het eeuwige levenJan Wagenaar (1937 - 2020)

Jan Wagenaar was een legende in de drafsport: hij won 3.500 keer

Dankzij zijn unieke paarden Quicksilver S en Henri Buitenzorg werd Jan Wagenaar een legende in de drafsport.

Jan Wagenaar in 1968.
 Beeld ANP
Jan Wagenaar in 1968.Beeld ANP

In de tijd dat Jan Wagenaar nog Jan Wagenaar junior werd genoemd, was hij bijna net zo beroemd als Johan Cruijff. Elke zondagavond snelde de pikeur met zijn paarden Quicksilver S en Henri Buitenzorg op Duindigt en Drafbaan Hilversum naar triomfen. ‘Komend uit de bocht, nu gaan de paarden het rechte stuk op’, riep de bevlogen commentator Hans Eijsvogel.

Studio Sport was afgezien van twee schaatskampioenschappen en een handvol Europacup-wedstrijden alleen een uurtje op zondagavond op de buis. En de draverij was even voor acht uur altijd het laatste item.

Wagenaar had vele bijnamen. Hij werd de maestro genoemd. De veelvraat, met zijn 3.500 overwinningen. Eijsvogel noemde hem de terrorist. Hij was in de drafsport een levende legende. In 2004 werd hij verkozen tot de pikeur van de eeuw. Wagenaar overleed 1 december op 83-jarige leeftijd. Hij wordt overleefd door zijn vrouw Annie, zijn in Zweden wonende zoon Jan en zijn dochter Yvonne, die het entrainement in Otterlo heeft overgenomen. ‘Hij had al veel problemen met zijn luchtwegen. En ­corona heeft het proces versneld’, zegt Yvonne Wagenaar.

Jan Wagenaar werd in Amstelveen geboren. Zijn vader, die ook Jan heette, was metselaar. Maar hij begon ook een kleine paardenhandel; hij stopte krantenpapier tussen de bankbiljetten om zijn kredietwaardigheid te tonen.

Na de oorlog ging hij meedoen aan draverijen. Vanaf zijn 14de drilde Jan Wagenaar senior ook zijn zoon tot een succesvol pikeur. Eigenlijk wilde die liever wiel­renner of bokser worden. Hij zei ­alleen in zijn vaders voetsporen te willen treden als hij een van de eerste drie koersen van zijn loopbaan zou winnen.

Op 7 mei 1953 won hij met Quita Scott in Groningen, waarna hij voor de rest van zijn leven in de sulky zat. In 1972 overleed zijn ­vader, die nog tegen zijn zoon had gezegd dat het met zijn dood ook wel met juniors carrière gedaan zou zijn.‘Ik heb een mooie jeugd gehad’, blikte Jan junior ­terug, ‘waarin ik alles kon krijgen, behalve een complimentje. Hij heeft me hard gemaakt, misschien wel harder dan nodig. Ik heb daar een stevig minderwaardigheidscomplex aan overgehouden’.

Stal Wagenaar was van Amstelveen inmiddels uitgeweken naar Otterlo. Met Quicksilver S won Jan Wagenaar een recordaantal van 142 koersen. Met Henri Buitenzorg boekte hij zijn mooiste overwinning: de Derby van 1969.

Vanwege een auto-ongeluk hadden artsen Wagenaar ontraden die zondag te koersen. Maar hij ging toch met de belofte maar één koers te doen: de Derby zelf. Henri Buitenzorg miste de start, waardoor hij kansloos leek. Maar met een verbluffende inhaalrace, die in de drafsport nog steeds wordt gememoreerd, greep het paard met Wage­naar op de sulky alsnog de titel.

Bij grote wedstrijden als de Grote Prijs der Lage Landen, de Gouden Zweep en de Prijs der ­Giganten vochten de paarden van Jan van Wagenaar titanenduels uit met Eland en Jojo Buitenzorg van Jan van Dooyeweerd, een soort Ajax-Feyenoord van de drafsport.

De draverijen op de lange baan verloren door schandalen later aan populariteit. Jan Wagenaar was ook actief op de kortebaankoersen die kermissen en andere evenementen opluisterden. Hier waren zijn vader en de gebroeders Pools geduchte concurrenten.

In 1958 won hij elf van de veertien kortebaankoersen in Nederland. In 2006 behaalde hij zijn 84ste zege op de kortebaan in De Lier. Het was zijn 3.500ste zege in totaal: omgerekend tien jaar lang een per dag. ‘Hij zei alles ­gewonnen te hebben wat er maar te winnen was’, aldus zijn dochter.

Meer over