Jeroen Brouwers deed wat Dirk de Witte wilde

De in Vlaanderen woonachtige schrijver Jeroen Brouwers overweegt een klacht in te dienen tegen het dagblad De Standaard wegens laster....

Van onze medewerker Arjan Peters

Dat er grote overeenkomsten bestonden tussen zijn roman Joris Ockeloen en het wachten (1967) en de roman Dichotomie van een geboorte van de schrijver Dirk de Witte (1934-1970) was al veel langer bekend. Brouwers verklaarde jaren geleden De Wittes boek, dat nooit is gepubliceerd, pas te hebben gezien nadat zijn eigen roman was verschenen.

Naar nu blijkt uit de correspondentie van Angèle Manteau - uit wier bezit een groot aantal brieven, boeken en ansichtkaarten door het Leidse antiquariaat AioloZ op 25 maart in Brussel zal worden geveild - heeft de redactiesecretaris van Manteau, Jeroen Brouwers, de eerste versie van De Wittes roman in augustus 1967 teruggestuurd. Toen De Witte een herschreven versie indiende, was Brouwers' roman inmiddels in oktober 1967 verschenen, en verweet Manteau-redacteur Julien Weverbergh de onfortuinlijke Belg dat zijn boek te veel leek op dat van Brouwers.

Joris Ockeloen en het wachten is een 'nouveau roman' over een man die in de hal van een kraamkliniek op de geboorte van zijn kind wacht. Volgens de monografie Brouwers in Brussel (2000) van Gwennie Debergh ontstond dit boek in 1965 te Laren NH, en werd het voltooid in de jaren 1965-66 te Brussel.

Nadat Brouwers ruzie kreeg met zijn directe chef, de directeur Julien Weverbergh, hetgeen uitmondde in Brouwers' ontslag in 1975, heeft Weverbergh hem al beticht van plagiaat.

Brouwers heeft nu toegegeven dat hij het manuscript van De Witte onder ogen moet hebben gehad. Het feit dat De Witte zijn herschreven roman niet uitgegeven kreeg omdat het zo sterk op Joris Ockeloen leek, zoals Weverbergh in 1968 nog schreef, is schrijnend. Niemand weet waar het manuscript van Dichotomie van een geboorte gebleven is. De Witte pleegde in 1970 zelfmoord.

De Witte feliciteerde Brouwers op 3 november 1967 met zijn roman, zoals valt te lezen bij de brieven die bij AioloZ zijn te lezen: 'Ik kan er geen objectief oordeel over geven, daarvoor ligt het té dicht bij mijn boek met die onmogelijk geleerde titel.' 'A propos, weet je dat in Frankrijk net twee boeken verschenen zijn waarin zich dezelfde situatie afspeelt. Vier op één jaar is toch wel wat veel!'

Begin 1968 verweerde De Witte zich in een brief aan Angèle Manteau tegen Weverberghs veronderstelling dat hij zinnen uit Brouwers' Joris Ockeloen plus Hermans' Nooit meer slapen (1966) zou hebben afgepend, want Hermans had hij niet in handen gehad en Brouwers had hij niet eens in handen kúnnen hebben. Evenwel: 'Van de reminiscenties ben ik mij zéér wel bewust en ik zou ze nog kunnen aanvullen met heel wat andere namen. Misschien lukt het me wel toch eens eerst te zijn. Het is voor mij geen reden om het schrijven op te geven, wél om het lezen op te geven.'

Bepaald niet de toon van iemand die schandalig is belazerd. 'Onze plannen hebben, zonder dat wij dat wisten, elkaar vaker gekruist, maar dit is een onderwerp voor een essay apart', schrijft Brouwers in De laatste deur (1983), de studie die hij maakte uit solidariteit met de zelfmoordenaars in de Nederlandstalige letteren. Het slothoofdstuk van vijftig pagina's is geheel gewijd aan leven en werk van de onfortuinlijke De Witte.

De Witte publiceerde twee verhalenbundels en één roman, de rest bleef ongepubliceerd. Brouwers: 'Het kwaliteitsgehalte is van een pijnlijke middelmatigheid, de taal is onzuiver, de stijl is flets en slordig, wat dit proza uitademt is sentimentaliteit en verveling, voor het grootste gedeelte bestaat dit proza uit kitsch.' Dirk de Witte was een middelmatige maar beloftevolle schrijver, die 'als hij niet zo haastig was geweest met zijn zelfmoord' misschien een geslaagd boek had kunnen voltooien.

Aldus Jeroen Brouwers in 1983. Gezien de grote hoeveelheid aan intieme gegevens die hij over De Witte presenteert, mag het opmerkelijk heten dat hij de zwarte bladzij over het lot dat Dichotomie van een geboorte beschoren was, onvermeld laat. Volgens Brouwers was Joris Ockeloen al in productie toen De Witte zijn manuscript naar Manteau stuurde. In De Morgen van gisteren onderstreept Julien Weverbergh dat de productietijd van een roman toentertijd liefst zes maanden besloeg. Weverbergh noemt de verdachtmaking van plagiaat nu weer vierkant 'lulkoek'.

Dat er vele parallellen tussen de twee romans bestonden, zoals Brouwers zelf ook heeft verklaard, is buitengewoon maar geen uitzondering. Vooralsnog heeft het er de schijn van, dat - net als met het beoogde zelfmoordboek - De Witte wel van alles wilde, maar niet voldoende zelfvertrouwen en talent bezat. Wat hem niet lukte, kon Brouwers we - en die dééd het ook.

Volgende week veilt AioloZ in Brussel een exemplaar van Joris Ockeloen, voorzien van een opdracht van de auteur aan Angèle Manteau ('met dank voor het grote vertrouwen dat zij mij schenkt'). Richtprijs 150 gulden.

Meer over