Column

Je zult het met het moment moeten doen

Jaren geleden bezocht ik een voorstelling van dichtersgezelschap Concordia. Warm geworden door alle mooie woorden, de rode wijn zal er ook mee te maken hebben gehad, vroeg ik de zanger na afloop of ze ook cd's verkochten, dan kon ik er thuis nog eens naar luisteren. Die zanger was Huub van der Lubbe en het antwoord was nee, waarna hij geheel op z'n Huub van der Lubbes verzuchtte: 'Je zult het met het moment moeten doen.'

Eva HoekeBeeld Robin de Puy

Ik dacht daaraan toen ik vorige week een paar dagen doorbracht op Terschelling. In een verbouwde boerderij in het dorpje Formerum vierden we de verjaardag van mijn moeder, die 65 werd en daar in het geheel niet onder lijdt, zodat wij volop taart aten, wijn dronken, boeken lazen, yahtzee speelden en Ben, mijn moeders vriend, zelfs meezong met het Ave Maria, want die man hoeft zich qua stem nergens voor te schamen, zeker niet na twee of drie Juttersbittertjes. Wanneer we niet binnen waren, fietsten we het eiland over, zagen we meer schapen dan mensen - het voordeel van in de herfst jarig zijn - en als we niet fietsten dan wandelden we, hele stukken, langs het strand, door het bos en over de dijk, door weer en wind en zonder één keer te klagen.

En dat was vreemd.

Want thuis háát ik wandelen.

Fietsen niet, dat gaat min of meer vanzelf en je ziet nog eens wat, maar wandelen gaat me te traag, en van het uitzicht of de frisse lucht hoef ik het ook al niet te hebben want ik woon naast de A10. Spelletjes, zelfde verhaal. Duren te lang, de kaartjes kleven en de deelnemers zijn vaak te fanatiek en terwijl je zit te wachten tot de ander eindelijk klaar is met gooien, denk je aan al die dingen je in de tussentijd had kunnen doen, zoals slapen, in de kroeg zitten, of een boek lezen. Want dat vind ik wel leuk, een boek lezen, maar dan weer liever niet in gezelschap, want dan tettert iedereen er voortdurend doorheen en kun je net zo goed tv-kijken.

Waarom vond ik dat op Terschelling dan allemaal wél leuk? Waarom hoorde ik mezelf daar dingen zeggen als: 'Nou, toch lekker om even een frisse neus te halen' en: 'Wat zullen we vanavond slapen, jongens' en: 'Doen we nog een potje?' En was ik dat, die tegen elke in windjack gestoken tegenligger vrolijk 'goedendag' zei?

Jazeker, dat was ik, dezelfde vrouw die elke ochtend nog voor het licht werd naar de lokale Jumbo liep voor een kraakvers Zuiderlicht, die moest lachen om de flauwe grappen die de Man daar op het krijtbord zette, en ik hoorde mezelf zelfs 'o ja?' antwoorden op de mededeling van mijn moeder die, nadat ze een tijdje in de welkomstmap van de boerderij had zitten lezen, zei dat het Finse woord voor sauna funne is. Zo'n huisje op Terschelling deed iets met je, kortom, en terwijl ik met kinderwagen en al door windkracht vijf ploegde, nam ik me voor om die nieuwe dankbaarheid, want iets anders kon je het niet noemen, thuis voort te zetten.

Helaas. Thuis is regen gewoon regen. Is yahtzeeën met z'n tweeën niks aan. En toen ik drie kilometer omreed voor de Jumbo om daar van dat lekkere brood te kopen, moest de filiaalmanager eraan te pas komen, maar ook hij wist van niks, het betrof hier waarschijnlijk 'een lokale specialiteit'.

En toen dacht ik dus aan Huub, met z'n moment.

Reageren? eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over