Je moet er maar op komen

Het was tot zaterdag nog nooit vertoond in het voetbal: een reservekeeper het veld insturen om de penalty's te stoppen. Iwan Tol over vijf andere geniale ingevingen, waarvan sommige school maakten.

Strafschop van Panenka

1 De wreef lichtjes onder de bal, dan tegendraads effect geven, en vervolgens de bal traag tollend in het midden van het doel laten verdwijnen. Nooit meer zal er iemand mooier een strafschop nemen dan Antonín Panenka het deed op 20 juni 1976.

In de reguliere speeltijd was de EK-finale tussen West-Duitsland en Tsjechoslowakije in 2-2 geëindigd. Bij de penaltyserie stond het 4-3 in het voordeel van Tsjechoslowakije. Toen meldde Panenka zich.

Twee jaar lang had hij gewerkt aan zijn uitvinding. En talloze keren had hij erover gefilosofeerd met zijn huisgenoot, doelman Viktor. Zou hij op die manier een strafschop durven nemen, op zo'n belangrijk moment? 'Ik wist dat als ik zou missen, onze communistische regering zou denken dat het een politiek gebaar was', zou Panenka later zeggen. 'Dan zou ik misschien eindigen in de uranium-mijnen.'

Panenka eindigde niet in de mijnen, hij werd een levende legende. Wie daarna ook op deze wijze scoorde, of het nou Pirlo was of Zidane, altijd verwezen verslaggevers naar die ene man uit Praag. Vooral de kolderieke manier waarop doelman Sepp Maier de vernedering onderging, staat bij veel voetballiefhebbers in het geheugen gegrift. Terwijl de Duitser al lang en breed in de hoek lag, was de bal nog steeds onderweg. 'Toen Maier eens in Praag kwam, weigerde hij een fan zijn handtekening op de foto van die penalty te zetten. Ook mij negeerde hij aanvankelijk', zei Panenka in een van zijn vele interviews over zijn penalty.

Waarna hij meestal lachend opmerkte: 'Als ik voor elke vraag over de strafschop een euro had gekregen zou ik nu net zo rijk zijn geweest als Roman Abramovitsj.'

undefined

De ventieltrap

2 Eigenlijk kon het helemaal niet wat Roberto Carlos deed, die avond in 1997 in het Stade Gerland in Lyon. Vanaf 31,1 meter, met een snelheid van 136 kilometer per uur, draaide hij zijn vrije trap met zo veel effect om de muur heen dat de bal, die in eerste instantie ver naast leek te gaan, opeens toch achter de verbouwereerde doelman Fabien Barthez lag. Alsof een onzichtbare hand de trap op het laatste moment een flinke zwieper had meegegeven.

In werkelijkheid was de vrije trap van Carlos het resultaat van honderden uren oefenen en experimenteren, net zo lang tot de code voor de perfecte vrije trap was gekraakt. Zijn geheim? De bal precies op het ventiel raken, zodat die een onnavolgbare curve meekrijgt.

De Italiaanse doelman Pagliuca, Carlos' collega bij Inter, vertelde eens: 'Zelfs als je als keeper wist waar de bal zou komen, dan nog was je kansloos.'

De vrije trap van Carlos was voer voor wetenschappers. Volgens Gunther Pfau, de ballenexpert van de Adidas-fabriek in Herzogenaurach, was Carlos' traptechniek geen abacadabra, maar het gevolg van logisch nadenken: 'Van de 32 vijf- en zeshoekjes waaruit een bal bestaat, is het deel met het ventiel het zwaarst. Daaraan zit de binnenbal vastgenaaid. Als je de bal precies daar raakt, wordt het effect versterkt.'

Het betekende niet dat iedereen voortaan 'een Roberto Carlosje' kon doen. Behalve de truc met het ventiel, gaat het ook om zuiverheid en kracht. 'Jij en ik zullen dit nooit kunnen', aldus Pfau.

