Jacques Santers ambitieuze dromen

EUROPEES werkgelegenheidsbeleid bestaat niet en zal er ook nooit komen. Bestrijding van werkloosheid blijft de verantwoordelijkheid van nationale lidstaten. En toch wil Europa iets doen tegen deze 'gesel' van de maatschappij....

Europa en werkgelegenheid zijn twee fenomenen die elkaar slecht verdragen. Al jaren brengt de EU fraaie verklaringen uit over bestrijding van de werkloosheid, die echter in de lidstaten zélf in praktijk moeten worden gebracht.

Het 'Witboek over groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid' van oud-commissievoorzitter Jacques Delors was een monumentaal rapport, dat in 1993 een warm onthaal kreeg. Het bevat vlijmscherpe analyses (over de zwakte van de Europese economie en arbeidsmarkt) en dringende aanbevelingen, zoals: meer scholing, flexibiliteit van de arbeidsmarkt en verlaging van de arbeidskosten.

Sinds 1993 staat werkgelegenheid prominent op de agenda van diverse Europese ministerraden en van de Europese Raad van regeringsleiders. Na elke Top beloven de regeringsleiders weer om de werkloosheidsbestrijding in eigen land met volle kracht ter hand te nemen. Maar de werkloosheid in de EU is nauwelijks gedaald.

Heeft het nog wel zin om op Europees niveau over werkgelegenheid te praten? Waarom zegt de EU niet gewoon: bestrijding van de werkloosheid is een nationale aangelegenheid, daar gaat Europa niet over. Het is nog niet zo lang geleden dat premier Kok zich verzette tegen de opname van een werkgelegenheidshoofdstuk in het Verdrag van Amsterdam. Want daarmee zouden slechts valse verwachtingen worden gewekt die Europa toch niet kon waarmaken.

Maar het hoofdstuk over de werkgelegenheid is er gekomen. Europa moet dichter bij de burger staan, is één van de nieuwe slogans. Ook de werkloze burger moet kunnen rekenen op de Europese Unie.

Onder aanvoering van Frankrijk is het verlangen naar een socialer Europa heviger aan het worden. De EU is er niet alleen voor het bedrijfsleven, met de interne markt en de euro. De EU is er ook voor de burger, die zich nu vooral benadeeld voelt, slachtoffer van de fanatieke overheidsbezuinigingen om aan de EMU-criteria te voldoen. Tegenover economische en monetaire convergentie moet sociale convergentie staan. Een sociaal Europa als tegenwicht voor de EMU.

Volgende maand vindt in Luxemburg een speciale werkgelegenheidstop plaats. Het moet een bijeenkomst van 'geen woorden, maar daden' worden, zeggen de regeringsleiders.

Vorige week publiceerde de Europese Commissie haar aanbevelingen voor de EU-Top. Nieuw is het voorstel voor scherpere controle op het nationale beleid van de vijftien lidstaten. Aan de hand van concrete doelstellingen wordt jaarlijks de vooruitgang (of het gebrek daaraan) in de lidstaten getoetst. Wanpresteerders worden op de vingers getikt en krijgen van Brussel huiswerk mee.

Commissievoorzitter Santer vindt het een 'ambitieus, maar realistisch' streven om de Europese werkloosheid binnen vijf jaar terug te dringen van 11 tot 7 procent, de arbeidsparticipatie te verhogen van 60 tot 65 procent en twaalf miljoen nieuwe banen te scheppen.

De droom van Santer is van korte duur geweest. Deze week lieten de ministers van Buitenlandse Zaken en Sociale Zaken weten dat de lidstaten zich niet wensen vast te leggen op zulke harde cijfers. Want als de doelstellingen in 2002 niet gerealiseerd blijken te zijn, is de teleurstelling (en onvrede van het volk) des te groter.

De Europese Commissie heeft ook enkele richtlijnen uitgewerkt voor een actief werkgelegenheidsbeleid in de lidstaten om meer banen te scheppen. Dat zijn met name: een verbetering van de 'ondernemerscultuur', een bredere inzetbaarheid van werkzoekenden ('employability'), gelijke kansen voor mannen en vrouwen, en meer flexibiliteit van zowel bedrijven als werknemers.

Ook voor deze richtlijnen heeft Santer doelstellingen geformuleerd. Zo moet bijvoorbeeld elke werkloze binnen twaalf maanden aan de slag (jonge werklozen zelfs binnen zes maanden), hetzij met een baan of stageplaats, hetzij met scholing. Ook wil Santer een concrete doelstelling vastleggen voor vermindering van de belastingdruk op arbeid, die momenteel gemiddeld 42 procent bedraagt.

Brussel meent dat alleen een dwingender aanpak tot resultaten kan leiden. 'De tijd van mooie woorden is voorbij. Het wordt nu tijd voor daden', aldus EU-commissaris Flynn van Sociale Zaken.

Het Europees Parlement steunt zo'n concrete aanpak, die volgens sociaal rapporteur Van Velzen (PvdA) betekent dat de lidstaten eindelijk eens 'met de billen bloot' moeten. Het Parlement denkt zelfs aan sancties bij wanprestaties, zoals opschorting van de structuurfondsen. Maar dat idee is bij voorbaat onhaalbaar.

Helaas: het enthousiasme onder de lidstaten is niet bijster groot. Want geen enkel land wenst door Europa op de vingers te worden getikt indien een doelstelling niet wordt gehaald. Zelfs Nederland is beducht op zijn zwakke plekken (langdurige werkloosheid en arbeidsparticipatie van vrouwen) te worden aangesproken. Daarmee lijkt de kans groot dat Europa blijft doormodderen en zich opnieuw verliest in vrome, edoch vage verklaringen.

Peter de Graaf

Meer over