Jeanne D'Arc

Dirigent Markus Stenz haalde in Utrecht allerlei moois uit een legertje spreekstemmen.

Ze stierf zes eeuwen geleden op een brandstapel in Rouen: Jeanne d'Arc, het meisje uit Lotharingen dat uitgroeide tot Frankrijks nationale heldin en katholieke heilige. Verdi en Tsjaikovski portretteerden haar in een opera. De meest curieuze toonzetting van dat 19-jarige leven komt voor rekening van de Zwitsers-Franse componist Arthur Honegger. Jeanne d'Arc au bûcher heet zijn oratorium uit 1938, dat zich afspeelt op en om de brandstapel.

Met een gemiddelde van eens per 25 jaar klinkt het in een Nederlandse concertzaal. Of die frequentie snel wordt opgevoerd, is na een uitvoering in de concertserie De Vrijdag van Vredenburg de vraag. Dirigent Markus Stenz haalde in Utrecht allerlei moois uit een legertje spreekstemmen, een handvol solozangers, het Nationaal Kinderkoor, het Groot Omroepkoor en het Radio Filharmonisch Orkest, maar 70 minuten heldendom en godsvrucht eisten hun tol.

Noem het de Lourdesemotie of het bidprentjesgevoel. Honegger scheert erlangs met engelachtig zingende meisjesstemmen. Bij wijze van stralenkrans zet hij bovendien de ondes martenot in, een op elektriciteit draaiend klavierinstrument waarvan de joelende klanken gauw doen denken aan de kermis.

Toegegeven, de zoetigheid wordt opgediend in de smakelijke context van jazz, volksmuziek, neobarok en circusroffels. Sterk zijn de duister schurende openingsmaten; uitgekookt is het contrast met het slot, wanneer Jeanne tijdens een muzikaal inferno verandert van vierge (maagd) in cierge (kaars).

Net als de bonte stijl kan het gesproken woord de muziekliefhebber desoriënteren. De twee belangrijkste rollen, die van Jeanne en van de broeder die haar bijstaat, worden gereciteerd in afstandelijk Frans. Andere drempel: de librettist Paul Claudel veronderstelt Jeannes voorgeschiedenis bekend. Wie niet weet dat haar aanklager Cauchon heette (klinkt als cochon, varken), kijkt bij knorrende koorstemmen raar op.

Voor de titelrol had Guillemette Laurens een maliënkolderachtige tuniek aangetrokken. De voornaamste zangpartij, aanklager Porcus, werd door de Amerikaanse tenor Donald Litaker fraai vertolkt. Jammer als Jeanne d'Arc au bûcher opnieuw voor een kwarteeuw in de kast zou verdwijnen. Gezocht: een dirigent die, sluwer dan Markus Stenz, uit de brokstukken een verpletterend oratorium smeedt. Want ergens tussen bidprentje en kermis schuilt een meesterwerk.

Arthur Honegger: Jeanne d'Arc au bûcher. Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Markus Stenz. Utrecht, Vredenburg Leidsche Rijn, 24/1

Meer over