Volgens Carlos was de vrije trap die hij als speler van Real Madrid maakte tegen Celta de Vigo zijn mooiste goal. Die tijdens het oefenduel met Frankrijk werd de bekendste. 'Een schot met een straalspoor, als de na-verbranding bij een vliegtuig', werd het doelpunt ooit genoemd.

undefined

De vliegende keep

3 Oké, Johan Cruijff wilde in 1985 best trainer worden, maar als hij dan toch op de bank zou zitten, dan wilde hij ook een leuke middag hebben. En dus bedacht Cruijff, in zijn streven vooral te vermaken, een ultra-aanvallende tactiek, waarbij de doelman behalve ballen tegenhouden voortaan ook een extra verdediger was. En die doelman was Stanley Menzo.

Menzo trad daarmee in de voetsporen van Jan Jongbloed. Hij was, als onderdeel van het totaalvoetbal, de eerste meevoetballende doelman. Maar zo extreem als Cruijff het voor ogen stond, was nog niet eerder vertoond.

Als speler die de bal toevallig ook met zijn handen mocht tegenhouden, groeide Menzo uit tot een attractie op de velden. Bijna wekelijks stormde hij wel ergens in Nederland zijn doelgebied uit om een dieptepass te onderscheppen.

Vaak liep het goed af, soms ook niet. Zoals die avond in de Kuip, in 1992, toen Menzo als doelman van Oranje een dwarrelbal verkeerd inschatte. De blunder luidde het einde van zijn interlandcarrière in. 'Iedere keeper gaat weleens in de fout,' zei Menzo, 'maar ik heb ook nooit eens geluk bij een blunder. Dan is het meteen beslissend en dus belangrijk.'

De Stanley Menzo van het WK in Brazilië is de Duitse doelman Manuel Neuer. In de wedstrijd tegen Algerije onderschepte hij maar liefst dertien passes buiten zijn eigen strafschopgebied. De Duitse pers begroette hem als 'de nieuwe libero van Duitsland'.

undefined

Verwisselbare noppen

4 Het is nauwelijks meer voor te stellen, maar een innovatie was het echt: de verwisselbare noppen van West-Duitsland in de WK-finale van 1954 tegen Hongarije. De Hongaren zijn die dag de torenhoge favoriet voor de titel als het veld van het Wankdorfstadion in Bern door de hevige regenval spekglad blijkt te zijn. In de rust plaatst Adi Dassler, eigenaar van schoenenfabrikant Adidas, langere en stroevere noppen onder de schoenen van de Duitse spelers, en ziedaar: ze blijven veel beter op de been dan de Hongaren, die bijna wegzakken in het zompige gras.

Later blijkt dat de Duitse schoen slechts 700 gram weegt en die van de Hongaren het dubbele. Nadat Helmut Rahn in de slotfase de winnende treffer heeft gemaakt, is het groot feest bij de Duitsers. Niet alleen bij de spelers, maar ook bij schoenenfabrikant Adidas. Bestellingen voor de schoenen met verwisselbare noppen stromen binnen uit de hele wereld.

undefined

Penalty in tweeën

5 Natuurlijk, een strafschop kun je in één keer nemen. Maar nergens in de spelregels staat dat het móét. In elk geval was er in Nederland nog nooit iemand op het idee gekomen dat een penalty ook in tweeën kon worden genomen. Tot 5 december 1982, toen Johan Cruijff, in de wedstrijd van Ajax tegen Helmond Sport, achteloos de bal opzij legde naar de inlopende Jesper Olsen. De Deen gaf de bal weer terug aan Cruijff, die de bal simpel in het lege doel schoot: doelpunt.

'Curieus', noemde commentator Hugo Walker de treffer. Gevraagd naar een verklaring voor zijn vondst, haalde Cruijff slechts nonchalant zijn schouders op. 'De feestdagen naderden, het was een cadeautje voor de mensen', zei hij.

Degenen die zijn kunststukje probeerden na te doen, ondervonden dat een strafschop in tweeën niet zo makkelijk is als het lijkt. Robert Pires struikelde in 2005 over de bal voordat Thierry Henry goed en wel in actie had kunnen komen. En bij Ajax faalden Richard Witschge en Dani jaren later, tijdens een vriendschappelijke wedstrijd in China, jammerlijk: de Chinese verdedigers doorzagen het plannetje en schoten de bal over de achterlijn.

undefined

Meer over