'Je ziet het verhaal in het hier en nu ontstaan'

DoorAnna van den Breemer

'Tijd en ruimte bestaan niet. De fantasie heeft maar een heel klein plekje werkelijkheid nodig. Alles kan gebeuren, alles is mogelijk...' FANNY


Een blauwe pop met hangend hoofd, lederen koffers, trommels en in de hoek een rij plastic hoofden met daaroverheen kleurige pruiken gespannen. Te midden van een zee aan rekwisieten wordt er op deze donderdagmiddag door theatergezelschap De Toneelmakerij gerepeteerd in de Papaver studio's in Amsterdam-Noord. Nog tweeënhalve week tot aan de première. 'Het kostuum, de baard, ik heb er last van. Het is te veel', verzucht acteur Peter van Heeringen, die de als kabouter verklede oom Gustaaf Ekdahl speelt. Artistiek leider en regisseuse Liesbeth Coltof sust: 'Laten we niet direct conclusies trekken uit deze doorloop.'


Niet het spel van de acteurs, maar de decorwisselingen staan vandaag centraal. Grote ijzeren karren zijn de basis voor het decor. Het zijn net kleine kamertjes, met Perzische kleden op de vloer, een stoel of tafel. De grote vraag: hoe moeten de karren, met daarin alle spullen en acteurs, het podium worden opgereden? Het is zoeken. Eerst in rechthoeken, geduwd door de mannen van de techniek. Regisseuse Coltof is nog niet tevreden. 'Dat zei ik toch al', roept iemand. 'Soms moet je het de mensen zelf laten ontdekken', aldus Coltof.


Acteur Daniël van Klaveren (27), vaste speler van De Toneelmakerij, heeft zijn gemakkelijke capuchontrui ingeruild voor het matrozenpakje van Alexander. 'Normaal denk ik eindeloos na over hoe ik een nieuwe rol wil neerzetten.' Dit keer zei Coltof tegen hem: doe maar niet, laat het maar gebeuren. 'Ik ben blanco de repetities ingegaan. Ik ben enkel gaan reageren op de andere spelers.'


Hoe maak je van een legendarische film, waar de camera de subtielste gezichtsuitdrukkingen van hoofdpersoon Alexander vangt, theater? 'Door er los van te komen', is het antwoord van dramaturg Paulien Geerlings. De cast heeft bewust de film nooit samen gekeken. Voor sommigen is het alweer anderhalf jaar geleden dat ze Bergmans versie zagen.


Huisauteur Roel Adam bewerkte de film, waarin niet Alexander maar de kleine Fanny het publiek bij de hand neemt. In de film speelt het eerste deel zich af rond het kerstfeest, in het grote huis van de kleurrijke theaterfamilie Ekdahl en later in hun theater, waar men het kerstspel opvoert. Geerlings: 'Voor op het toneel zijn die twee locaties te ingewikkeld. Het kerstspel hebben we er helemaal uitgelaten.' In de bewerking draait het eerste deel om Shakespeares Hamlet.


'We lopen uit', zegt Coltof terwijl ze op haar horloge kijkt. Peinzend: 'Ik moet er iets gaan uitgooien, het stuk is nog te lang.' De acteurs zijn onrustig, in de kleine, chaotische ruimte te midden van alle spullen. 'We moeten gewoon naar het theater', zegt Geerlings. Taart en bier worden op tafel getoverd, waar zojuist nog de eindscène is gespeeld.


'Nu zijn je afschuwelijke praatjes nog de leugens van een kind. Maar straks ben je volwassen. Het is de liefdevolle straf, waardoor jongens zoals jij van de waarheid gaan houden.' STIEFVADER EDWARD VERGERUS


Pats, pats, pats. Daniël van Klaveren, in de rol van Alexander, krijgt van zijn stiefvader een flink pak slaag omdat ie gelogen heeft. Na het plotselinge overlijden van zijn vader verhuist Alexander samen met zijn zusje Fanny, gespeeld door Lotte Rischen (24), naar het kille huis van de nieuwe man van hun moeder, dominee Edward Vergerus. Alexanders jeugdige verbeeldingskracht, die zo gewaardeerd werd in zijn familie, staat haaks op het strenge huishouden van de dominee. Het huis symboliseert repressie en soberheid, waar fantasieën opeens leugens zijn die gestraft moeten worden. 'Een droevig verlies' zegt regisseuse Coltof. 'Maar ook goed. Alexander krijgt eindelijk tegengas, pas dan ontwikkel je je. Het hoort bij volwassen worden.'


Ondertussen klinkt een weemoedige melodie, gecomponeerd door Beppe Costa, die ook de rol van familievriend Isaak speelt. 'De makkelijke weg zou zijn om gruwelijke muziek te kiezen, het te dramatiseren', vertelt Costa. Hij koos ervoor een stuk met de harp te maken, als tegenstelling tot wat er eigenlijk aan de hand is. Het drama zit in het contrast. 'Met dit liedje stroomt zijn kindertijd uit hem weg. Het is zijn laatste strijd tegen zijn stiefvader.'


