Jaloerse partner vecht voor zijn genen

Jaloezie wordt vaak als afwijkend gedrag betiteld. Maar volgens hoogleraar David Buss moet afgunst vooral worden gezien als een oeroud mechanisme om de eigen genen te beschermen....

DAAR MOET je nooit aan beginnen, kreeg prof. dr. David Buss aanvankelijk te horen. 'Jaloezie is geen primaire emotie, zoals angst en woede. Bovendien is het veel te heftig', herinnert de Amerikaanse psycholoog de waarschuwing van collega's toen hij vijftien jaar geleden aankondigde jaloezie te willen gaan onderzoeken.

'En experimenten zouden gevaarlijk zijn. Eén collega was zelfs een keer tegen de grond geslagen door een jaloerse echtgenoot die de gespeelde avances van zijn vrouw tegenover de experimentator niet kon verdragen.'

Maar Buss zette door. En met succes. Afgelopen vrijdag was de Amerikaanse hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Austin eregast op een symposium in Artis, Amsterdam, over socio-seksuele strategieën bij mens en dier. Tegelijkertijd verschijnt de Nederlandse vertaling van zijn nieuwste boek Jaloezie, de gevaarlijke passie (Het Spectrum). Zijn belangrijkste conclusie is dat jaloezie een oeroud mechanisme van beide partners is om de verspreiding van de eigen genetische kenmerken veilig te stellen.

Buss zette zijn gedachten uiteen voor een gehoor van sociologen, psychologen, psychiaters en biologen op uitnodiging van de Dr. J.L. Dobberke-stichting voor Vergelijkend Psychologisch Onderzoek. Een stichting die al een halve eeuw lang jaarlijks enkele tienduizenden guldens aan subsidies te besteden heeft. Het fonds komt uit de erfenis van een vermogend onderzoeker van diergedrag en moet gebruikt worden ter bestudering van psychologische verschijnselen zoals die worden gevonden bij alle levende wezens - vanaf amoebe tot en met de primitieve mens.

'Het is onwaarschijnlijk dat de amoebe een geest heeft', erkent dr. Maarten Frankenhuis, stichtings-secretaris en directeur van Artis. 'In de praktijk gaat het om diergedrag, waarin voortplanting, eten en overleven centraal staan. Het uitstapje dat we nu naar de mensenwereld maken, achten we gerechtvaardigd. Want Buss, toonaangevend onderzoeker naar de relatie tussen evolutie en psychologie, plaatst de menselijke jaloezie in het kader van de voortplanting. Van het streven naar een optimale verspreiding van de eigen genen.'

Jaloezie, zo zegt Buss, heeft te maken met de voortplantingsstrategie van de mens. Wat zou u erger vinden, legt hij de toehoorders voor. Dat uw partner een diepe emotionele band ontwikkelt en een intieme relatie aangaat met een ander; of dat uw partner zich in een hartstochtige seksuele relatie heeft gestort? Het eerste? Dan is de kans groot dat u een vrouw bent. Maakt juist de tweede gedachte u ziedend van jaloezie, dan bent u hoogstwaarschijnlijk een man.

'Het eerste dat een vrouw meestal vraagt als ze van de ontrouw van haar man hoort is: hou je van haar?', weet Buss. 'Want een stabiele relatie geeft haar meer kans haar kinderen succesvol groot te brengen dan dat ze dat in haar eentje zou moeten doen. De man bekommert zich meer om de seks omdat hij niet bedrogen uit wil komen door energie te steken in de opvoeding van kinderen die niet van hem zijn. Dat kan hem een achterstand van twee decennia geven op zijn genetische concurrenten.'

Buss erkent dat dergelijke simplistische wetten in de moderne menselijke samenleving niet algemeen gelden, maar denkt wel dat ze onbewust en rudimentair het gedrag bepalen. 'Waarom', zo vraagt hij zich af, 'zou jaloezie anders zo'n heftige emotie zijn dat zede belangrijkste bron van huiselijk geweld is en er zelfs voor gemoord wordt?' Wat Buss betreft is jaloezie een mechanisme in de strijd tussen rivalen om de genen. En om de energie die wordt gebruikt om die genen succesvol in het nageslacht te krijgen.

