Je begint met een punt Architect Ben van Berkel beleeft zijn oogstjaar

Zijn werkwijze is een vergeleken met die van Mozart. Vleiend, vindt architect Ben van Berkel, al is het een cliché....

JAAP HUISMAN

Er lijkt geen week voorbij te gaan of haar fotogenieke gestalte haalt wel een krant. De brug. Mogen we zeggen: de brug der bruggen? Het winnende ontwerp, het verslepen, het plaatsen van de pyloon, het ophangen van het beweegbare gedeelte: geen fase uit het proces is het Nederlandse publiek ontgaan. Dank zij de Erasmusbrug (ingebruikneming: september) is architect Ben van Berkel in één klap arrivé. Dat kunnen weinig leeftijdgenoten - Van Berkel is 39 - hem nazeggen.

Het jaar 1996 is een oogstjaar voor hem. Eerstdaags klimt een volledig verbouwde V & D in Emmen uit de steigers, de opmaat voor de uitbreiding van het winkelcentrum De Weyert. Volgende week volgt het Rijksmuseum Twente. Een maand later wordt in het gebied tussen de Nieuwezijds Voorburgwal en de Nieuwendijk in Amsterdam een heel scala van moderne architectuur gepresenteerd. En dan de brug.

Ondertussen vorderen de werkzaamheden aan de Piet Hein-tunnel die Amsterdam met Zeeburg verbindt, gaan de palen de grond in voor het Nijmeegs Museum, en loopt de architect zich warm voor een prestigieus project in Berlijn: het ministerie van Politie.

Van Berkel lijkt nog het meest opgetogen over een betrekkelijk bescheiden project, een soort droom die nu in vervulling gaat: het Moebius-huis. De opdrachtgever moet anoniem blijven, de locatie is ergens in de Gooise bossen. In klein bestek vat die villa alles samen waar het Van Berkel in de architectuur om gaat: de doorlopende beweging.

Gebogen over de maquette legt hij uit: 'De villa is eigenlijk een lus die om de bomen heenslingert, een acht. Ik ga uit van het idee van een wandeling op het platteland, dat je zo mooi ziet uitgevoerd in museum Kröller-Muller. De lus van Moebius, die wordt vertaald in doorlopende ruimtes, waardoor het interieur een 24-uurs-cyclus wordt van slapen, werken en wonen.' Bruggen, gangen, glazen wanden en betonnen elementen - ze werken allemaal mee om dat continuüm te bereiken, een huis als een never ending story.

Het moet het begin van een nieuwe architectuur zijn, predikt hij. 'De inhoud wordt bepaald door de figuren die door een gebouw heenlopen, waaraan je een route koppelt, en vervolgens een vorm omheen ontwerpt.'

Een breuk met de heersende façade-architectuur? 'Inderdaad, het gaat dank zij de verbeterde computerprogramma's steeds meer om de structuur, om de organisatie van de vorm. Architectuur komt - daar ben ik stellig van overtuigd - niet meer voort uit een plattegrond of een begrip als ''minder is meer''. Dogma's verdwijnen.'

Je kunt, zegt hij, in een steeds vroeger stadium de techniek in het ontwerp integreren. Fouten die zich volgens de traditionele werkwijze nu pas aan het eind van de bouw openbaren, zijn in de aanlooptijd te ondervangen of te corrigeren. Vormen, krachten, constructies: ze zijn te berekenen en te sturen. Zo werd de buigkracht van de Erasmusbrug van tevoren tot ver achter de komma vastgesteld; vervolgens kon de hele partij staal met behulp van de informatie per laser worden gesneden. 'Je kunt de warmte van mensen in een ruimte omzetten in vorm: je kunt meten wat de krachten van een vouw in het beton zijn.'

Van Berkel schuwt de complexiteit niet. Integendeel. Hij zoekt haar op. Meer nog bij de Amsterdamse Nieuwezijds Kolk dan bij de brug: 'de Kolk' ligt op het snijpunt van de historische en de nieuwe stad, kent een ongekende verstrengeling van functies, mensen verblijven er kort (in hotels) tot permanent. Het is niets anders dan een spel met de tijd. Een jonge collega, met wie hij per modem communiceert, heeft zijn werkwijze 'infrastructuralisme' genoemd: elementen van infrastructuur, de techniek van bruggen en tunnels, de landschapsarchitectuur en de stedebouw worden allemaal in één object samengebracht. Geen leek die dat er nu aan afziet, maar dat komt nog wel, voorspelt hij.

