Jennen met taalvaardigheid

Al op de middelbare school wist Jules Deelder dat hij alles wilde gebruiken wat e was. En dat heeft-ie ook gedaan....

Zijn zestigste verjaardag is pas een feit op 24 november, maar in de geest van de speedy Deelder heeft de eerste viering, op 10 maart in Hotel New York, plaatsgevonden. Kort na de zomer zal de nieuwe dichtbundel Zonder dollen verschijnen, en in november een heuitgave van Deelders verzamelde gedicten (met dvd) onder de titel Renaissance.

'Iedereen kent Deelder. Maar wie kennen ze dan?' schrijft Richard Dekker in het woord vooraf. Hij hoopt dat we de 'mensch' en het oeuvre beter gaan leren kennen. Een nobel streven, maar de meeste bijdragen reiken niet verder dan het ijverig oplepelen van de als vanouds met Deelder verbonden steekwoorden: snel, smetteloze pakken, plat Rotterdams naast archah Nederlands, nachtburgemeester, fascinatie voor Hitler, de bokser Bep van Klaveren en de voetbalclub Sparta, altijd eigen baas geweest en een standwerkerstalent om na een spetterende performance zijn eigen boeken te slijten.

Meer informatie: Deelders vader Arie was vertegenwoordiger in fijne vleeswaren en kende voetbal-legende Faas Wilkes persoonlijk. Een jaar vat Jules debuteerde als dichter met de bundel Gloria Satoria maakte hij onder het pseudoniem Julian the Joint met tekenaar Rob Peters een AC voor de genieter van Marihuana ( & De achtbare hashish). In 1973 ontmoette hij zijn vriendin A.M.C. (Annemarie) Fok, met wie hij in 1985 de dochter Ari kreeg.

Zelf verklaart hij in een interview: 'Ik heb religieuze gevoelens, maar dat heeft niets te maken met georganiseerde religie.' En: 'Voordat ik doodga, zijn er nog veel dingen die ik wil doen. Misschien ga ik nog wel heel vervelende sonnetten schrijven. Ik ga voorwaarts met ergerlijk optimisme. Jennen met taalvaardigheid. Dat wekt wrevel op hier en daar en dat stemt mij goed. In mij ben ik een optimist.'

Waar is die speed dan voor nodig, als Deelder 'in hem' een optimist is, of moet hij die stemming door het duchtig gebruik van roesmiddelen op peil houden? Hoe komt het, dat in een aantal bijdragen wordt gemopperd dat de literaire kritiek Deelder nooit serieus heeft genomen, terwijl het onderwerp zelf zich geen moment als lijdend voorwerp beziet? Is het niet wonderlijk, dat Bertram Mourits de poe van Deelder indeelt 'tussen betrokkenheid en onbewogenheid', hoewel hij behalve een aantal broodnuchtere redy-mades slechts gedicht aantreft dat hij verschrikt 'zelfs ontroerend' noemt om ons vervolgens de tekst van het betreffende vers Op sterven te onthouden?

Passionate laat ons raden. Misschien is dat genoeg. Het wordt nu tijd dat de kritiek zich zonder vooringenomenheid buigt over het oeuvre van dit fenomeen. Want met de vaststelling dat Deelder 'zo raar mogelijk' schrijft (Aafke van Hoof), komen we er niet.

Meer over