Je bent wat je eet

Spruitjes met kip, kaas en karwijzaad (voor 2 personen)

MARCUS HUIBERS

Onlangs verscheen er een hilarisch stuk in NRC van de Britse journalist en cultuurcriticus Steven Poole waarin hij, met de welbespraaktheid die Engelsen vaak eigen is, fulmineert tegen onze gecultiveerde obsessie voor alles wat met eten te maken heeft.

Met lekker eten is niks mis, maar volgens Poole zijn we daarin volstrekt doorgeslagen: we kijken letterlijk de hele dag naar kookprogramma's (24Kitchen), lezen kookboeken ter lering én vermaak, bloggen het internet vol met 'pseudo-erotische epistels waarin de verkwikkende werking van al dat lekkers wordt bezongen', of lullen ons gezelschap met tranen in de ogen de oren van de kop over het fenomenale maal dat ons voor astronomische bedragen is voorgezet in een sterrentent, het liefst natuurlijk het beste restaurant ter wereld (ooit elBulli, nu Noma). En dat allemaal in een tijdperk waarin nog steeds miljoenen mensen honger lijden. Onze aandacht voor eten is pervers en decadent vindt Poole. Daar heeft hij natuurlijk een punt.

Hij vliegt echter uit de bocht als hij beweert dat het bekendste citaat van de '19de-eeuwse smulpaap' Jean Anthelme Brillat-Savarin, 'zeg me wat u eet en ik zal zeggen wie u bent', een onzinnige bewering is, omdat Poole naar eigen zeggen niet bestaat uit 'gelijke delen borrelnootjes en gebraden kip'. Toevallig at ik laatst een zachtgekookt eitje als ontbijt met een hoogleraar cultuurgeschiedenis die fijntjes wist uit te leggen dat waar wij ons vroeger een identiteit verschaften op grond van onze seksualiteit (vrij naar de Franse filosoof Michel Foucault, die graag geheel in leder gekleed zijn nachten sleet in de homobars van San Francisco), onze identiteit tegenwoordig gebaseerd is op wat we eten. Sterker nog, eten is niet langer alleen een werkwoord: we zijn carnivoor of vegetariër, vleesverlater of consuminderaar, koolhydraatvermijder of patrijzeneter (zoals in mijn geval), en deze enkelvoudige labels zeggen buitengewoon veel over onszelf, onze ideeën, onze verlangens, onze angsten, zelfs over de mensen die we tot onze vrienden rekenen.

Of we het nu leuk vinden of niet, we zijn wat we eten, nu nog meer dan ooit tevoren. Wat zegt het over dit geüpdatete recept met spruitjes? Spruitjes zijn lief en aandoenlijk, en als ik het woord thuis bezig ('kom hier, jij lekkere spruit van me') is dat meestal de opmaat naar heel andere dingen (waarmee die oude Foucault toch weer gelijk krijgt).

Kook de spruitjes in gezouten water beetgaar en halveer ze. Bak de spekjes en de ui langzaam in wat olie, een minuut of 10. Doe dan de kip erbij, breng op smaak met het karwij- en venkelzaad en peper en zout, en bak nog eens 5 minuten. Doe de spruitjes erbij, en schep nog even om zodat alle smaken zich mengen. Loeiheet serveren, met flink wat geraspte kaas erover.

Ingrediënten

(voor 2 personen)

100 gr spek, in stukjes

1 grote ui, gesnipperd

olijfolie

200 gr kipfilet, in stukjes

2 tl karwijzaad (heel)

2 tl venkelzaad (gemalen)

peper en zout

400 gr spruiten, schoongemaakt

100 gr geraspte oude kaas

undefined

Meer over