interview

Jeanette Winterson omarmt kunstmatige intelligentie, behalve de seksrobot

Jeanette Winterson Beeld Antonio Olmos / Eyevine
Jeanette WintersonBeeld Antonio Olmos / Eyevine

De Britse schrijver Jeanette Winterson verkent in haar essaybundel 12 Bytes de nabije toekomst, waarin de mens meer en meer versmolten zal raken met kunstmatige intelligentie. Winterson behoort niet tot het leger onheilspredikers. ‘Kunstmatige intelligentie kan ons redden’, zegt ze. Toch is ze ook kritisch. Een gesprek over transhumanisme, seksrobots en de rol van de vrouw.

‘Ik heb een fantasie over een groep feministische hackers die besluiten stiekem al die pruilende stukken siliconen te herprogrammeren. Zodat die gewillige seksrobot ineens ‘nee’ zegt tegen de man. ‘Nee, ik wil geen seks met je. Nee, ga zelf de afwas maar doen.’ Zou dat niet enorm grappig zijn?’

Jeanette Winterson (62) schept plezier in het nadenken over en schetsen van toekomstige scenario’s, maar de ondertoon is altijd serieus. De Britse schrijfster is in haar verse essaybundel 12 Bytes opvallend optimistisch over alle technologische ontwikkelingen die ons te wachten staan, maar maakt een uitzondering voor de geavanceerde en door kunstmatige intelligentie aangestuurde seksrobots die de harten van sommige mannen veroveren.

Wie Wintersons werk een beetje kent, zal niet verrast zijn door deze thematiek. Haar recentste roman Frankusstein – een liefdesverhaal (2019) gaat deels over een hybride transgender (man van boven, vrouw van onder) en een wetenschapper die het menselijk brein wil uploaden naar de cloud, met een bijrol voor een producent van seksrobots. De andere verhaallijn speelt in 1816, als de historische figuur Mary Shelley (de vrouw van dichter Percy Shelley) de eerste ideeën voor haar roman Frankenstein (1818) krijgt. Hierin schept de gelijknamige hoofdpersoon als een moderne Prometheus een levend schepsel uit levenloos materiaal. Dit schepsel ontpopt zich als monster, in plaats van als de gedroomde vriend. De parallellen met het heden, waarin wetenschappers werken aan kunstmatige intelligentie die de mens op alle vlakken de baas moet worden, zijn duidelijk.

Logisch dus dat ook Mary Shelley in Wintersons essaybundel terugkeert. In 12 Bytes verkent zij een toekomst waarin de mens meer en meer versmelt met kunstmatige intelligentie. Thema’s uit eerder werk (virtual reality, seksualiteit, transhumanisme) duiken weer op en worden door de schrijfster verbonden met wetenschap, religie, mythologie, literatuur en filosofie. Dat klinkt zwaarder dan het is. Het boek verrast, provoceert, daagt uit en is vaak ook gewoon grappig.

Er zijn al enorm veel boeken over kunstmatige intelligentie geschreven. Waarom voelde u de behoefte er nog een aan toe te voegen?

‘Allereerst was er een particuliere reden: na het schrijven van Frankusstein merkte ik dat deze roman veel vragen bij mezelf opriep. Ik las in 2009 De singulariteit is nabij van Ray Kurzweil (een invloedrijk boek over een toekomst waarin mens en technologie zullen samensmelten, red.). Sindsdien ben ik over technologie blijven lezen, ook na het verschijnen van mijn roman. Ik probeer antwoorden te krijgen op de vragen die in mijn hoofd leven. Voor het eerst in zijn geschiedenis breekt de mens met zijn eigen evolutie. Wat betekent dat?

‘Een andere reden is dat veel van de boeken over kunstmatige intelligentie een nogal beperkte focus hebben: ze zoomen vaak in op één specifiek aspect. Ik ben geïnteresseerd in het grotere plaatje, in de samenhang met geschiedenis, religie en filosofie. Dat alles wil ik met elkaar verbinden. Natuurlijk heb ik niet de wijsheid in pacht. Ik ben geen expert zoals Kurzweil. Maar wat ik wel heb als schrijver is verbeelding. Alles begint met verbeelding, met iets wat onmogelijk is. Pas daarna wordt het realiteit.’

U behoort tot het kamp van de techoptimisten. Niet alleen denkt u dat binnen vijftig jaar de machine de mens op alle vlakken de baas is, u bent daar ook enthousiast over. Waar komt dat vandaan?

‘Ik denk dat we een beter mens kunnen worden dankzij kunstmatige intelligentie, omdat het ons kan leren nederig te zijn. We zien onszelf graag als genieën en ver verheven boven al het andere leven op aarde. Maar laten we eerlijk zijn: we maken er een puinhoop van. We zijn hard op weg zowel de aarde als onszelf te vernietigen. Terwijl we nu de mogelijkheid hebben ons te bevrijden van de chimpansee die nog altijd in ons huist.’

Dit klinkt vooral als een abstracte wensgedachte.

