Jan Hendrik vd Berg 1914-2012

De grondlegger van de metabletica was controversieel, maar ook een van de meest vertaalde auteurs.

Hij zag een connectie tussen de in 1871 ontstane mode van de cul-de-Paris (het kussen op het damesachterwerk) en de nederlaag van de Fransen tegen de Pruisen een jaar eerder. Ook zag hij een verband tussen de aanhang voor het marxisme en de populariteit van voetbal. Na de val van de Muur zou ook het voetbal ten onder gaan.


Psychiater, fenomenoloog, filosoof, botanicus en cultuurcriticus Jan Hendrik van den Berg werd geprezen als baanbrekend wetenschapper, maar ook beschouwd als reactionair en fantast. Hij was de grondlegger van de leer der veranderingen, door hem zelf metabletica genoemd. Volgens die leer houden ontwikkelingen op allerlei gebieden - psychologie, natuurkunde, kunst, spiritualiteit, gezinsleven - met elkaar verband, ook al hebben ze ogenschijnlijk niets met elkaar te maken. De theorie van de metabletica maakte van Jan Hendrik van den Berg een internationaal gevierde wetenschapper. Hij schreef het boek in 1956 en het is nog altijd een van de meest vertaalde boeken van een Nederlands schrijver. Van den Berg overleed op 22 september op 98-jarige leeftijd in Gorinchem.


Jan Hendrik van den Berg werd geboren in een hervormd gezin in Deventer. Zijn vader, chef-machinist bij de Watertoren, had grote interesse voor wiskunde en techniek en zijn moeder voor natuur en literatuur. Hij was hierdoor gezegend met een grote eruditie. Als kind zwierf hij langs de IJssel, op zoek naar vlinders en kevers. Ook raakte hij gefascineerd door de mystiek van de katholieke kerk.


Na de hbs in Zutphen besloot hij na het lezen van een boek over de anatoom Andreas Vesalius in Utrecht geneeskunde te gaan studeren. Daar maakte hij kennis met psychiatrie en neurologie. 'Je hebt niet alleen te maken met een lichaam, maar met een levende en sprekende persoon, die zijn menselijke problematiek voor je neerlegt', stelde hij. In 1943 haalde hij zijn artsexamen. Een jaar eerder was hij getrouwd met Louise van Everdingen, met wie hij vier kinderen kreeg. Na de oorlog en zijn promotie ging hij zich in Zwitserland en Frankrijk verdiepen in de fenomenologie - de filosofie van de observeerbare gebeurtenissen. In deze tijd logeerde Van den¿Berg ook enige tijd bij filosoof Martin Heidegger in Freiburg. 'Tijdens wandelingen in het Zwarte Woud bespraken we mijn vragen over zijn Sein und Zeit.'


In 1947 wordt hij chef de clinique van de psychiatrische universiteitskliniek te Utrecht. Vier jaar later volgde zijn benoeming tot hoogleraar in de pastorale psychologie aan de theologische faculteit. In 1954 werd hij in Leiden hoogleraar in de fenomenologische methode en conflictpsychologie. Hij praktiseerde ook als psychotherapeut. Eind jaren zestig stelde hij als een van de eersten de enorme medische mogelijkheden aan de orde en de ethische vragen die daardoor zouden kunnen ontstaan, een onderwerp dat nu pas in de politiek ter discussie wordt gesteld. Op dat moment was hij een ook bij het grote publiek bekende wetenschapper. Dat nam in de jaren zeventig en tachtig af omdat hij zich keerde tegen het modieuze gelijkheidsdenken, de verloedering en links-liberale politieke correctheid. Zo verbitterd was Van den Berg over de toestand van de wereld in 1977 dat hij de kernoorlog die volgens zijn metabletische berekeningen tussen 1995 en 2015 moest komen, verwelkomde. 'Er zal ons wat blijven, genoeg voor een begin. Enkele planten, een aantal dieren. Onbereikbare sterren. Raadselachtige planeten. De zon elke dag, die onze aarde met vuur overgiet.'


Meer over