis, hem voor het bord halen om een rekensom te maken. Hij maakte hem aan het schrikken als hij zat te dromen, dat soort dingen. Hij hield hem de hele tijd in de gaten. Wat De Groot rechtvaardigheid noemde was niets anders dan een vorm van pestkopperij. Het was pijnlijk, maar wat kon je eraan doen? De Groot was een tamelijk forse man van een jaar of vijfenvijftig. Rinus was acht of negen jaar en niet erg groot of sterk voor zijn leeftijd. Wel was hij snel en lenig en verreweg de levenslustigste van ons allemaal.

Op een dag had Rinus er genoeg van. Het was zomer en de ramen stonden wagenwijd open. De Groot had zich, zoals zo vaak, pal naast zijn bank opgesteld om hem in de gaten te houden, zeg maar: te treiteren. Opeens vloog Rinus op als een duvel uit een doosje en gaf De Groot een keiharde klap met zijn kleine vuist recht in het gezicht. Neus en bovenlip begonnen meteen te bloeden. De Groot was furieus en wilde hem terugslaan maar Rinus was al uit zijn bank gesprongen en er volgde een achtervolging door de klas die eindigde in een prachtige, heldhaftige sprong van Rinus door het open raam, 'de vrijheid tegemoet'. Wat was ik jaloers op hem! Hij was een held voor ons en voor de goede zaak van de onrechtvaardigheid, maar we hebben hem nooit meer terug gezien.

Peter Bekkers

Meer over