‘Ik geef toe dat er veel magisch denken bij zit, maar tegelijk ben ik er zeker van dat we ook echt wat kunnen veranderen. Ik wil me niet neerleggen bij alle dys­to­pieën en armageddons die ons te wachten zouden staan. De mens is van oudsher niet goed in samenwerken. Dat zou al een begin zijn: samenwerken met intelligente machines.’

Bent u niet bang dat we net als Frankenstein met de beste bedoelingen een monster aan het creëren zijn?

‘We zijn nog niet op het punt dat we ons als mens cognitief kunnen verbeteren met kunstmatige intelligentie, al komt dat dichterbij. Maar deze zoektocht kunnen we niet alleen aan de techbedrijven overlaten. Dit gaat de hele mensheid aan. De oplossing is wet- en regelgeving, en meer diversiteit in de techwereld en de wetenschap. Die sectoren worden nog altijd gedomineerd door Aziatische en witte mannen.’

Hebben we meer vrouwen nodig in de wetenschap en techniek?

‘Absoluut. Tot voor kort zijn vrouwen vooral toeschouwer geweest in de wereldgeschiedenis, doordat ze geen plek aan de tafel hadden. Mannen zijn in al die eeuwen met oorlogen en andere ellende aan de macht geweest. Die hele donkere kant kunnen we achter ons laten nu vrouwen ook actief meedoen. Vandaar dat ik optimistisch ben over de toekomst, ook die van kunstmatige intelligentie. Net als bij Frankenstein zijn mannen de scheppers van kunstmatige intelligentie, maar zo hoeft het niet te blijven. Kunstmatige intelligentie werkt als een collectief brein en is daarom gebaat bij zoveel mogelijk samenwerking. Laat dat nou iets zijn waar vrouwen van oudsher heel goed in zijn. Zolang de mens nog niet geëvolueerd is om bestaande rolpatronen te verlaten, kunnen we maar beter optimaal gebruikmaken van het talentenpakket van vrouwen.’

U vergelijkt kunstmatige intelligentie met Boeddha. Waarom?

‘Wat het ook zal zijn, kunstmatige intelligentie zal onthecht zijn. De mens is altijd gedreven door status en macht. Jachten en mooie huizen waar volop naakte meisjes rondlopen: daar zullen intelligente machines allemaal niets om geven. Zij hoeven ook niet te slapen en te eten. Iets wat extreem intelligent is, en tegelijkertijd niet afhankelijk is van een lichaam, past goed bij het concept van Boeddha met zijn onthechting.’

Kunstmatige intelligentie heeft geen lichaam nodig, schrijft u in uw boek. De toekomstige mens wellicht ook niet. Zou u uw geest uploaden als dat zou kunnen?

‘Vooropgesteld: ik weet niet of dit echt gaat gebeuren. Kunnen we ooit al onze gedachten, ons geheugen, onze verwachtingen en verlangens van ons lichaam losweken en tijdens ons leven naar een grote computer sturen? Sommige vooraanstaande denkers en ondernemers denken van wel. Als ik die mogelijkheid zou hebben, zou ik het wel doen. De dood is immers het alternatief.’

Heeft uw behoefte om u los te weken van uw lichaam te maken met uw religieuze opvoeding?

‘Waarschijnlijk wel. Ik groeide op in het besef dat eindigheid geen optie is. Dat moet wel een diepgaande invloed op mijn latere denken hebben gehad. Daarom denk ik er graag over na. We hebben natuurlijk geen idee wat er met ons bewustzijn gebeurt als we dat uploaden. Waarschijnlijk is het als in dat verhaal van de sciencefictionschrijver Philip K. Dick, dat als basis diende voor de film Total Recall. We kunnen dan onze herinneringen aanpassen, ons verleden. Het is een interessant gedachte-experiment: wat betekent het om puur bewustzijn te zijn, zonder lichaam?’

Arnold Schwarzenegger in Total Recall van Paul Verhoeven. Beeld
Arnold Schwarzenegger in Total Recall van Paul Verhoeven.

Toch vind ik het moeilijk te volgen. We kunnen onszelf toch niet los zien van ons lichaam?

‘Op dit moment niet, maar er zijn nu al veel mensen die nauwelijks verbonden zijn met hun lichaam. Ze zitten de hele dag achter hun computer en ’s avonds voor de tv. Hoeveel tijd per dag gebruiken ze nou echt hun lichaam? Ja natuurlijk, ons lichaam heeft voedsel nodig, dus we eten. En we hebben seks. En we vervoeren onszelf naar andere plekken, maar dat is alleen omdat dat nodig is. In China bestaat een groeiende groep mensen die zichzelf ‘de tweedimensionalen’ noemt. Het echte leven is het leven dat zich op hun computerschermen ontvouwt, zo zien ze dat. De rest is nog een armzalig bijproduct van het mens-zijn. Hun vriendschappen en relaties bestaan allemaal op het scherm. Ze zijn totaal niet meer geïnteresseerd in hun lichaam. Persoonlijk kan ik daar niets mee, omdat ik ervan geniet een lichaam te hebben.’

