Je voelt de ogen priemen

In Kampen noemen ze het 'een pendelleerpad'. Bezoekers hoeven de stad niet per se te doorkruisen met een foldertje als houvast, of met een gids....

In donkere platen tussen grijze klinkers rusten de namen van beroemdheden en plaatsgenoten van wie de roem in Kampen bleef. Ida Gerhardt ('Een tussen de naamloos velen') en Henk van Ulsen ('de vertolker'). Of Hans Wiersma ('skriever van Kampen') en Theo W. van Dijk ('stadsklokkenist'). Het zijn de namen van mensen die verdienstelijk moeten zijn geweest voor de stad. Maar nergens staat waarom. De platen liggen pal voor de Nieuwe Toren, die niet nieuw is, maar oud als de Gouden Eeuw waarvan de kleuren en beelden nog steeds deinend over de IJssel gaan.

Het is een mooie plek om te proberen of de pendel werkt. Het goudkleurige metalen voorwerp hangt aan een touwtje tussen duim en wijsvinger, en wiebelt en draait tot hij stil blijft hangen, de punt wijst naar een vraag in het boekje en moet nu naar het antwoord leiden. Dus? Het duurt lang. Heel lang. De Torenstraat, tegenover de Nieuwe Toren, lijkt intussen vol te stromen met toeristen. Om je heen voel je de blikken van voorbijgangers priemen: 'Kijk, een gek!'

Maar ach, voorbijgangers. Zijn dat niet degenen die kijken zonder te zien of te begrijpen? Maar natuurlijk zijn zij dat! Voorbijgangers snappen niet dat de pendel onvermoede krachten in jezelf naar boven kan halen. Dat hij eigenschappen kan blootleggen die van onschatbare betekenis kunnen zijn. Dat hij bronnen kan aanboren die buiten 'het kennisveld van je directe bewustzijn' liggen. En wie wil dat niet? In het routeboekje staat trouwens dat het werkt: 'Als we serieus te werk gaan kunnen we een antwoord krijgen via ons onderbewustzijn, dat tot stand komt door middel van een spierreflex vanuit ons willekeurige zenuwstelsel, die de pendel doet bewegen.'

Vijf minuten, tien, een kwartier. De pendel hangt nog steeds stil. Het directe bewustzijn implodeert met een mengeling van onbegrip, ergernis en verbazing. Is het zenuwstelsel ontregeld? Is er een spier defect? Reis je daarvoor naar Kampen?

De meerkeuzevraag in het routeboekje was: 'Voor de toren ligt een bijzondere plek. Wat is dat voor een plek?' Op de achterste bladzij staat het antwoord: aan de voet van de Nieuwe Toren in Kampen ligt een kracht- of leycentrum. Wat daarvan de betekenis is, staat er niet bij. Maar na een telefoontje met de stichting Kunst & Cultuur Overijssel komt enkele dagen later de verklaring: leycentra zijn kruispunten van energiebanen (leylijnen) waaraan in velerlei culturen een heilzame werking wordt toegekend. Van Kampen tot Lima. Van Nanking tot Goes.

De stichting is de initiator van het pendelend wandelen door Kampen. Met de pendel kunnen opdrachten worden uitgevoerd die beschreven staan in het boekje Kamper-uien route.

De samenstellers leggen het uit: Kamper uien zijn grappen over onnozele mensen, die omstreeks 1840 in omloop werden gebracht door de Kamper schilder-dichter Jan Jacob Fels (1816-1883). De stadsverhalen van Fels werden gebundeld in een boekje dat tal van herdrukken onderging. In het routeboekje zijn er enkele van opgenomen - hoe melig ze soms ook zijn.

De pendel moet boven een figuurtje worden gehangen dat uitwaaiert naar vier of vijf mogelijke antwoorden. Dan leze men de vraag. Maar eerst: 'Stel uzelf in op wat komen gaat; sluit uw ogen en adem ongeveer 1 minuut rustig in en uit; als u na 1 minuut nog geen regelmatige ademhaling hebt, adem dan nog een minuut rustig in en met gesloten ogen; maak uzelf leeg van binnen en stel uzelf de vraag: ''Ben ik in staat om een neutrale positie in te nemen op wat komen gaat?'' Daarna wordt het spannend: 'Concentreer u op de pendel; stel de genoemde vraag; ergens uit ons onderbewustzijn komt het antwoord op de gestelde vraag, de hersenen sturen een impuls naar de hand die de pendel vasthoudt, er ontstaat een spierreflex die de pendel doet bewegen; kijk naar welke richting de pendel uitslaat, dat is het antwoord op uw vraag.'

Je ziet ze voor je. Drommen wandelaars die geconcentreerd in en uit staan te ademen - met gesloten ogen, geprevelde vragen die op hun lippen dansen en uitgestoken handen waaraan een metalen voorwerpje hangt. Voorbijgangers die de pas inhouden en vol verbazing een uitdijende kring vormen rondom de levende, murmelende mensenbeelden. De toeschouwers mompelen, praten, sissen en vinden elkaar in een aanzwellend geluid dat tot ver op de IJssel te horen moet zijn: 'Sluit ze op, sluit ze op!'

Schuin tegenover het stationnetje van Kampen, aan de overkant van de IJssel, liggen twee zeilklippers langs de kade. Hun masten lijken ineen te vloeien met de talrijke torenspitsen van de Kamper godshuizen. De brede rivier wordt overspannen door een gloednieuwe hefbrug met goudkleurige wielen waarover de kabels gaan. De moderniteit van de brug vloekt met het antieke karakter van de binnenstad. Maar het NS-station deed dat al eerder - dus het mag.

De voorgeschreven wandeling door Kampen is als vele andere wandelingen door plaatsen die de oudheid nog in zich dragen. Je gaat langs kerken die ooit belangrijker waren dan ze nu zijn. Je loopt door straten met lompe klinkers in het besef dat hier vroeger houten karren reden. De stad is waarlijk oud. En mooi.

Maar bijzonder?

De VVV vindt van wel.

De stad heeft een Tabaksmuseum waar de ondermaatse schoolkennis van de sigarenindustrie zou kunnen uitgroeien tot een bijna-wetenschap. Oude pakhuizen zijn er, naast tabaksfabriek De Olifant, ondergrondse gewelven van het verdwenen middeleeuwse Bregittenklooster, een stadspark, stedelijk museum 't Gotische Huis, een Latijnse School, een synagoge, het laat-gotische stadhuis en de Broederbrug die in het blikveld omstuwd wordt door zeven kerken van de rooms-katholieken, gereformeerden, oud-gereformeerden, luthersen, hervormden en doopsgezinden.

Tussen de muren van de huizen en kerken zindert de geschiedenis van de rijke Hanzestad die Kampen ooit was. Je ziet het aan de verspreide monumentaliteit, je voelt het op de oude kades waar de bloei in de veertiende en vijftiende eeuw naar binnen werd gevaren. En in de indrukwekkende Sint Nicolaaskerk (Bovenkerk), waarvan de koude klinkerstenen vloer bedekt is met oude grafstenen van hooggeleerde stadgenoten, bouwmeesters, veerschippers en huysvrouwen.

In het dieseltreintje aan de overkant van de IJssel verandert het beeld van de afzonderlijke antiquiteiten in een olieverfschilderij met een historisch cliché: een breed grijs stromend water met aan de einder een donker streepje stad. Je kunt er lang naar blijven kijken. En voelen hoe de punt van de pendel in je broekzak prikt.

VVV Kampen, 038-331.35.00. Stichting Kunst & Cultuur Overijssel, 038-422.50.30.

Meer over