Je geld of je leven

Twee mannen zeggen tegen mij: jij hebt een column over geweld, maar jij schrijft helemaal nooit over geweld, terwijl iedereen met zijn eigen ogen kan zien dat er GEWELD boven staat....

Die twee mannen hebben gelijk en daarom komt hier het waar gebeurde verhaal van de overval op het tankstation.

Het tankstation staat langs een korte snelweg tussen twee steden. Het is er altijd druk. Je kunt er niet alleen benzine kopen, maar ook ijs, koeken, blikjes bier, sleutelhangers, en de grote god mag weten wat nog meer. Het is net een Winkel van Sinkel, waarover gezegd wordt in de volksmond:

Bij de Winkel van Sinkel is alles te koop,

hoeden en petten en damescorsetten,

en drop om te snoepen en pillen om te poepen.

Wat een mooi versje is dat toch, maar dat terzijde. Ook nu is het druk. Een man staat met zijn dochtertje bij het ijs. Twee vrouwen lummelen wat rond tussen de spulletjes. Een man en een vrouw rekenen af bij de kassa en willen een Mars en een Nuts. Kortom, alles gaat zijn gewone vredelievende gangetje terwijl uit de radio het allerkalmerendste muziekje komt wat je ooit gehoord hebt. Maar dan zwaait plotseling de deur open met een woeste zwaai en een in het zwart geklede man zonder muts op treedt binnen met een pistool in zijn hand en richt het op mij. Want ik was nog vergeten te zeggen dat ik daar toen werkte, in dat tankstation, achter die kassa. Er was geen kogelvrij glas tussen die man en mij, dus ik keek precies recht in de loop van zijn pistool. Het leek mij wel een aardige man op het eerste gezicht (zo zie je maar, hoe je je kunt vergissen).

'Je geld of je leven', zei hij terwijl hij zijn pistool tegen mijn voorhoofd drukte. Hij was zo zenuwachtig, dat ik bang was dat hij de trekker van de zenuwen zou overhalen. Toen gaf ik hem al het geld wat in de kassa zat, maar de munten niet. Ik dacht dat dat niet handig was voor een boef, al die munten.

'De munten ook', schreeuwde hij. Ik legde ze voor hem op de kassa. Het was ongeveer honderd gulden. Toen zei hij: 'Dat is voor jou, steek jij die maar in je zak, dan heb je nog een extraatje, want jij bent ook maar een arme sloeber.'

En weg stoof hij.

Peter Bekkers

Meer over