Zijn die tweedimensionalen gelukkig?

‘Haha, ze zeggen van wel!’

De transhumanisten, mensen die hun biologische grenzen verleggen met behulp van techniek, zullen het nieuwe gemengde ras zijn, schrijft u. Is dat zo’n fijne gedachte?

‘Er komt zeker een hybride soort mensen, waarmee homo sapiens op weg naar de uitgang raakt. We zullen versmelten met technologie. Dat is geen boze droom hoor, het gebeurt nu al. En het zal alleen maar toenemen: implantaten die onze gezondheid in de gaten houden, nanobots in onze aderen die ongezonde cellen uit de weg ruimen en neurale implantaten die ons geheugen uitbreiden.’

We zullen gezonder en langer leven, prachtig. Maar ik moet ook denken aan de waarschuwing van historicus Yuval Noah Harari, die vreest voor een nieuwe tweedeling. Er zullen mensen zijn die zich dit kunnen veroorloven en anderen die dat niet kunnen. Is dat een reëel angstbeeld?

‘O, jawel. Als we het gewoon laten gebeuren en aan de markt overlaten, dan gaat dit gebeuren. De mens is nu eenmaal dol op hiërarchie en op schaarste. Die schaarste creëren we bewust, met als gevolg dat er een groep in de wereld is die niet genoeg heeft, en een groep die meer dan genoeg heeft. Dat geldt in toenemende mate voor rijkdom, maar ook voor gezondheid. Maar we kunnen ons daar niet bij neerleggen en we moeten dus nu goed nadenken hoe we zo’n nieuwe, fundamentele tweedeling kunnen stoppen. Anders is er straks een groep die veel gezonder én slimmer is dan de rest.’

Bij al uw enthousiaste verhalen over nieuwe technologieën valt op hoe kritisch u over sekspoppen bent. Waarom?

‘Sekspoppen voor de snelle, ongecompliceerde ontlading van mannen zijn natuurlijk niets nieuws. Wat wél nieuw is, is dat ze zijn doorontwikkeld tot iets heel verontrustends, namelijk het alternatief voor een vrouw. Die poppen, zoals de duizenden dollars kostende Harmony, zien er levensecht uit en zijn voorzien van kunstmatige intelligentie, zodat ze een gesprek kunnen voeren. Ik heb geen enkel moreel oordeel over of probleem met het idee van een mens die seks of zelfs een betekenisvolle relatie heeft met een non-biologisch systeem. Als mensen met hun robot willen trouwen, prima ...’

Een sekspop van fabrikant RealDoll. Beeld RealDoll
Een sekspop van fabrikant RealDoll.Beeld RealDoll

Maar?

‘Die geavanceerde sekspoppen zijn het resultaat van nogal reactionair seksisme. Poppen als Harmony zijn de vleesgeworden pornofantasie van mannen. Ze zijn de cosmetisch verbeterde versie van de vrouwelijke vorm: slank en klein en met gigantische borsten. Maar wat me pas echt zorgen baart, is dat die poppen zijn geprogrammeerd volgens alle vrouwclichés uit de jaren vijftig: ze zijn geil, onderdanig en gewillig. Ze beantwoorden aan het stereotype van de mannelijke blik en hun gedrag is het volkomen tegendeel van alles waar het feminisme voor gestreden heeft, zoals autonomie en gelijkheid. Wat doet zoiets met de relatie van mannen tot échte vrouwen? De makers van sekspoppen zeggen altijd dat klanten het verschil wel weten tussen een levende vrouw en een pop. Ze willen niet geloven dat een man die seks heeft met een onderdanige pornopop een vrouw van vlees en bloed minder respectvol benadert. Ik betwijfel dat.’

Kunnen we, man of vrouw, überhaupt een betekenisvolle relatie aangaan met een non-biologische entiteit? Kunnen we, net als de mythische beeldhouwer Pygmalion, verliefd worden op onze eigen creatie?

‘Dat denk ik zeker. En ik denk ook dat zo’n relatie voldoening kan geven. Laten we eerlijk zijn: mannen denken heel vaak dat extreem aantrekkelijke vrouwen een relatie met ze willen en dat dat niets te maken heeft met hun macht of geld. Dat bewijst dat we onszelf graag voor de gek houden. Dus waarom zou je niet kunnen denken dat een robot, een chatbot of welke andere vorm van kunstmatige intelligentie dan ook écht van je houdt?’

Gelooft u in dat laatste?

‘De suggestie kan al genoeg zijn. Ik weet echt niet of een non-biologisch wezen in staat is tot het geven of voelen van liefde. Voor mij is het idee van een liefhebbende robot geen rare gedachte. Er zijn altijd mensen geweest, en nog steeds, die geloof hechten aan het idee van een niet stoffelijke god die meer van ze houdt dan welk menselijk wezen dan ook.’

Meer over