James at last

Songteksten levert hij niet bij zijn cd. Bij James Vincent McMorrow gaat het om de klanksculptuur. De Ier staat vanaf dit weekeinde op vier Nederlandse podia.

Híj, een folkie? James Vincent McMorrow (31) trekt een theatrale, verbaasde grimas. Hij begrijpt ook niet waarom dat etiket hem is opgeplakt: hij vond Early In The Morning (2011), zijn succesvolle debuutalbum, helemaal geen folkplaat, om over de pas verschenen elektronische opvolger Post Tropical maar te zwijgen.

Zijn entree in de hotelbar in zijn thuisstad Dublin lijkt welhaast in scène gezet om af te rekenen met het imago van de introverte verhaaltjeszanger met gitaar: ferme passen, luide begroeting, klaterende spraakwaterval. Uit de oordopjes die hij uit zijn oren trekt, stijgen hiphopbeats op.

'Het zal wel zijn omdat ik een baard heb', zegt hij over zijn folkimago. 'Of omdat ik Ier ben, weet ik veel.'

Het geruite overhemd en de falsetzang die 'indiefolkie' Justin Vernon van Bon Iver in herinnering roept, komen daar nog bij.

Dat Bon Iver-achtige album Early In The Morning was er zomaar ineens. Hits stonden er niet op, maar hij werd er bijna stiekem erg succesvol mee. Zeker ook in Nederland, waar vanaf aankomende zondag vier prestigieuze zalen voor hem zullen volstromen, waaronder het Amsterdamse Concertgebouw, dat al is uitverkocht.

Zijn doorbraakplaat was maar in één opzicht folk: 'Mijn opnamebudget was klein en mijn technische kennis ook, dus nam ik de songs snel en simpel op, met behulp van een gitaar. Maar folkstructuren of storytelling? Nee.'

Je zou op basis van het prachtige, met gejubel ontvangen Post Tropical vermoeden dat hij het imago resoluut wilde afschudden: de gitaar ging aan de kant, de tien liedjes hebben een gelaagd elektronisch substraat en waar je in de single Cavalier nog coupletten en refreinen herkent, lijken de overige vloeibaar. Neem The Lakes, waarin de continue regen van tintelende elektronische geluidjes evenveel aandacht trekt als de zangmelodie, waarvan de route door de wind lijkt te worden bepaald. Hier draait het niet om woorden, maar om muziek en geluid.

Tijdens zijn aankomende Nederlandse concerten , zal dat niet anders zijn: verwacht vooral geen optreden van een conventionele singer-songwriter.

'Folkjongens met een gitaar willen vaak hun eigen versie van Neil Youngs Harvest maken. Dat je qua liedjes en teksten dat niveau nastreeft, kan ik me goed voorstellen. Maar wat ik niet begrijp, is dat ze ook vaak proberen het geluid van 1972 te reproduceren. Als ik al folk zou willen maken, moet het wel folk van nu zijn.'

Hij wijdt uit over de hiphop, al dertig jaar de 'voorhoede van de popmuziek waar het studioproductie betreft'. Zijn favoriete platen van 2013 werden niet door gitaarjongens gemaakt, maar door Kanye West (Yeezus), Pusha T (My Name Is My Name) en Travi$ Scott (de mixtape Owl Pharaoh). Muzikanten die weliswaar andersoortige nummers schrijven en rappen in plaats van zingen, maar het fenomeen sound volgens McMorrow net zo benaderen als hijzelf op Post Tropical, een album dat primair klanksculptuur wil zijn.

Het verklaart waarom de teksten (geen persoonlijke verhalen maar abstracte schetsen) niet in de cd staan afgedrukt: het is niet de bedoeling dat ze te veel de aandacht opeisen.

'Het voelt niet goed om songteksten bij te sluiten', zegt McMorrow. 'Waarom zou ik juist de woorden zo fel uitlichten? Waarom druk ik de akkoordenschema's dan niet af, of de in noten uitgeschreven arrangementen?'

