Jerommeke Blijlevens staat er eindelijk, op de vijfde dag

In elke pleisterplaats van TVM tijdens de Tour de France springt hij in het oog, de teamposter waarop één wielrenner centraal staat....

Van onze verslaggever

Jaap Visser

ALENÇON/LE HAVRE

De coureur met de gelukzalige grijns op het gelaat is Jeroen Blijlevens en die is dit jaar voor het eerst in de Tour. Pas gisteren, in Le Havre, durfde de jonge sprinter uit de ploeg van Priem voor het eerst een klein beetje te lachen. In de dagen ervoor had hij zich doodgeschaamd voor zijn trage gang door Bretagne en zelfs ernstig aan afstappen gedacht.

Jeroen Blijlevens, 23 jaar, geboren in het midden-Brabantse Rijen, is een sprinttalent dat in het voorseizoen zo rap was dat hij tot de nieuwe Van Poppel werd uitgeroepen. Ook Cees Priem was danig ondersteboven van het dynamische lefgozertje dat zomaar zeven overwinningen bij elkaar sprintte. De ploegleider van TVM, die de tweedejaarsprof dit najaar voorzichtig wilde laten rijpen in de Spaanse Vuelta, beloonde Blijlevens met een uitverkiezing voor de Tour. Jerommeke, zoals zijn ploegmakkers hem noemen, was bijzonder vereerd.

Maar in de eerste dagen van de rondrit door Frankrijk kleurden de kaken van de debutant rood van schaamte. Over de proloog deed hij een minuut langer dan winnaar Durand, en toen Baldato zondag de eerste sprint won, fietste hij minuten achter het peloton. Ook bij het losbarsten van de tweede spurt, gewonnen door Cipollini, was Blijlevens in geen velden of wegen te bekennen.

Maar het ergste van alles was de ploegentijdrit van dinsdag, toen hij voor de vierde keer op rij moederziel alleen aan de meet kwam. Twee keer verscheen de zwakste schakel in de keten van TVM op kop, maar daarna moest hij vreselijk lossen. Priem: 'Het leek wel alsof Jeroen er als een speer vandoor ging. Alleen, wel de verkeerde kant op.'

Nadat de afvaller Alençon nog net binnen de tijdslimiet had gehaald, was het oordeel van de ploegleider hard. Priem betuigde spijt van zijn beslissing Blijlevens in Frankrijk voor de leeuwen te slingeren. 'Want de Tour komt te vroeg voor hem.'

Voor aanvang van de vierde etappe, Alençon-Le Havre, verzucht de nummer 178 van de algemene rangschikking: 'Ik had die zeven koersen beter niet kunnen winnen. Nu is er van alle kanten kritiek omdat ik niet kan voldoen aan het verwachtingspatroon. Maar dat is veel te hoog. Toen Leon van Bon vorig jaar in zijn eerste Tour ook achter elkaar werd gelost, maakte niemand zich daar druk om.

'Het is klote, zwaar klote, om in zo'n ploegentijdrit al zo snel te moeten afhaken. Dan realiseer je je hoeveel kracht je nog te kort komt en dat je nog helemaal niks voorstelt. Ik voelde de blikken in m'n rug: daar gaat die gozer die dacht dat-ie er al was omdat hij van 't voorjaar een paar keer heeft gewonnen.

'De Tour is een keiharde, maar wel een goede leerschool. Ik moet het hier zo lang mogelijk zien vol te houden. Elke etappe die ik mee kan pakken, is goed voor m'n ervaring. Ik ga ook zeker niet afstappen omdat ik me niet kan mengen in de massasprints.'

Blijlevens' steun en toeverlaat in de grote enge Tour is de Vlaamse routinier Hendrik Redant, in de koers en aan tafel de gangmaker van de ploeg Priem. 'De meesten zien Hendrik als een rare kwibus, maar hij kan heel serieus zijn. We liggen bij elkaar op de kamer en hij is echt met mij begaan.'

'Da's mijn aard', zegt Redant aan het vertrek in Alençon. 'Ik ben nogal sociaal, zeker voor een wielrenner. Op Jeroen zit momenteel te veel stress en dat probeer ik weg te trekken. Hoe? Door op de kamer niet over de Tour, maar over koetjes en kalfjes te kleppen. En voor de rest zeg ik 'm: u moet uw gemak houden en op een dag bent u er doorheen. Als hij 't vandaag en morgen vol kan houden, zie ik 'm vrijdag, in de rit naar Charleroi, mee vooraan spelen.'

Voor Redant staat vast dat Blijlevens een spurter van het zwaarste kaliber kan worden. 'Ik weet niet hoever zijn karakter reikt, maar in potentie is hij een grote. Binnen de ploeg wordt dat algemeen erkend en daarom wordt er voor hem gereden zodra hij zich maar een beetje goed voelt. Zoals in de Ronde van Midden-Zeeland. Die dag was ik zo sterk dat ik wel zelf had kunnen winnen. Maar toch wordt dan probleemloos de kaart Jeroen getrokken.'

Wat luttele uren later zowaar ook in de straten van Le Havre gebeurt. Blijlevens blijkt in de rit door Normandië de vermoeidheid uit zijn benen te hebben getrapt en omdat een vluchtpoging van Nijdam is verijdeld, wordt hij in de finale door Skibby, Hamburger en Hoffman op sleeptouw genomen. Maar de poging van de drie TVM'ers hun sprinter te lanceren wordt ruw verstoord door de brute valpartij die Jalabert zijn gele trui kost.

Toch weet Blijlevens zich nog naar de tiende plaats te reppen. Opgelucht meldt hij zich bij het mobiele rennerskwartier van zijn ploeg. 'Ik geloof dat ik er doorheen ben. Typisch iets voor een sprinter hè. Vier dagen slecht zijn en dan de vijfde dag er staan. Misschien kan ik nu vrijdag, in Charleroi, wat uitspoken. Volgens Hendrik moet dat kunnen. Waar is-ie trouwens, Hendrik, ik heb 'm de hele dag nog niet gezien. Wat? Gevallen? Naar het ziekenhuis gebracht? Kolere, hard hoor, zo'n Tour.'

Meer over