Je kiest Duits om geprikkeld te worden

TALENSTUDIE Wie de Duitse taal beheerst, kan een mondig Europeaan zijn, met een cultureel kompas. We lijken dat in Nederland te zijn vergeten.

EWOUT VAN DER KNAAP

Vandaag wordt 'de Dag van de Duitse taal' gevierd, vooral om de aandacht te vestigen op een tanend gebrek aan kennis en kunde van het Duits in onze maatschappij. De campagne wordt door bekende Nederlanders ondersteund; een van de beschermheren is kroonprins Willem-Alexander.

Omdat de Bondsrepubliek Duitsland een stabiele economische grootmacht is, stijgt wereldwijd het aantal volwassen cursisten Duits. Het is mooi dat Duits na de middelbare school aan belangstelling wint. Maar gezien de handelsbelangen is het funest dat nog maar weinig havo- en vwo-leerlingen eindexamen doen in Duits en dat in het mbo het vak Duits vanaf komend schooljaar wordt gemarginaliseerd.

Het gaat echter om meer dan steeds weer dat handelsbelang. Veelzeggend voor hoe in Nederland over onderwijs wordt gedacht, is dat talenonderwijs allereerst langs de meetlat van economische waarde wordt gelegd. Vergeten wordt dat wie een taal beheerst, een mondig Europeaan kan zijn, met een cultureel kompas. Bovendien is het een misvatting dat jongeren keuzes laten leiden door handelsbelangen.

Wat kan er verbeterd worden aan de positie en invulling van het schoolvak Duits? Experimenten hebben het onderwijs in het geheel en Frans en Duits in het bijzonder geen goed gedaan. Ondanks het inzicht dat een taal integraal moet worden geleerd, werden in 1999 in de bovenbouw van havo en vwo luisteren en spreken kunstmatig gesplitst van schrijven en lezen. Het kiezen van zowel het vak Frans als het vak Duits werd bovendien ontmoedigd. Leerlingen van alle vier profielen komen te vroeg voor keuzes te staan.

Nadrukkelijk werd het vreemdetalenonderwijs beperkt tot communicatieve redzaamheid in alledaagse situaties en gericht op de belevingswereld van de leerling. Een goed idee kreeg een te rigide uitvoering. Complexere cultuuruitingen zijn veelal uit de klas en de lesboeken verbannen of optioneel geworden. Bildung (algemene ontwikkeling) is daarmee minimaal geworden, terwijl een leerling langzamerhand buiten zijn eigen belevingswereld zou moeten leren kijken.

Het zwaartepunt in lesboeken ligt bij zakelijke teksten, maar het schort aan de in allerlei werksituaties en vervolgstudies gewenste basisvaardigheden om complexe teksten te kunnen analyseren. Havisten krijgen geen literatuurgeschiedenis en het aantal te lezen boeken is gering - terwijl de Duitse cultuur juist bekend staat om zijn 'dichters en denkers' en het maken van leeskilometers essentieel is voor taalverwerving. Leerlingen komen zodoende onvoldoende in aanraking met vraagstukken en cultuur uit Duitstalige gebieden die vergezichten voor het leven kunnen betekenen en van belang zijn voor hun motivatie.

De gemiddelde puber kiest geen Duits vanwege het economische belang van die taalkeuze. De keuze hangt samen met het enthousiasme en de expertise van de leraar die zijn taal goed spreekt en de andere cultuur van binnenuit en uit persoonlijke ervaring kent. Een vak dat zich als vaardighedenvak presenteert, boet aan status in. Leerlingen willen geprikkeld worden, geheimen ontrafelen, bronnen ontsluiten, stof tot nadenken krijgen.

De samenleving verwacht van het vwo dat het voorbereidt op wetenschappelijk onderwijs; een vaardighedenvak voldoet daar niet aan. Zo zijn steeds minder Nederlanders in staat Duitse literatuur in het origineel te lezen. Dat betreft zowel populaire literatuur als romans van het kaliber Buddenbrooks, een favoriet van premier Rutte.

De marginalisering van het vak Duits heeft tal van gevolgen. Zo kunnen zelfs historici, filosofen, literatuur- en mediawetenschappers nauwelijks nog Duitstalige bronnen hanteren. De universiteiten van Groningen en Leiden voelden zich intussen gelegitimeerd de studierichting Duits in brede studierichtingen te laten opgaan, met afbrokkeling van de discipline tot gevolg. En de naderende pensioengolf van leraren Duits wordt niet adequaat opgevangen, waardoor het lerarentekort nog zorgwekkender wordt.

Met gerichte programma's kan Duits al op de basisschool - waar leerlingen nog ontvankelijker zijn - worden aangeboden. Dan kan ook aandacht worden besteed aan de geografische, economische en culturele verbondenheid - via de Rijn en de Habsburgers ook met de Alpenlanden. Naast het economische en politieke belang weegt ook het culturele belang zwaar genoeg om Duits op havo en vwo tot verplichte tweede vreemde taal te maken.

EWOUT VAN DER KNAAP

is hoofddocent Duitse letterkunde aan de Universiteit Utrecht.

undefined

Meer over