‘Je weet nooit wanneer de leiders in Marokko de zenuwen krijgen’

De hoofdredacteur van twee populaire tijdschriften schuwt kritiek op de koning niet...

Van onze correspondente Greta Riemersma

Hoofdredacteur Ahmed Benchemsi is weer een vrij man. De rechtszaak tegen hem die zoveel tumult in binnen- en buitenland veroorzaakte, is tot een einde gekomen. Vlak voor de verkiezingen in september vorig jaar had Benchemsi in zijn tijdschriften TelQuel en Nichane de Marokkaanse koning aangesproken: waarom moeten wij stemmen als u in alles het laatste woord heeft?

Nichane werd uit de kiosken teruggehaald, Telquel kwam de drukkerij niet uit. Hij werd opgepakt en twintig uur achter elkaar verhoord, zonder dat hij telefonisch zijn naasten mocht inlichten.

De aanklacht tegen hem luidde: gebrek aan respect voor de koning. Daarop staat vijf jaar cel en een boete van bijna 10 duizend euro. De zaak heeft zich ruim een jaar voortgesleept.

En plotseling kreeg Benchemsi onlangs te horen dat alles over is. Nou ja, zo formuleerde de aanklager het niet. De aanklager zei dat de zaak voor onbepaalde tijd is uitgesteld omdat de noodzakelijke papieren zoek zijn.

‘Belachelijk’, bromt Benchemsi. ‘Deze documenten liggen gewoon bij het ministerie van Justitie.’ Maar hij snapt de boodschap: ‘Er is geen winnaar en geen verliezer. Het is voorbij.’

Zijn kantoor in hartje Casablanca is even klein en eenvoudig als hij zelf. Een hokje met een simpel bureau erin, computer erop, smal mannetje erachter. Maar Benchemsi’s geluid reikt ver. Hij is 34 jaar en hoofdredacteur van de twee meest spraakmakende tijdschriften van Marokko.

Zeven jaar geleden richtte hij het Franstalige Telquel op, drie jaar geleden gevolgd door de Arabischtalige versie Nichane. Samen hebben ze een wekelijkse oplage van 50 duizend exemplaren.

Benchemsi had politieke wetenschappen in Parijs gestudeerd en wilde op journalistiek gebied iets doen dat in Marokko naar zijn mening niet bestond: het land laten zien zoals het is. Het leverde hem tot dusver vier rechtszaken op.

De voorlaatste was twee jaar geleden vanwege een grapje over een metgezel van profeet Mohammed die in de hemel komt en dan in Candid Camera verzeild blijkt te zijn geraakt.

Intussen klinkt in Marokko steeds vaker de kritiek dat zijn bladen minder durven dan in het begin. Hebben de rechtszaken invloed gehad? ‘Ik zou liegen als ik nee zei’, zegt Benchemsi. ‘Op zijn minst stemmen ze mij tot harder nadenken als ik iets riskants wil publiceren. Maar ik kan niet zeggen dat we voorzichtiger zijn geworden. Het punt is dit: hoe meer taboes je breekt, hoe minder er overblijven.’

TelQuel en Nichane zijn in Marokko niet de enige media die justitie op hun nek krijgen. De lijst met vervolgingen omwille van het vrije woord is lang, met als meest recent geval de blogger die had geschreven dat de koning met zijn weldoenerij de Marokkanen tot een volk van handophouders maakt. Hij belandde in de cel en kwam weer vrij, maar niettemin vinden velen in Marokko dat de persvrijheid gaandeweg wordt ingeperkt.

Benchemsi: ‘Het zou fout zijn om te denken dat de Marokkaanse macht, mensen rond de koning en waarschijnlijk ook de koning zelf iets tegen de pers of de vrijheid van meningsuiting hebben. Het is een impulsief regime. Ik weet dat het ongelooflijk klinkt dat staatsleiders zo werken. Je denkt dat ze rationeel zijn en nadenken over de gevolgen van elke actie. Zo werkt het in westerse democratieën. Maar zo gaat het niet in Marokko.’

De leiders krijgen soms simpelweg de zenuwen, vermoedt Benchemsi, vooral als er een te amicale, persoonlijke toon wordt aangeslagen over het koningshuis. Hij deed dat zelf in zijn hoofdredactioneel commentaar met zijn rechtstreeks appel aan de koning.

Mohamed Erraji, de blogger, sprak over de monarchen ná de huidige, hij had het over Hassan III en Mohammed VII. ‘Wow’, moeten de leiders volgens Benchemsi hebben gedacht, ‘wil deze blogger zeggen dat de koning dood moet gaan of dood kan gaan?’

‘Open je ogen’, is Benchemsi’s commentaar. ‘We leven in 2008. Natuurlijk kan de koning doodgaan, we gaan allemaal dood.’ Maar de mensen rond de vorst bekijken de monarchie nog zoals in de middeleeuwen, meent hij. ‘Ik denk wel dat ze in het diepst van hun hart democratie willen, maar ze zijn niet bereid de gevolgen onder ogen te zien, namelijk dat de leiders van dit land te beoordelen zijn als menselijke wezens. Zij zien zichzelf als heilig. Zo staat het in de grondwet, althans over de koninklijke familie.’

Maar willen de koning en zijn entourage wel democratie? In westerse media staat geregeld dat het hervormingsgezinde beleid in Marokko niet doorzet. ‘Wie zegt dat?’, reageert Benchemsi fel. ‘Ach, dat is het probleem met mensen die aan de oppervlakte blijven.’ Hij geeft het volmondig toe: kijkend naar de manier waarop de politieke partijen zich gedragen, kijkend naar de verkiezingen, nee, dan beweegt Marokko zich totaal niet in de richting van een democratie.

Maar democratie valt ook te beoordelen op het gebied van de persvrijheid, zegt hij. ‘Vroeger werd je als journalist ontvoerd , geslagen, misschien gemarteld. Zelfcensuur was enorm diep verankerd. Tegenwoordig heb je daar niets meer mee te maken. Er zijn zoveel dingen waarover wij schrijven die geen enkele reactie oproepen. En als er wel een reactie komt, vechten we terug. Het is een dynamische toestand, die vergeleken bij vroeger duizend keer beter is.’

Een vergelijking met de westerse persvrijheid wuift hij meteen weg. ‘Als journalist je beroep uitoefenen in dit land is riskant, omdat je nooit weet wanneer de leiders de zenuwen krijgen. Maar de media zijn niet machteloos. Als er iets gebeurt, komen er steunverklaringen uit de hele wereld. Daar trekt de macht zich iets van aan.’

Meer over