Jesse Klaver opent aanval op Rutte en Wilders in nieuw boek

In zijn nieuwe boek dat vandaag verschijnt opent GroenLinks-leider Jesse Klaver de aanval op Mark Rutte en Geert Wilders, zijn politieke opponenten die de Nederlandse identiteit versmallen tot de 'joods-christelijke traditie', Zwarte Piet of paaseitjes. De ware Nederlandse aard ligt juist in verdraagzaamheid en godsdienstvrijheid, stelt Klaver in De empathische samenleving (De Bezige Bij, 12,99).

Gijs Herderscheê
Jesse Klaver. Beeld anp
Jesse Klaver.Beeld anp

Dat moet de basis zijn voor hernieuwde gemeenschapszin, stelt Klaver. 'Wat verbindt ons? Die vraag probeer ik te beantwoorden.' Na zijn eerste boek van vorig jaar, Tegen het Economisme, is dit een poging om zijn gedachtegoed te verbreden. Hij maakt zich vooral zorgen over de verharding van het debat en de groeiende tegenstellingen in de samenleving. 'Wilders en Rutte zeggen dat Nederland wel Nederland moet blijven, maar de kern van ons land bescherm je niet door je te verzetten tegen een roetveegpiet of tegen de islam.'

In zijn essay betoogt hij dat in de Verenigde Staten en Frankrijk het debat veel scherper gaat over de kernwaarden die in de geschiedenis door deze landen zijn bevochten. In Nederland wordt nieuwe Nederlanders daarentegen bij de inburgeringscursus als kernwaarde geleerd dat hier bij de thee een droog koekje wordt geserveerd. 'Wij voeren een debat over een atractie in een pretpark (de omstreden Monsieur Cannibale in de Efteling, red.) en of moslims wel of niet handen moeten schudden.'

Daarmee wordt de Nederlandse identiteit veel te beperkt gedefinieerd: 'Ik vind het armoedig dat we zo weinig teruggrijpen op onze geschiedenis. Die kent vele hoogtepunten maar ook vele zwarte bladzijden.' Het gaat Klaver bij de hoogtepunten om 'de waarden die met politieke strijd deel van onze identiteit zijn geworden'. 'Dan zie ik Nederland als een gidsland, als een land dat voorop heeft gelopen in het bevechten van vrijheid en democratische rechten.'

Land van mondige burgers

Daarvoor grijpt hij terug op de Acte van Verlatinghe uit 1581 waarin Nederland de heerschappij van de Spaanse koning Filips II verwierp. Zeven Nederlandse provincies werden een republiek. 'Revolutionair, toen en nu nog steeds', zegt Klaver. 'Als de heerser niet in het belang van het volk regeert, kiest het volk een andere leider. Wij zijn niet een land van sterke leiders maar van mondige burgers.'

Na de Acte werd in de Unie van Utrecht de vrijheid van godsdienst verankerd. 'Dat hebben we daarna bevochten in de Tachtigjarige Oorlog. We zijn een land van minderheden waarin we respect hebben voor elkaar. Dat heeft ons enorm veel goeds gebracht. Maar we moeten wel blijven luisteren naar elkaar. Niet alleen zenden maar ook ontvangen. Dat hebben we eeuwen geleden al vastgelegd en daar moeten we trots op zijn. En we moeten het ook in de praktijk brengen.'

Meer over