Hij werd in een monografie op één lijn gesteld met Mozart, een vergelijking die hem vleide, maar ook ergerde. Zo'n cliché. Toch schuilt er een element van waarheid in. 'Caroline Bos, mijn bureaupartner, en ik hebben vaak gebruik gemaakt van eerdere processen, we combineren ideeën, monteren, en maken collages die we hebben omgezet in een eigentijdse techniek. Daar gingen we heel luchthartig mee om.'

De naam Mozart valt ook als het over De Brug gaat. 'Het is een soort opera, het is een groot werk, dat ik overigens met een grote ploeg mensen heb uitgevoerd. Alleen al die tweehonderd man van de dienst Gemeentewerken en de acht departementen die over je schouder meekijken. Voordat ik ging tekenen, heb ik daar lang rondgelopen. Er is ont-zet-tend veel onderzoek aan voorafgegaan. De tweehonderd façades van de brug, ze zitten allemaal in mijn hoofd. Het licht. Soms is hij melancholiek, soms een kathedraal, dan is hij sentimenteel, dan robuust. Een naald in het landschap.

'In Amsterdam zou hij niet kunnen staan, dat is een historische zeventiende-eeuwse stad, in het administratieve Den Haag evenmin. Maar in Rotterdam, ja, hij accentueert de sentimentele kant van de stad, denk ik, omdat hij de identiteit zo onderstreept. Die pyloon draagt de oevers echt naar elkaar toe. En hij verwijst naar de kranen in de havens, die in Rotterdam nog altijd onderdeel van de binnenstad zijn.'

Van Berkel studeerde na de Rietveld Academie aan de vooraanstaande Architectural Association in Londen, kreeg daar les - nagenoeg privé - van architecten als Zaha Hadid en Peter Wilson. 'Ons werd geleerd te experimenteren en disciplines met elkaar te verbinden. Ik ben opgeleid met dogma's. Maar dogma's interesseren me niet meer. Met Caroline betrek ik andere disciplines bij de architectuur, zoals beeldende kunst, muziek, literatuur.'

Caroline Bos, kunsthistoricus, heeft vooral affiniteit met literatuur, Van Berkel valt terug op de muziek. 'Architecten lopen vergeleken bij componisten verschrikkelijk achter. Musici koppelen de verbeelding aan de techniek, ze hebben direct het uiteindelijke resultaat voor ogen. Voor architecten is dat een onbekende werkwijze.' Een voorbeeld: de componist John Cage. Die staat niet voor zijn orkest, maar beweegt zich midden tussen de musici. Hij plaatst op zijn beurt de musici niet voor het publiek maar in wisselende posities. Kent elk deeltje van de partituur, zoals de architect de details van de projecten kent. 'Maar dat wil niet zeggen dat je alles per se volledig moet beheersen.'

De nieuwe computertechnieken kunnen de architectuur verder helpen. 'Vroeger zat de modernistische architect vast aan perspectieven en vlakken. Je kunt nu vloeren plafonds laten worden, plafonds wanden en wanden kolommen. Een vloeiende, vloeibare architectuur.' Maar kan dat ook worden gebouwd? Ja. Op de triënnale van Milaan laat Van Berkel deze maand een fragment van een paviljoen zien dat uit een doorlopende vorm bestaat. 'Ik heb het gevoel dat ik nu pas begin in het vak. Dat ik nu de waarden in de architectuur opnieuw kan herdefiniëren.'

Hoe verklaart hij dat hij wèl bouwt, en Rem Koolhaas, met wie hij soms wordt vergeleken, amper? Er valt een stilte, hij is bescheiden. 'Ik heb iets meer kans gekregen dan hij. Ik ben van een andere generatie. Hij hoort tot een generatie architecten die kritisch is. Hij hecht een andere waarde aan het experiment. Ik produceer. Ik geloof in produceren, in veel produceren. Kijk eens naar Picasso, die geloofde ook in produktie, hij zocht de spanning in schilderijen die voor zijn gevoel misschien nog niet helemaal mooi of gelukt waren, maar die een belofte inhielden voor het volgende werk waarin hij dat thema wel goed kon uitwerken.'

