Je bent erbij

Terwijl de rechtbank niet kan vaststellen wie de grensrechter heeft doodgetrapt, zijn alle verdachten veroordeeld. Een trend?

Yaoud en Mohammed gaan een hotel overvallen. Gewapend met een Glock en onherkenbaar door de laag over het hoofd getrokken hoodies, rijden ze in de nacht van 15 januari 2010 op een gestolen motorscooter naar het Belvoir Hotel in Nijmegen. 'Politie!', roept een van de overvallers als hij bij het hotel een 'auto met stillen' ziet staan. De jongens maken rechtsomkeert en scheuren op hun Piaggio weg over de stoep, de politie gaat er achteraan. Met hoge snelheid rijden de overvallers door een rood stoplicht en tegen het verkeer in door Nijmegen. Op de Canisiussingel botsen ze frontaal op een voetganger die het zebrapad oversteekt. De man overlijdt direct aan zijn verwondingen.

Wie heeft hem doodgereden? Mohammed of Yaoud? Beiden ontkennen de bestuurder van de Piaggio te zijn geweest. Daarom eist het Openbaar Ministerie dat de jongens allebei voor het medeplegen van doodslag worden veroordeeld, en om precies dezelfde reden spreekt het gerechtshof in Arnhem hen vrij - het is niet zeker wie de dader is.

Het is zondag 2 december 2012 als na een moeizame wedstrijd de spelers van de B1 van Nieuw Sloten verhaal halen bij hun grensrechter. Richard Nieuwenhuizen wordt belaagd en valt op de grond. Enkele spelers trappen hem in zijn buik en tegen zijn hoofd. Een voetbalvader helpt de jongens bij hun gewelddadige actie. Als Nieuwenhuizen overeind krabbelt, lijkt er weinig aan de hand. Hij besluit nog even bij de junioren te gaan kijken. Daar zakt hij plotseling in elkaar. Een bestuurslid van de Almeerse club Buitenboys rent naar hem toe, legt hem stabiel en belt een ambulance. De grensrechter overlijdt een dag later in het Flevoziekenhuis.

In het grensrechterproces gebeurt deze week precies het tegenovergestelde van de Nijmeegse scooterzaak: de rechtbank kan niet vaststellen wie Richard Nieuwenhuizen heeft doodgetrapt, en veroordeelt álle verdachten wegens medeplegen. De minderjarige daders krijgen straffen tot twee jaar, en voetbalvader Hassan D. moet 6 jaar de cel in. 'Schandalig!', zeggen de advocaten. Ze vinden de straffen veel te zwaar en noemen het vonnis 'dubieus'.

Bewust samenwerken

Nu kunnen de twee zaken niet één op één met elkaar worden vergeleken - botsen met een scooter is iets anders dan schoppen op het veld - maar ze roepen wel de vraag op: wanneer ben je een medepleger? En kan de rechter jou verantwoordelijk houden voor het gedrag van een ander?

Dat kan, stelt rechter en emeritus hoogleraar strafrecht Theo de Roos. Zelfs sneller dan je denkt: 'Voor medeplegen is bewuste en nauwe samenwerking nodig. Dat wil niet zeggen dat je van tevoren met elkaar een plan moet hebben gemaakt; dat kan ook on the spur of the moment. Alleen al door erbij te staan wanneer iemand wordt mishandeld, kun je als medepleger worden aangemerkt. Omdat je niet ingrijpt, omdat je niet zegt: jongens, niet doen.'

Dat was bijvoorbeeld het geval in de 'snookerzaak' in de zomer van 1997: drie Chinese broers en een vriend spreken in Den Haag af dat ze een landgenoot gaan 'omleggen', omdat een van de broers anders zelf zal worden geliquideerd. Ze kopen een wapen met patronen en huren een Opel Astra om het lijk van het slachtoffer, die de 'Peking Chinees' wordt genoemd, te vervoeren. Een week later wachten ze hun doelwit 's avonds op bij zijn favoriete snookerhal bij het Zuiderpark. Als de beoogde man naar buiten komt, fietst hij, met een vriend achterop, langs de vier verdachten. Er klinkt een schot, de Peking Chinees en zijn passagier vallen met een klap op het plaveisel. Er klinken meer schoten - beide slachtoffers worden doorzeefd. Omdat de bijrijder 'maar niet dood wilde', steekt een van de verdachten hem 'in het wilde weg' met een mes in zijn lichaam. De portemonnees van de doden worden afgenomen, waarna de Chinese broers de lichamen vastbinden, in plastic zakken stopten en in de huurauto laden. Kort daarna worden de Peking Chinees en zijn vriend gevonden in een Belgische sloot.

De vierde verdachte kan aantonen dat hij niet heeft geschoten, niet heeft gestoken, niet meehielp met het dumpen van de lijken en niet deelde in de winst. Maar je was erbij, je wist ervan en deed er niets tegen, oordeelt het gerechtshof. Dus ben je medepleger. Hij krijgt een celstraf van 14 jaar.