In Fanny en Alexander is het makkelijk om de dominee te haten. Beppe Costa ziet dat anders. 'Hij heeft ook zijn kracht, anders zou Emilie Ekdahl niet op hem verliefd kunnen worden. Hij biedt haar waar zij naar op zoek is: eenvoud, structuur, zonder toeters en bellen. Hij gelooft in God. Het gaat over grotere thema's dan bij haar flamboyante familie.'


De wereld van de kleurrijke theaterfamilie Ekdahl is een tolerante wereld, waar mensen die anders zijn zonder morren geaccepteerd worden. Oom Gustaaf, bijvoorbeeld, die het openlijk met de kleedster doet, omdat hij nou eenmaal een onuitputtelijk libido heeft. Het is dat veilige wereldje dat wordt ingeruild voor een nieuwe omgeving waar geen plek is voor mysterie en fantasie.


'We zijn omringd door talloze werkelijkheden, Alexander. Ze lopen dwars door elkaar heen. Het wemelt hier van de spoken en geesten, demonen, schimmen, engelen en duivels. Zelfs de kleinste steen heeft een eigen ziel. Alles leeft, alles is God of een gedachte van Hem; niet alleen het goede maar ook het aller-aller-slechtste.' DE JOODSE KOOPMAN ISAAK


Precies een week later, nog anderhalve week te gaan tot de première: vanuit de zaal klinkt het tikken van de toetsen van het mengpaneel. Het is de eerste keer dat de spelers het tweede deel van het toneelstuk spelen in de grote zaal van de Haarlemse Stadsschouwburg. Galmende stemmen, zwarte silhouetten.


Bij iedere scènewisseling lopen de mannen van de techniek het podium op. In Fanny en Alexander geen gepruts weggestopt in de coulissen. Als een acteur van kostuum wisselt of de rolstoel van de monsterachtige tante Elsa wordt opgereden door het zaal personeel, dan gebeurt dat gewoon openlijk op het toneel. 'Alle decorwisselingen moeten zichtbaar zijn', vertelt Coltof. 'Om de kinderen die de theaterwereld niet kennen een beeld te geven van wat er allemaal bij komt kijken. Het toont de magie van het toneel.' Haalt het zichtbare niet juist alle magie weg? 'Nee', zegt Liesbeth Coltof resoluut. 'Je ziet pal voor je neus hoe iemand kan transformeren tot een nieuw personage. Beppe Costa doet een mutsje op en is plots de oude jood Isaak.' Het toneelstuk is ook een ode aan het theater en de verbeeldingskracht. 'Dat maakt theater anders dan film. Je ziet het verhaal in het hier en nu ontstaan. In film blijft dat verborgen.'


Dan gaat iedereen boven in de kantine eten. Guus van Geffen, verantwoordelijk voor het decorontwerp, is intussen bezig alle rekwisieten in de ijzeren karren te schikken. Alles komt van tweedehands winkels en marktjes. Van Geffen grinnikend: 'Voor mijn werk koop ik al jarenlang spullen waar ik niet voor hoef te betalen.'


'Wanneer je een mens van zijn dromen berooft wordt hij krankzinnig en begint hij om zich heen te slaan. Laten we samen de dromen in deze wereld een kans geven in plaats van ze te vermorzelen.' OOM GUSTAAF EKDAHL


De kabouterscène, op het einde van het toneelstuk, is niet meer. Liesbeth Coltof heeft 'm vanmorgen de nek omgedraaid. 'Het voelde als oponthoud. Je bent als publiek toe aan het einde, de ontknoping. En dan komt er opeens nog een scène tussendoor.'


De spelers zijn teleurgesteld. Het is een slopende week. Het is zo'n moment dat in elke productie weer terugkomt, zo'n moment waarop je je afvraagt of het allemaal nog goed komt. Vandaag heeft Coltof, die vanuit het rode pluche aanwijzingen in een microfoon roept, stoere gympen aangetrokken. 'Het heeft direct effect op hoe je je voelt. Kordaat, hup het kabouterstuk schrappen. En ik kan heel hard wegrennen als de spelers me boos achterna komen.'


In de geschrapte scène repeteerde de Familie Ekdahl in het eigen theater een toneelstuk over kabouters. 'Want' , zegt grootmoeder Helena Ekdahl, 'dat is nu eenmaal wat de mensen willen. De concurrentie is moordend. Niemand bekommert zich om kwaliteit.'


De scène gaat tegelijkertijd over de huidige situatie in theaterland. Lekker lachen, het mag vooral niet te moeilijk zijn. Voor een voorstelling als Fanny en Alexander bleek het lastig om een grote zaal geboekt te krijgen. 'Jip en Janneke of Het Huis Anubis, dat zijn de populaire namen die iedereen naar de theaters trekt', zegt Coltof. Mensen vinden Fanny en Alexander te onbekend, te kunstzinnig, misschien. 'Maar de magie van het theater zit 'm juist in de kleine dingen, zoals de jonge Alexander dat laat zien.'


Meer over