Jetsetdame onder schlagerklanken

Zondag begint het carnaval. Voor het zuiden van Nederland drie dagen volop feest. Voor de Nederlands-Griekse Roos Dorpmans een economische uitkomst.

VENLO - In de Venlose supermarkt Die 2 Brüder von Venlo is de voertaal Duits, net als het grootste gedeelte van de klandizie. Afgezien van het aanzienlijke aantal soorten koffie is er op het eerste gezicht weinig wat de supermarkt onderscheidt van de concurrentie. Je koopt er Gelderse rookworst, Spaanse serranoham of een verse kersenvlaai.

Op de eerste verdieping is alles anders. Daar strekken talloze rijen met kostuums, pruiken, hoeden, maskers en andere carnavalsattributen zich uit zover het oog reikt, badend in het felle licht van tl-buizen. Duitse schlagers schallen uit de speakers. Wir sind dabei und das ist prima, Viva Colonia!

Roos Dorpmans (51) is dankbaar dat ze hier mag werken. 'Blessed', zoals ze zegt. Ze werkt tijdelijk op de carnavalsafdeling van deze supermarkt, vier dagen per week, van 9 tot 17.30 uur. Seizoensarbeid, maar voor Dorpmans een reddende strohalm. Hoewel ze in Rotterdam werd geboren en sinds haar 9de in Venlo woonde, is ze drieduizend kilometer verwijderd van huis. Roos Dorpmans is een parttime Nederlandse economisch vluchtelinge in Nederland.

Toen het vliegtuig waarmee ze dertig jaar geleden naar Rhodos vloog zijn wielen op Griekse grond zette, wist Dorpmans het meteen: hier was ze thuis. 'Het leek wel een déjà vu.' Ze werd verliefd, trouwde en keerde - op jaarlijkse familiebezoeken na - niet meer terug naar Nederland. Ze kreeg een kind, Thodoros ('geschenk van God') en werkt al twintig jaar bij Kounakis, een van de grootste juweliers van Griekenland.

Wesley en Yolanthe

In Griekenland bestaat haar cliëntèle uit de internationale jetset, rijke toeristen die zich de dure juwelen en horloges kunnen veroorloven. Op een Facebookfoto poseert ze in de winkel met Wesley Sneijder en Yolanthe Cabau. Samen met haar man Panagiotis woont Roos Dorpmans in een appartement dicht bij het centrum van Rhodos-stad.

Het appartement heeft, zegt ze, een typische jaren-zestiguitstraling, met kleine, gekleurde steentjes op de vloer en hoge plafonds. Een tuin hebben ze niet, wel een balkon. Dorpmans hecht weinig aan aardse zaken. 'Ik geef niet om een carrière, een groot huis of geld. Je kunt het heel simpel houden, en je toch heel goed voelen', zegt ze over haar leven op Rhodos. 'Op een zondag bijvoorbeeld. Dan nemen we een paar vrienden mee, rijden naar een stuk strand, steken hout aan, eten gegrild vlees met wat salade erbij en drinken een ouzo.'

Roos Dorpmans - of Rosa Kastanidis, zoals ze voor de Griekse burgerlijke stand heet - heeft geen enkele behoefte om terug te keren naar Nederland. Dit jaar moest ze wel. Zoals bijna alles op Rhodos is ook het werk dat Dorpmans bij de juwelier doet gebonden aan het seizoen.

Vroeger kreeg Dorpmans een uitkering om het hoofd te kunnen bieden aan de vijf werkloze maanden tussen september en maart. Dit jaar is het anders. Door de almaar verslechterende economie werd de uitkering teruggeschroefd van 5 maanden lang 400 euro per maand naar 3 maanden 350 euro per maand. 'Daarvan kan ik precies de huur betalen.'

En dus keerde Dorpmans tijdelijk terug naar Venlo. Samen met haar man trok ze in bij haar broer, die voor haar een tijdelijke baan bij Die 2 Brüder wist te regelen. Als ze pauzeert, moet ze uitklokken. Haar chique juwelierstenue heeft ze ingeruild voor een wijdzittende polo, blauw met een gele kraag. In plaats van ringen van Magerit en horloges van Hublot verkoopt ze nu fluorescerende pruiken en indianentooien.

Talen

'Suchen Sie vielleicht etwas bestimmtes?', vraagt Dorpmans aan een stel dat de trap op komt lopen. Ze pampert de klanten. In perfect Duits - want de Venlose spreekt meer talen vloeiend dan Ivo Niehe. Een wat gezette vrouw met blonde krulletjes past een verpleegsterspakje, legt het daarna weer terug. 'Is het toch niet helemaal wat u zoekt?'

Als ze even niet in gesprek is met een klant, posteert ze zich voor haar balie. Kaarsrecht, met een hand onder haar elleboog en de andere in haar nek speurt ze de ruimte rond of ze nog iemand van dienst kan zijn. Het opgestoken haar, de gestifte lippen, de keurige zwarte broek boven hoge hakken; in alles straalt Dorpmans uit dat ze een beetje een vreemde eend is in de bijt tussen de feestkostuums en schlagermuziek.

Maar waag het niet te zeggen dat ze een stap terug heeft gedaan. 'Helemaal niet, absoluut niet. Ik vind het leuk, ik moet er om lachen. Ik ben blij dat ik werk heb en ik ben blij dat ik weer dingen kan betalen.'

Dorpmans blijft herhalen dat ze dankbaar is: voor haar broer, die haar en haar man zonder morren in huis nam. En voor de leidinggevenden bij Die 2 Brüder die haar een baan gaven, 'want wie zit er nou te wachten op een 51-jarige uit Griekenland?'

Maandag, als het Nederlandse carnaval in volle gang is, vliegen Dorpmans en haar man terug naar Rhodos. De klanten die ze in Venlo hielp, zullen in overvolle kroegen de polonaise dansen. Dorpmans niet. 'Naar buiten' wil ze, de lucht van de Egeïsche Zee en olijfbomen inademen. 'Vooral naar buiten.'

undefined

Meer over