Clubcode

Voor de Limburgse Hells Angels ging deze redenering juist niet op. Begin 2004 worden de president van de Nomads, zijn schoonzoon en zijn lijfwacht in het clubhuis in Oirsbeek standrechtelijk geëxecuteerd. Dat gebeurde volgens een vast patroon: met een kogel door het hoofd, in de buik en door de rechterhand. Zoals de clubcode voorschrijft, zwijgen de twaalf aanwezigen tijdens het strafproces hardnekkig over wat er precies in hun clubhuis is voorgevallen.

Het zwijgen loont: omdat niet is vast te stellen wie de schutters zijn - op alledrie de slachtoffers is met twee wapens geschoten - spreekt het gerechtshof uiteindelijk alle verdachten vrij. De Nomads krijgen een schadeloosstelling voor hun langdurige voorarrest, hoe moeilijk de samenleving dit ook te verteren vindt.

Het lijkt hierdoor soms lastig om eenduidigheid te ontdekken in uitspraken van rechters: de ene keer wordt wel een hele groep veroordeeld, de andere keer niet.

De rechterlijke macht is niet doof voor maatschappelijke kritiek. Over de lange termijn bekeken, is het begrip 'medeplegen' de afgelopen eeuw geleidelijk opgerekt. Voor de goede orde: medeplegen betekent dat je hebt meegedaan en is iets anders dan medeplichtigheid. Dan heb je alleen hulp geboden.

Tot 1934 moest je nog een handeling hebben verricht voordat je als medepleger kon worden aangemerkt. In dat jaar oordeelde de Hoge Raad na een brandstichting in Wormerveer dat niet alleen degene die de lucifer had aangestoken schuldig was, maar ook degene die ernaast stond.

Begin jaren tachtig werd het zelfs niet meer nodig om fysiek aanwezig te zijn: met de opkomst van de telefoon, en later internet, kon je immers ook op afstand betrokken zijn bij een delict. In het zogenoemde container-arrest oordeelde de Hoge Raad dat een verdachte die thuis zat terwijl zijn vrienden een inbraak pleegden in de Rotterdamse haven, toch schuldig was. Hij zat thuis bij de telefoon, en was verantwoordelijk voor de logistiek van de diefstal.

Het gevolg: in zaken waar verdachten voorheen zouden worden vervolgd voor bijvoorbeeld medeplichtigheid, kunnen ze tegenwoordig voor medeplegen worden vervolgd. 'Dat kwam voort uit een maatschappelijke behoefte om in sommige zaken meer betrokkenen strenger te kunnen straffen', aldus Tineke Cleiren, hoogleraar strafrecht van de Universiteit Leiden. Zelfs al blijkt wel overduidelijk dat slechts één dader iemand heeft gedood, dan nog kan een medepleger een even strenge straf tegemoet zien. Die medepleger is dan net zo schuldig aan het strafbare feit als degene die de handeling heeft gepleegd, zegt Cleiren.

Caféruzie

Dat overkwam de broers Fuad en Zaïm, die in 1999 hun gram haalden na een caféruzie in discotheek Bacchus in Gorinchem. Nadat ze geschopt en geduwd hadden tegen de dichte deur van het muziekcafé, haalde een van de twee een wapen te voorschijn en doorzeefde de deur. Twee meisjes achter de deur stierven, een derde raakte gewond.

Hoewel dus slechts een van de twee broers geschoten had, werden ze allebei veroordeeld tot 16 jaar cel. Zaïm vond die straf te hoog, hij beweerde dat hij niet wist dat zijn broer zou gaan schieten. De Hoge Raad was het daar niet mee eens: hij wist immers dat zijn broer snel boos kon worden én dat deze een wapen bij zich had. Door mee te doen aan het schoppen en duwen op de deur was er volgens de Hoge Raad sprake van een bewuste en nauwe samenwerking in de nacht van de schietpartij, oftewel van medeplegen.

Met de oprekking van het begrip 'medeplegen' zijn niet alle ontevreden reacties op de uitkomst van sommige strafzaken gesust. Maar die commotie mag geen rol spelen, stelt De Roos. 'Ik durf de stelling aan dat rechters in strafzaken juist bewust afstand nemen van die maatschappelijke commotie. Anders is een rechter overgeleverd aan emoties als de zieligheid van het slachtoffer. En het ene slachtoffer piept nou eenmaal harder dan het andere.'

Neem het voorbeeld van Meindert Tjoelker. In 1997 zag de Leeuwarder een groep jongens fietsen vernielen en riep: 'Moet dat nou, klootzakken? Doe niet zo asociaal!' Daarop ontstond een woordenwisseling die uitliep op een vechtpartij.

Tjoelker viel op straat en kreeg een schop tegen zijn hoofd, waaraan hij diezelfde nacht overleed. Hij werd begraven op de dag dat hij zou trouwen. De maatschappelijke verontwaardiging was ongekend. Toch kregen de hoofddaders van de rechtbank 'slechts' een celstraf van 1 jaar en 3 maanden. Het hof verzwaarde die straf later naar 2,5 jaar.

