Jazzwoede

Zondag is er een benefietavond voor het Nederlands Jazz Archief. Dat herbergt duizenden foto's, knipselmappen, lp's. Om met handschoentjes aan te pakken.

De benefietavond voor het noodlijdende Nederlands Jazz Archief (NJA), zondag in het Bimhuis in Amsterdam, wordt natuurlijk georganiseerd om geld in te zamelen, 'maar het is ook belangrijk om te laten zien dat we er nog zijn', zegt Ditmer Weertman. Weetman werkt als conservator bij de Universiteit van Amsterdam (UvA) en beheert de collectie van het NJA.

Je begrijpt meteen wat hij bedoelt: de NJA-collectie is goed verstopt. Bij aankomst op het opgegeven adres vermoed je dat je fout bent gereden: wacht eens, dit is het AMC, het ziekenhuis. Je laat je de weg wijzen naar het IWO (het boekendepot van de UvA), beklimt twee betonnen trappen in een kaal trappenhuis en daar tref je dan Weertman.

Hier is het NJA-archief sinds anderhalf jaar opgeslagen, te midden van andere bijzondere collecties: 22.500 lp's, 2.000 geluidsbanden, 6.000 foto's, 1.500 video's en films, 3.000 knipselmappen, het privé-archief van Rita Reys (ze bewaarde álles, tot knipsels uit Story en Privé aan toe), tijdschriftjaargangen, affiches, zes unieke plakboeken van The Ramblers-boegbeeld Theo Uden Masman, verhuisdozen vol North Sea Jazz-correspondentie en wat al niet meer.

Conservator Weertman denkt dat de schatkamer van de Nederlandse jazz hier voorgoed zal blijven. De toegang tot het archief is gewaarborgd, 'de spullen liggen hier goed' en worden door Weertman en vier vrijwilligers steeds verder geordend, gedigitaliseerd en ontsloten.

'Het enige wat je hier mist, is sfeer,' zegt hij, 'een tafel waar mensen aan kunnen zitten, waar jazzmuziek wordt gedraaid.'

Het NJA zélf houdt kantoor aan de Piet Heinkade in de Amsterdamse binnenstad en 'kan een jaartje vooruit', de opslag van de collectie werd anderhalf jaar geleden voor vijf jaar gegarandeerd. Maar de geldnood blijft om alle wensen te verwezelijken.

Benefiet

De tweede benefietavond voor het Nederlands Jazz Archief is, een jaar na de eerste, op zondag 15 december in het Amsterdamse Bimhuis. Het ICP Orchestra, het Barnicle Bill Trio en Joris Roelofs & Reinier Baas treden op, de beroemde 'Masters of the Brushes' Han Bennink, John Engels en Joost Potocka kruisen de degens en jonge jazzmusici brengen een hommage aan Rita Reys. Benjamin Herman fungeert als dj. Kaarten (25 euro) via het Bimhuis.

Jazzkenner, -auteur en radiomaker Jaap Lüdeke (1935-2009) bezorgde het NJA een brief die saxofonist Coleman Hawkins (1904-1969) op 26 april 1937 schreef aan ene Yvonne de Clercq, klaarblijkelijk zijn Nederlandse vriendinnetje. De brief illustreert dat Nederland al vroeg aan de jazz was en dat zwarte Amerikaanse jazz- giganten (Hawkins hoorde tot de vroege swing- en bebopsaxofonisten) al voor de Tweede Wereldoorlog in Nederland op tournee waren. Het Amerikaanse idool opent verontschuldigend, in wonderlijk krulhandschrift: 'Dear Yvonne. Many thanks for your letter, which I've been intending to answer every day until now. Of course I've been rather busy as of late.'

Brief Coleman Hawkins

Impresario en North Sea Jazz- oprichter Paul Acket (1922-1992) hield zijn hele leven minutieus kasboeken bij van alle optredens die hij organiseerde en bezocht. Een aantal verhuisdozen vol staat op de planken van het NJA: de oudste kasboeken dateren uit de Tweede Wereldoorlog, aan het begin van de jaren zestig neemt zijn boekingspraktijk een vlucht en heeft hij meedere schriften per jaar nodig. 'Kasboek 1961', 'Kasboek 1962' staat er in keurige blokletters op de omslagen. De nette pagina's laten zien dat bij Acket elke cent verantwoord diende. Concert van Sonny Rollins, 26 januari 1963: 'broodjes, 4 gulden'. Dave Brubeck, 9 oktober 1964: 'pop voor kind Brubeck, 17,50 gulden'. En jenever, steeds maar weer die jenever, waarvan de prijs per fles aan het begin van de jaren zestig opvallend stabiel op negen gulden lag.

Kasboeken Paul Acket

Van de oudste platen van het Nederlandse label Instant Composers Pool (ICP) zijn nog maar weinig originele exemplaren in omloop. Van de allereerste ICP-lp (ICP 001 uit 1967) is zelfs elk exemplaar uniek: de plaat was gestoken in een blanco hoes, waarop drummer Han Bennink voor elke koper een andere tekening maakte. Het NJA bezit er drie.

Uiterst zeldzaam zijn ook ICP 007/008 (de met een kek paars randje uitgevoerde 'bonbondoos' uit 1969, die de eerste orkeststukken van Willem Breuker bevat) en vooral ICP 013: een set van zes extreem slijtagegevoelige flexidiscs. Het NJA heeft een perfecte set, op bestelling naar een koper in Oldenzaal verstuurd door Han Bennink zelf, maar retour afzender gekomen ('straat niet te Oldenzaal') en sindsdien nooit geopend.

ICP-platen

In de jaren dertig en veertig waren opnamebedrijven als het Bureau Geluids Techniek (BGT) in Voorburg populair onder zowel professionele als amateurjazzmuzikanten: je liep er binnen, maakte opnamen en liet die vereeuwigen op een aantal snijplaten, doorgaans in zeer kleine oplage, in vloeipapieren standaardhoesjes.

Een slordige 75 jaar later verbrokkelen de bovenlagen van de bijna per definitie unieke platen: ze vallen voor je ogen uit elkaar. Het NJA heeft er veel; digitaliseren betekent streng selecteren. Bijzonder: de Ramblers-achtige jazz van Frans Wouters met sprekende titels als Aan het stille strand, Kabouterfeest en Fietje, ga je mee. Op Junga Junga (opgenomen bij Simplex in augustus 1941) speelt Eddy Christiani gitaar en John de Mol (grootvader ván!) mondharmonica.

Snijplaten

Jazz at the Concertgebouw

De meest in het oog springende cd-uitgaven van het NJA horen tot de prachtige reeks Jazz at the Concertgebouw: concertopnamen uit de collectie van Lou van Rees. Tot dusver verschenen er acht (Chet Baker, Gerry Mulligan, Sarah Vaughan, Miles Davis en Art Blakey). Er volgt nog meer: de ongeveer vijftig tapes uit de collectie-Van Rees zijn inmiddels allemaal gedigitaliseerd. De cd's worden voorzien van foto's van de werkelijke optredens.

undefined

Meer over