'Dan is alles geoorloofd. Er ontstaat een driehoek waarin de bedrogen partner moet voorkómen dat het contact tussen de andere twee voortgaat', zegt Buss. 'Dat gebeurt op verschillende manieren. Geweld en intimidatie zijn het duidelijkst zichtbaar. Maar je kunt de partner ook verleiden met extra seks, aandacht of cadeaus. Soms wordt seks juist in de ban gedaan of probeert de partner zich extra aantrekkelijk voor de ander te maken.'

Als jaloezie zo'n darwinistisch mechanisme is om de genen te verspreiden, zou het ook in het dierenrijk moeten voorkomen. Het is er echter nooit zo waargenomen als bij mensen. Sommige andere primaten vertonen gedrag dat erop lijkt, maar Buss noch Frankenhuis zou dat jaloezie durven noemen. Buss ziet jaloezie als een uiting van een diersoort die verschrikkelijk veel investeert in het grootbrengen van nageslacht, zoals de mens. Daarbij willen de partners niet bedrogen worden.

IN DE dierenwereld wordt rigoureuzer korte metten gemaakt met rivalen dan in het mensenrijk. Vooral door dieren die in sociaal verband leven en waar een - meestal aldoor betwiste - leider de dienst uitmaakt. 'Moord, doodslag, kindermoord, abortus en homoseksualiteit zijn geoorloofd in de strijd om zoveel mogelijk van de eigen genen via het nageslacht te verspreiden', zegt Frankenhuis, de dierspecialist.

'Het eerste dat een nieuwe man in een kudde meestal doet, is de nog bij de moeder drinkende jongen van de oude leider doodbijten. Dat doen chimpansees, makaken, gorilla's, leeuwen. Maar ook antilopen en zebra's. Ooit zag ik hoe een nieuw binnengedrongen zebrahengst zich op een drinkend veulen stortte. Dat werd gebeten en ''willens en wetens'' vertrapt. Dat was geen ongeluk. Als een veulen bij de zogende merrie wordt weggehaald, stopt de melkproductie en komt de ovulatie weer op gang, zodat de vrouwtjes ontvankelijk zijn voor het nieuwe mannetje.'

Bij sommige knaagdieren treedt in drachtige vrouwtjes spontane abortus op als een nieuw mannetje aan de macht komt. Mannetjes die het nooit tot de top zullen brengen, maken soms gebruik van travestie opdat hun genen volgende generaties bereikt. Bij sommige vissen lijken deze sneaky fuckers wat grootte, kleur en gedrag op vrouwtjes. Ze zwermen om het dominante mannetje en lijken er soms zelfs mee te paren. Maar als het territorium verdedigd moet worden en de eigenaar even is afgeleid, slaan de pseudo-vrouwtjes hun slag. Ook herten kennen dit type man. Weliswaar geen travestiet, maar onopvallend en zonder gewei dat een vrouwtje bestijgt als de baas even niet kijkt.

Het zou te ver gaan om vergelijkbaar gedrag bij de mens terug te voeren op dit soort principes en moord, doodslag en verkrachting te vergoeilijken met darwinistische denkbeelden. Buss vindt echter wel dat een verschijnsel als jaloezie serieuzer genomen mag worden en niet moet worden afgedaan als een afwijking of een karakterfout.

'Honderd jaar geleden werd het vrouwelijke orgasme nog als een afwijking beschouwd, dat is nu ook niet meer zo', noemt Buss ter illustratie. 'Jaloezie kan wel degelijk een signaal zijn dat er iets mis is in de relatie, ook al is er geen sprake van overspel. De jaloerse partner pikt signalen op dat de partner ontvankelijker wordt voor anderen die hij of zij als rivalen beschouwt.'

Onderzocht men de 'ontvankelijkheid' van de partner van de jaloerse echtgenoot met vragenlijsten, dan bleek deze gemiddeld inderdaad ontvankelijker te zijn voor een avontuurtje. Buss: 'Jaloezie is dan een verdediging om de eigen band te versterken. Ze maakt duidelijk dat men om elkaar geeft. Daar zouden relatietherapeuten meer op bedacht moeten zijn, wanneer ze geconfronteerd worden met een (over)jaloerse partner. Het ontbreken van jaloezie kan zelfs de partners uiteen drijven.'

Meer over