Aanmerkelijk risico

Waarom krijgt de voetbalvader, de enige volwassen verdachte van de doodgeschopte grensrechter, dan een straf die bijna drie keer zo zwaar is als die van de daders in de zaak-Tjoelker? Zo op het eerste gezicht lijken de zaken immers vergelijkbaar: een groep mensen schopt het slachtoffer zodanig dat hij overlijdt. Het is in beide zaken onduidelijk wie de fatale schop heeft uitgedeeld.

In de zaak van de grensrechter was sprake van het medeplegen van doodslag, aldus de rechtbank. De dader heeft Richard Nieuwenhuizen weliswaar niet geschopt om hem te doden, maar zich zo gewelddadig gedragen dat hij 'het aanmerkelijke risico aanvaardt' dat het slachtoffer komt te overlijden. De daders werkten 'nauw en bewust' samen met de andere verdachten, oordeelt de rechter, omdat de voetbalvader meedeed aan het schoppen, duwen en slaan. Daar komt bij dat hij zich niet heeft onttrokken aan de vechtpartij, terwijl dat wel mogelijk was. Foto's of getuigenverklaringen gelden hierin als bewijs. In de zaak-Tjoelker ontbrak het bewijs voor doodslag. Sterker: de rechtbank sprak van een 'uit de hand gelopen en dramatisch afgelopen vechtpartij waarvan evengoed een van de verdachten het slachtoffer had kunnen worden'.

En waarom moet de Chinees van de snookerzaak 14 jaar de cel in, en komen de Nomads voor een vergelijkbaar delict vrij?

In de snookerzaak was duidelijk dat de vriend van de broers betrokken was geweest bij de voorbereiding van de moord. Hoewel hij fysiek zelf niks had gedaan, had hij ook niets gedaan om de brute moorden te voorkomen.

Bij de Nomads kon het gerechtshof niet aantonen dat de verdachten het clubhuis tijdens de moordpartij hadden kunnen verlaten. Het schieten was mogelijk zo plotseling begonnen dat de Hells Angels de kans niet hadden om te vluchten of de daders tegen te houden. En aangezien niet duidelijk was wie geschoten had, gingen alle twaalf verdachten vrijuit.

'In zaken waarin verdachten zwijgen, wordt het een heel gepuzzel voor de rechter om te onderbouwen waarom iemand toch een medepleger is', stelt Henny Sackers, hoogleraar sanctierecht aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. 'En al helemaal als je geen betrouwbare getuigenverklaringen en beeldmateriaal hebt.'

Dat kan onbevredigend zijn. In de Nijmeegse scooterzaak noemt het hof zijn eigen arrest zelfs 'slecht te verteren': 'Het hof realiseert zich dat deze vrijspraken [...] onbegrip en verontwaardiging kunnen oproepen. De vraag wie verantwoordelijk is voor de dood van het slachtoffer wordt immers niet beantwoord, en die verantwoordelijke wordt niet gestraft.'

medeplegen

VAN VRIJSPRAAK TOT 16 JAAR CELSTRAF

In de Nijmeegse scooterzaak worden Yaoud A. en Mohammed el G. vrijgesproken van het doodrijden van een voetganger op 15 januari 2010, terwijl zij op de vlucht zijn voor de politie. Niet kan worden vastgesteld wie de bestuurder van de motorscooter was.

In de grensrechterzaak worden alle zeven verdachten van geweld tegen Richard Nieuwenhuizen veroordeeld voor het doodschoppen van de grensrechter op 2 december 2012. Ze krijgen celstraffen oplopend tot 6 jaar.

In de snookerzaak worden drie Chinese broers en een vriend veroordeeld voor het liquideren van twee Chinezen voor een snookercentrum op 13 augustus 1997. De vriend die kan aantonen dat hij niet aan de liquidaties heeft deelgenomen, wordt wegens medeplegen veroordeeld tot 14 jaar cel.

In de Nomadszaak worden alle aanwezige Hells Angels vrijgesproken van de liquidatie op drie clubleden op 11 februari 2004. Niet kan worden vastgesteld wie de clubleden daadwerkelijk heeft doodgeschoten.

In de Bacchuszaak worden de broers Zaïm en Fuad Ö. veroordeeld voor het schieten op een discotheekdeur op 10 januari 1999. Drie meisjes worden door kogels getroffen, twee van hen overlijden. Schutter Fuad en medepleger Zaïm krijgen ieder 16 jaar cel.

In de Tjoelkerzaak worden vier verdachten individueel veroordeeld voor geweld waarbij de Leeuwarder Meindert Tjoelker om het leven is gekomen tijdens een avondje stappen in de nacht van 12 op 13 september 1997. De twee hoofddaders krijgen 2,5 jaar cel wegens zware mishandeling met de dood tot gevolg, een derde verdachte krijgt 180 uur werkstraf wegens openlijke geweldpleging. De vierde is vrijgesproken.

undefined

Meer over