Column

Je kunt naar mensen luisteren, maar versta je ze ook?

Enkele dagen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen betoogde een publicist dat we naar mensen moesten luisteren. Het ging niet goed met de wereld, maar slecht, razendsnel bergafwaarts. Er was nog een kans om ongelukken te voorkomen, maar dan moesten we vanaf nu met zijn allen naar de mensen gaan luisteren.

Peter Middendorp
Supporters van Trump tijdens een campagnebijeenkomst in Manchester, New Hampshire. Beeld afp
Supporters van Trump tijdens een campagnebijeenkomst in Manchester, New Hampshire.Beeld afp

Het was niet de eerste keer dat ik las dat we naar mensen moeten luisteren, niet de tweede of de derde. Nee, nu ik erover nadacht, schatte ik dat ik sinds Fortuyn zo ongeveer 500.000 keer had gelezen dat we naar mensen moeten luisteren. Luister naar mensen. Let op de onderstroom. Tap uit andere vaatjes. Doe het niet verkeerd.

Niet dat de boodschap het eerste decennium inboette aan overtuigingskracht - ik was het er elke keer mee eens. Je moest ook naar mensen luisteren. Er was geen enkele reden om het niet te doen. Ze praatten niet voor Jan met de korte achternaam.

We hebben zo'n 13 miljoen stemgerechtigden. Elke kiezer heeft dus recht op 1/13.000.000ste deel van het Nederlandse oor. Per jaar is dat 1/13.000.000ste van (365 dagen x 24 uur x 60 minuten) 525.600 = 2,4 seconden zuivere luistertijd per persoon.

Het is niet veel, een mens kan er zijn zegje niet in kwijt. Als een mens bij de elite komt en zegt: 'Ik voel me niet gehoord, er wordt niet naar mij geluisterd', kijkt de elite alweer op zijn veel te dure horloge en zegt: 'Uw tijd zit erop, tot volgend jaar.'

Logisch dat mensen dan hun spreektijd samenvoegen, zodat ze het hele jaar kunnen doorpraten, zij het dan tegelijkertijd.

Het heeft een jaar of tien geduurd, het was een proces, maar toen was er ineens een middag dat ik dacht: ja, wacht eens even. Wat is dit? We luisterden toch? We luisterden allang? We luisterden intussen al vijftien jaar onafgebroken, maar behalve dat we naar mensen moeten luisteren, hadden we eerlijk gezegd nog niet zoveel verstaan.

Het luisteren bracht niet zoveel, de wereld werd niet vriendelijker. Ik begon me steeds meer zorgen te maken over mezelf. Wie was ik? Waar hoorde ik bij? Waar bleef ik in dit verhaal? Vanbinnen voelde ik me vaak genoeg ontevreden en onopgemerkt. Alsof niemand mij boeiend vond. Maar ik had ook iets onmiskenbaar elitairs, al was het meeste gespeeld. Moest je als volksmens alleen al die kop van mij eens zien. Dus wat moest ik, dader en slachtoffer tegelijk, naar mijn eigen kop luisteren misschien?

Na de Amerikaanse verkiezingen dacht ik: de volksluisteraars onder de publicisten zullen wel erg blij zijn, opgelucht. Eindelijk is er naar hen geluisterd of, nee, naar de mensen natuurlijk. Maar ze waren niet blij of tevreden. Er kon geen lachje af. Ze stonden alweer meteen vooraan, vingers in de lucht. Ze hadden nog wat, er moest geluisterd worden. De wereld, we zagen het zelf, zat er dringend om verlegen.

We hebben Trump het Witte Huis ingeluisterd, maar ik vrees dat we de bommen ook nog met open oren naar de vijand kunnen dragen, of naar ons eigen dak.

Peter Middendorp op Twitter: @Petermiddendorp

Meer over