Jazz-onderonsje zonder spontaniteit

De Amsterdamse impro-muzikanten wordt nogal eens verweten dat ze een incestueuze, sectarische kliek vormen. Die kritiek is meestal niet terecht, maar de eerste avond van de tweedaagse September Sessions speelde de tegenstanders in de kaart door dat vooroordeel te bevestigen....

Frank van Herk

Bovendien was de aanpak rommelig, en het resultaat daardoor soms leuk, soms ronduit vervelend.

Helaas was de Siciliaanse trompettist Roy Paci verhinderd. Die speelt bij Manu Chao en maakt met zijn eigen band ska-versies van Charlie Parker, Demis Roussos en alles ertussenin, dus die had misschien een frisse wind kunnen aanblazen.

Hij werd vervangen door Eric Boeren, die het aantal leden van de Bimhuis-scene op zes bracht. Michael Moore, Tobias Delius, Han Bennink, Ernst Glerum en Mary Oliver waren de andere vijf: alle respect, maar uniek was hun ontmoeting niet.

Pianist Simon Nabatov is ook al jaren geregeld in ons land te bewonderen, soms met vocalist Phil Minton, die er nu ook bij was; de enigen die elkaar nog nooit op het podium waren tegengekomen waren Minton en zangeres Cristina Zavalloni.

Eén belangrijk kenmerk van de 'New Dutch Swing', zoals criticus Kevin Whitehead het in zijn boek beschreef, is dat compositie en arrangement spontaan door alle uitvoerenden kunnen worden gevarieerd. Dit vooral in subgroepen opererende gezelschap maakte zelden gebruik van composities, dus die spanning viel weg. Iedereen deed zijn ding, af en toe klikte het, nieuwe inzichten leverde het niet op.

Vrijwel nooit werd iemand gedwongen zich staande te houden in een nieuwe context, zoals tijdens de twee October Meetings, in 1987 en 1991, waar deze September Sessions waarschijnlijk een bescheiden voortzetting van wilden zijn.

Vrij improviseren leidt ook nogal eens tot flauwekul en aanstellerij, en die werden vrijdag verzorgd door Minton en Zavalloni, artiesten waar het vreselijke woord 'stemkunstenaar' voor is uitgevonden. Zavalloni liet af en toe nog horen best mooi te kunnen zingen, maar kon het om onduidelijke redenen niet laten veel gilletjes, hikjes en slurpgeluiden te produceren.

Nog akeliger werd het als Minton zijn mond opendeed: soms klonk dat of hij stond te braken in een slecht doorlopende gootsteen, als Joe Cocker die zijn tekst kwijt was, dan weer piepte, smakte, brieste en sliste hij, herinneringen oproepend aan Mel Blanc, de man van de duizend tekenfilmstemmetjes.

Er was ons beloofd dat Michael Moore stukken van Hoagy Carmichael zou bewerken, maar helaas bleef het bij één aardig stukje gemoderniseerde Chicago-jazz. Na protest uit de zaal deelde Moore mee dat ze voor meer voorbeelden te slecht ingespeeld waren. Doe het goed of doe het niet, zou je zeggen. Of maak er een afzonderlijk project van, geen onderdeel van een vrijblijvend zootje.

Meer over