Bijna een jaar lang, vanaf februari 2012, kneedde hij thuis in Dublin aan de songs en zijn nieuwe geluid, om vervolgens (in februari 2013) voor de albumopnamen af te reizen naar de afgelegen Sonic Ranch Studio in het Texaanse Tornillo, op een pecannotenboerderij aan de Mexicaanse grens. De eigenaar mailde hem ('Ik heb alles wat je zoekt en wat ik niet heb, koop ik voor je'). McMorrow zocht een studio waar hij 25 dagen kon wonen.

'Als ik een idee heb, start ik mijn computer op en werk ik het uit. Mijn muziek bestaat bij de gratie van die technologische mogelijkheden: vijftien jaar geleden had ik geen album kunnen maken. Toch zweer ik bij een echte studio voor de uiteindelijke opnamen. Compleet met deadline. Dat is heilzaam.'

Het is zijn stokpaardje: je kunt op je laptop een compleet album maken, maar hij vindt dat zulke 'slaapkamerplaten' meestal urgentie missen, omdat er oeverloos kon worden gesleuteld en niemand meeluisterde. Een goede eindredacteur maakt een roman beter; een kritische studiotechnicus betekent hetzelfde voor een album. Post Tropical moest ook vooral niet te lang worden: schrijven is schrappen, na 40 minuten slaat de cd-speler af.

En dan nu: op tournee. Op Post Tropical doet hij soms tien dingen tegelijk, hij zal de songs moeten 'uitkleden', maar voor het eerst kan hij oprecht zeggen dat hij uitkijkt naar een optreden. In zijn eerste bandjes was hij drummer. Hij hoefde niet zo nodig op de voorgrond. Maar toen hij zelf muzikale ideeën kreeg en die ook zelf gestalte wilde geven, werd hij als vanzelf frontfiguur.

Tijdens zijn eerste tournees dronk hij zich elke avond moed in. Tot wanprestatie leidde dat nooit, maar toch besloot hij twee jaar geleden dat hij zijn uren op het podium voortaan echt wilde meemaken. Hij stopte met drinken, wilde de zenuwen voelen ('als een sporter die een wedstrijd wil winnen') en het gevoel hebben dat hij 'iets deelt' met zijn publiek.

Hij vertelt dat hij, omdat het podium niet zijn natuurlijke habitat is, een extra 'ik' schiep. Als hij schrijft, knutselt en opneemt, is hij James. Zodra hij met het eindproduct naar buiten treedt, er met journalisten over praat en het live uitvoert, gebruikt hij ook zijn tweede voornaam en is hij James Vincent.

'James is de schepper, James Vincent de performer', zegt hij.

Weet die James Vincent eigenlijk wel dat hij op 11 februari, in het uitverkochte Concertgebouw van Amsterdam, een lange trap naar het podium moet afdalen, gadegeslagen door bijna vierduizend ogen?

Hij lacht. 'Twee jaar geleden zou James Vincent misschien halverwege zijn gestruikeld en op het plankier zijn gestort, maar nu ik nuchter ben, geef ik mezelf een goede kans.'

Post Tropical?

'Muziek is tegenwoordig altijd neo-dit of post-dat, je wordt doodmoe van al die genrenaampjes', zegt James Vincent McMorrow. De albumtitel Post Tropical knipoogt ernaar. Zijn vriendin Emma Doyle maakte het schilderij op de albumhoes: een tropisch eiland met een ijsbeer die er duidelijk niet thuishoort. 'Een soort ansichtkaart die niet is wat hij lijkt te zijn', zegt McMorrow. 'Zo zie ik mijn muziek ook graag.'

Live: 9/2 Stadsschouwburg, Groningen. 10/2 Stadsschouwburg, Nijmegen. 11/2 Concertgebouw, Amsterdam (uitverkocht). 12/2 Rotterdamse Schouwburg.

undefined

Meer over