Japan maakt kennis met ‘Dutch design’

Op de Designer’s Week in Tokio steken de andere landen maar mager af tegen de oranje vesting met Dutch design....

Tokio Een stevige housedreun waait over het volle plein. Jonge Japanners in minirokjes, vale jeans met ijzeren kettingen en geblondeerde kuiven knikken mee op de beat. Het ruim voorradige bier in bakken met gekoeld water stuwt het volume van de conversaties op. Hoezo Japanners een ingetogen en gereserveerd volk?

Maar allicht dat dit openingsfeest van de Design Tide in Tokio niet helemaal representatief is voor de dagelijkse omgangsvormen in Japan. Deze designbeurs is geen onderonsje maar een evenement met kosmopolitische allure.

Immers, de Designer’s Week waar Design Tide weer onderdeel van is, is het grootste designevenement van Azië; waarmee ook de opgewonden sfeer meteen is verklaard.

Het is bijna vanzelfsprekend dat Nederland goed is vertegenwoordigd op zo’n prestigieus designevenement – het Dutch design geniet immers internationaal aanzien. Zo is de helft van de hoofdgasten die de Design Tide-organisatie heeft laten invliegen Nederlands. Opvallend: nu eens geen voor de hand liggende namen, maar een keuze voor de nieuwe garde.

Simon Heijdens toont zijn lichtgevende behang dat reageert op bewegingen. De in Londen wonende Sarah van Gameren is zelfs zo nieuw dat haar kroonluchter, die eigenlijk één grote kaars is, nog nooit in Nederland was te zien.

De Nederlandse overheid heeft een handje geholpen. Japan is als tweede economie ter wereld immers een interessante afzetmarkt. Op ‘100% Design Tokyo’, de andere attractie van de Tokyo Designer’s Week, mogen tien ontwerpers en labels zich presenteren onder de vlag Created in Holland. Ook Zweden, Spanje, België en zelfs Tjechië en Argentinië presenteren zich in Tokio. Hun stands steken een beetje mager af bij de oranje vesting in het hart van de reusachtige tent naast het Olympisch Stadion.

Deze overheidscampagne wil ‘het Nederlandse designveld in de volle breedte’ laten zien. Aardewerkproducent Koninklijke Tichelaar Makkum presenteert ontwerpen van onder anderen Studio Job. Arnout Visser, een oudgediende van Droog Design, is vertegenwoordigd met een best of-selectie van tien jaar glasontwerpen. Maar er is ook werk te zien van jonge ontwerpers als Samira Boon (stoffen en tassen) en Sander Luske (keramiek).

Ook elders in de stad heeft de Nederlandse overheid een afvaardiging mogelijk gemaakt. No windmills, cheese or tulips is de groepstentoonstelling in een galerie van ruim twintig ontwerpers – en ook hier is de diversiteit groot. Te zien zijn onder andere ondraagbare sieraden van Ted Nooten en een lamp vermomd als gasbrandertje van Chris Kabel. De eigenzinnigheid van dit Dutch design wordt benadrukt door de speelse opstelling, een omgevallen tafel waar de spullen omheen liggen.

Deze formule – een officiële beurs en kleinere exposities in de stad – heeft de Tokyo Designer’s Week afgekeken van de Salone del Mobile in Milaan, de moeder aller designbeurzen. Evenmin nieuw zijn de vele cocktailparty’s en feestelijke openingen met dj’s die de zakelijke beslommeringen van de deelnemers en bezoekers moeten opleuken.

Maar er is ook een groot verschil: de Japanse variant is een stuk bescheidener van opzet. In Tokio geen toplabels als Cappellini of Edra die collecties tonen, en ook geen internationale topontwerpers als Ron Arad of Marcel Wanders die uitpakken met nieuwe ontwerpen in exclusieve oplagen.

Behalve dan Hella Jongerius. In de gerenommeerde galerie Cibone, waar ook werk van Nederlanders als Maarten Baas en Piet Hein Eek wordt verkocht, toont zij wél een nieuwe collectie. Haar koperen schalen zijn door Japanse vakmensen voorzien van kleurige geëmailleerde beschilderingen.

Een prachtige mix van Hollandse nuchterheid en Japanse traditie – een betere impuls voor de status van Dutch design in Japan had Nederland zich niet kunnen wensen. En dat nog wel zonder overheidssteun, want die heeft Hella Jongerius allang niet meer nodig.

Meer over