Een elektriciteitsstation en het bedrijf Karbouw in Amersfoort, daarmee meldden Van Berkel en Bos zich eind jaren tachtig in Nederland, terug van hun studies in Engeland. Vingeroefeningen? Van Berkel ontkent het. Voor hem vormden ze scènes uit een film waarvan de afloop onbekend is. Ze beantwoordden aan zijn behoefte aan structuren: om verbeelding, rijkdom en techniek in een ontwerp samen te ballen. 'Dat elektriciteitsstation aan de spoorlijn in Amersfoort, daar gingen we uit van een detail, van de aansluiting van het aluminium op het basalt. Cézanne had ook zoiets van: ''Ik begin gewoon'', en verloor zich vervolgens in een totaalstructuur. Hij vond het niet belangrijk te weten wat de beëindiging van een schilderij is. De computer verleidt je tot een zelfde werkhouding, je begint met een punt.'

Een elektriciteitsstation als een mausoleum. 'Elektriciteit is zo belangrijk in onze samenleving, ik vind dat je daar wel een tempel voor mag oprichten.' Tegenover dat ''monument van gestolde energie'' staat de lichtvoetigheid van Rijksmuseum Twente. Het is niets anders dan een ademend lichaam, waarin gefilterd licht - de lux uiteraard trefzeker berekend - op de moderne kunst valt. 'Alles is techniek. De installatie die in het plafond en in de vloer zit, maar ook in de expositiepanelen, die zweven in de ruimte.

'Ken je de sculptuur The New van Jeff Koons met die stofzuigers? Het interessante daaraan is dat het adem is van machines die aan de ene kant efficiënt zijn, en misschien zelfs seksueel, maar dat ze door die adem ook antropomorfisch zijn. Ze worden mens. Zo zie ik ook de huid van het museum. Je ziet de lucht als het ware door de monden in het plafond worden aangezogen en weer uitgeademd. Het zijn net schubben. Mendini, architect van het Groninger Museum, heeft als stelling dat kunst integraal deel uitmaakt van een kathedraal. Ik denk dat dit voor onze tijd niet meer geldt. Ik wil architectuur niet zichtbaar maken, het is net zoiets als akoestiek.'

De Nieuwezijds Kolk. Onzichtbaar zijn de restanten van het kasteel van de Heren van Amstel onder de bouwstellingen verdwenen. Over complexiteit gesproken. Dit historisch terrein is gevuld met een hotel, een parkeergarage, zesduizend vierkante meter winkels, 31 woningen en een kantoor. Van Berkel, in 1990 geroepen tot dit karwei, prijst de projectontwikkelaar die zich staande heeft gehouden. Want een hindernisrace is het geweest. Eerst de archeologische vondst, toen een faillissement van het tekenbureau en dan ook nog de stuiptrekkingen van de krakersscene. 'De omgeving is robuust. Dat vergeet iedereen wel eens, kijk maar naar C & A en de Beurs. Tegelijk is het een verfijnd historisch netwerk met allerhande bouwstijlen.'

Er straalt iets van opluchting. 'Ik ben nu gelukkig met hoe het eruit gaat zien. Oké, je hebt niet alles en iedereen in de hand. Waar ik tevreden over ben is, wat ik maar het gevonden detail zal noemen. Een detail uit de omgeving dat je kon gebruiken, in de gevels of in de interne structuur van een gebouw. Zo hebben we de prefab-gevels op een hele speciale manier kunnen articuleren, bijvoorbeeld in de voegen. Belangrijk is ook de perspectivische waarneming. Als je in een steeg kijkt, zie je nooit het einde. Gevels mogen in dat gebied niet plat zijn, je mag ze nooit frontaal zien. Dat zou het effect van een steeg teniet doen.'

Het kantoorgebouw dat priemt op de hoek van de Kolk en de Nieuwezijds Voorburgwal, is bijna een provocatie. 'Absoluut. Dat is ook zo bedoeld. Je zou het als een hint naar de periferie kunnen zien, maar misschien zeg ik nu afgrijselijke dingen. Wat ik bedoel is dat ik wil aantonen dat je ook in een historische binnenstad kunt experimenteren. Je mag natuurlijk refereren aan de historie, in materiaalgebruik en vlakverdeling. Waarom zou je daar niet iets nieuws uit laten voortkomen?'

Hoe om te springen met succes? Hij is een uitzending van Sonja misgelopen, maar het aanbod om daarin op te treden had hij toch wel afgeslagen. 'Ik wijs graag iets aan, en dat kan daar niet. Maar misschien doet ze iets op locatie.'

De Erasmusbrug voedde de - verkeerde - gedachte dat hij alleen thuis was in infrastructurele projecten. Gelukkig trekt dat nu bij. Hij bouwt immers ook wel eens een huis. 'Ik leer de laatste twee jaar het succes te scheiden van wat ik graag doe. In het begin kun je dat niet, dan vermeng je succes met datgene wat je ervoor moet maken. Heel link.'

Meer over