Jeugd moet leren hoe mooi dammen kan zijn

Dit voorjaar wordt er heel wat afgedamd. Vanaf medio april trekt de wereldtop door het land om een rapid-toernooi af te werken....

Zijn voordracht onder de titel 'Over de schoonheid van het dammen' is wellicht niet aan alle aanwezigen echt besteed, maar zijn enthousiasme werkt in elk geval aanstekelijk.

'Ik ga jullie proberen te laten zien waarom ik dammen zo mooi vind', zegt Krajenbrink en hij zet naar het schijnt lukraak wat stenen op het demonstratiebord. De zaal kijkt doodstil toe (glas in de hand). Deze stelling is volgens hem zo mooi en zo volmaakt dat je er alleen maar naar zou moeten kijken. Je zou in een gemakkelijke stoel achterover moeten leunen. Zo'n stelling, daar moet je niets meer aan doen. Het is als een mooi schilderij.

De schoonheid van het spel staat voor Krajenbrink boven alles. 'Als je alleen maar gaat spelen om te winnen, dan hou je het niet lang vol. Sterker nog, als je een spel leuk vindt dan komt het resultaat vanzelf. Neem nou voetballen. Als je rechtsbuiten bent moet je houden van het geven van een mooie voorzet. Dat moet je leuk vinden, anders wordt het nooit iets en kun je er maar beter mee stoppen.'

Met dit soort voorbeelden en wijsheden probeert Krajenbrink met name de jeugd voor zijn favoriete sport te interesseren. Hij is een van een handjevol dammers die in Nederland van deze sport kan leven. Speelt in de hoofdklasse bij Maas van 't Hoog, vóór de sponsortijd heel mooi Twenthes Eerste geheten, heeft een betaalde functie bij de Koninklijke Nederlandse Dambond en geniet als topsporter een uitkering van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Krajenbrink zou ook iets anders kunnen gaan doen - heeft een universitaire studie Nederlands afgerond - maar hij is al vanaf de vierde klas lagere school zodanig door het damspel gegrepen dat hij zich liever met niets anders bezighoudt. Waarom doet hij dan niet mee aan dit Nederlands kampioenschap? 'Ik vind zelf spelen eigenlijk het minst leuk. Ik houd het meest van alles wat zich rond het dammen afspeelt: er over schrijven, het geven van cursussen en met name de opleiding van de jeugd.

Volgend jaar doet Krajenbrink overigens wel mee aan het WK 2000 dat in Riga, de hoofdstad van Letland, wordt gespeeld. Hij plaatste zich voor dit toernooi dankzij zijn vierde plaats in het kandidatentoernooi in Stadskanaal.

Het aantal georganiseerde dammers in Nederland schommelt momenteel rond de achtduizend. Tien jaar geleden waren dat er nog tienduizend en optimisten dachten toen dat het op naar de 15 duizend zou gaan. Maar dat viel tegen. De dambond lijdt onmiskenbaar aan een langzame vergrijzing en een terugloop van het ledental, zo beaamt Krajenbrink. Daarom doet de bond de laatste jaren bijzonder veel moeite jeugd aan te trekken.

In dat streven speelt Krajenbrink een belangrijke rol. In samenwerking met een groep andere dammers heeft hij een omvangrijke cursus ontwikkeld die speciaal is gericht op jeugdige dammers. Die kunnen met dit materiaal - totaal duizend pagina's plus een videopresentatie - op damscholen beter leren dammen. Dit soort scholen zijn enkele jaren geleden in Gelderland het eerst van de grond gekomen. Er zijn er nu over het land gespreid zo'n vijftien.

In de meeste gevallen hebben clubs in een bepaalde streek gezamenlijk zo'n school in beheer met gemiddeld dertig cursisten, meestal jongenssoms ook een enkel meisje. Hier en daar zijn er wat probleempjes, met name bij kleinere clubs. Die zijn bang dat de grote verenigingen hun talentjes zullen weghalen.

De cursus die de bond aanbiedt kan volgens Krajenbrink zelfs model staan voor normale leerstof op scholen. Volgens de methode, waarin zelfwerkzaamheid een prominente rol speelt, zouden andere vakken zoals wiskunde of talen kunnen worden bijgebracht, zeker nu de zogenoemde studiehuizen in zwang zijn. Iedereen kan bij de damcursus volgens zijn eigen tempo en interesse tewerk gaan. Je hoeft nooit te zeggen dat je niets meer te doen hebt. De damleraren geven desgewenst ook op afstand ondersteuning via de computer en Internet.

Krajenbrink is naast deze scholingsactiviteiten sinds begin dit jaar bij de dambond verantwoordelijk voor de ontwikkeling van jeugdig talent. Net als bij andere sportbonden wordt met steun van de sportkoepel NOCNSF en staatssecretaris Vliegenthart van VWS bij het dammen actief gespeurd naar jongens en meisjes die internationaal kunnen gaan meetellen.

Op dit moment zijn de betrokken talentjes nog geselecteerd op basis van de resultaten van kampioenschaps-toernooien voor de diverse leeftijdsgroepen. 'Maar de echte criteria moeten nog worden opgesteld', zegt Krajenbrink. 'Het kan best zijn dat bij een nadere beschouwing de nummer tien van een kampioenschap in perspectief een groter talent kan zijn dan de winnaar.'

'De staatssecretaris heeft bij de jacht op talenten ook aangedrongen op voorzichtigheid. Er moet voor worden gewaakt dat de meestal jonge tot zeer jonge kinderen zich alleen maar met sport bezighouden. Sociale contacten en plezier moeten een belangrijke rol spelen bij de opleiding.'

Voor Johan Krajenbrink is dit vanzelfsprekend. De schoonheid van het damspel en de vreugde die je eraan beleeft staan voor hem boven alles. Als hij dat aan de jeugd kan overbrengen is hij dik tevreden.

Meer over