INTERVIEWJACOB KOHNSTAMM

Jacob Kohnstamm verdiepte zich in het teruggavebeleid van roofkunst: ‘Na de oorlog hadden slachtoffers echt andere dingen aan hun hoofd’

‘De restitutie van kunst is de enige mogelijkheid om nog iets van het onmenselijke onrecht te herstellen dat Joden, en ook Roma en Sinti, in de periode 1933-1945 is aangedaan.’ Dus laten we dat dan ook zo zorgvuldig mogelijk doen, adviseert Jacob Kohnstamm, die het Nederlandse restitutiebeleid onderzocht.

Jacob Kohnstamm Beeld Linelle Deunk
Jacob KohnstammBeeld Linelle Deunk

Maanden heeft Jacob Kohnstamm (71) zich als voorzitter van een evaluatiecommissie verdiept in het teruggavebeleid van kunst die tijdens het nazibewind onvrijwillig is afgestaan. Dat was niet helemaal nieuw voor hem; de oud-D66-politicus heeft er zelf ook ervaring mee, vertelt hij desgevraagd tijdens een interview via een videoverbinding.

Vijftien jaar geleden schreef zijn vader een opiniestuk dat ook in de Süddeutsche Zeitung werd gepubliceerd. Naar aanleiding daarvan nam een Duitse echtpaar contact met hem op. Dat had in 1943 voor 4 rijksmark – een habbekrats – een schilderij gekocht dat door de kunstenares Dinah Kohnstamm was gemaakt. Was zij familie van hem?

Dinah was de tante van zijn vader. Ze is samen met haar zus in Auschwitz vermoord. ‘Het Duitse echtpaar had zich al lang geleden voorgenomen om het schilderij terug te geven, omdat zij vermoedden dat het om een Joodse naam ging’, zegt Kohnstamm. ‘Op verzoek van mijn vader ben ik naar Duitsland gegaan om het te halen. Het hangt nu in het huis van mijn moeder, mijn vader is inmiddels overleden.’

Hij heeft zelf weinig met het joodse geloof, voegt hij er meteen aan toe. ‘Ik ben humanist en heb niets met religie. Wat ik wel heel sterk voel, is dit: nooit meer oorlog. Plus: de Nederlandse overheid heeft de morele en politieke verantwoordelijkheid om deze zaken terug te geven. De restitutie van kunst is de enige mogelijkheid om nog iets van het onmenselijke onrecht te herstellen dat Joden, en ook Roma en Sinti, in de periode 1933-1945 is aangedaan.’

De laatste jaren klinkt veel kritiek, vooral uit Joodse hoek, op het Nederlandse restitutiebeleid. Deugt het niet?

‘Het onrecht brengt sterke gevoelens met zich mee, die emotie gaat zitten in de enige mogelijkheid die er nog is: de teruggave van kunst. Restitutie is ook nog eens gecompliceerd. Dan is het makkelijk om kritiek te hebben. Maar eigenlijk zijn we als evaluatiecommissie reuzetrots op het Nederlandse restitutiebeleid.

‘De Restitutiecommissie, die de minister van Cultuur adviseert over de teruggave van kunstwerken die in rijksbezit zijn en die in andere gevallen aan partijen een bindend advies kan geven, is in vergelijking met het buitenland nog steeds een toonaangevende instelling. De Restitutiecommissie is buitengewoon transparant, veel transparanter dan vergelijkbare instellingen in het buitenland. Een aantal van de oordelen van de Duitse en Franse restitutiecommissies kun je niet eens achterhalen.

‘Maar het beleid kan en moet wel beter. Op één punt is er echt in strijd gehandeld met de Washington Principles, een internationale afspraak over restitutie, en dat betreft het herkomstonderzoek naar kunst die na de oorlog uit Duitsland is teruggehaald. In 2007 is dat uit de handen van de overheid gevallen. Ik geloof niet dat er een besluit daarover is genomen, het is feitelijk geëindigd. Sindsdien biedt de technologie veel meer mogelijkheden om herkomstonderzoek te doen. Er zijn ook ontzettend veel databases vrijgekomen. Dat herkomstonderzoek zou echt urgent weer moeten worden opgepakt.’

Uw commissie pleit voor een minder formalistische houding tegenover nabestaanden die een claim tot teruggave bij de Restitutiecommissie indienen.

‘Een meer empathische bejegening van claimanten zou passend zijn. De Restitutiecommissie doet ontzettend haar best. Het heeft te maken met een in onze ogen te gering bezet secretariaat, waardoor contact met claimanten niet intensief verzorgd kan worden. Dat kan in de beleving veel uitmaken. Er zou meer mondeling contact met partijen moeten zijn.’

De ervaring leert dat nabestaanden nauwelijks komen opdagen; ze laten alles aan hun advocaten over. Dat zijn vaak specialisten uit het buitenland die werken op basis van no cure, no pay. Het gaat in deze procedures geregeld om veel geld, het kunstwerk dat wordt opgeëist is soms tientallen miljoenen waard. Heeft het dan wel zin een meer empathische houding te verlangen?

‘Ten opzichte van de advocaten heeft het weinig effect. Maar we hebben ook claimanten gesproken die zonder advocaten bezig zijn. Het achterwege blijven van het herkomstonderzoek door de overheid heeft natuurlijk ook een gat in de markt veroorzaakt, waar advocaten in zijn gesprongen. Je zou directer contact kunnen leggen met claimanten in plaats van dat je wordt bestookt namens die claimanten. Nog los van het feit dat het individueel spreken met mensen sowieso leidt tot beter contact.’

De voorzitter van de Restitutiecommissie, Alfred Hammerstein, is twee weken geleden afgetreden. Hij wil niet zeggen waarom, maar het is een hoogst ongebruikelijke stap voor iemand die onder meer vicepresident is geweest van de Hoge Raad. Zijn vertrek kan erop duiden dat hij ongelukkig is met het rapport van uw commissie.

‘Hij is een hooggewaardeerd rechtsgeleerde met een prachtige loopbaan. Ik betreur in hoge mate zijn besluit. Ik wil wel een paar opmerkingen maken. Ik heb hem zowel mondeling als schriftelijk uitgenodigd op ons conceptrapport te reageren en daarvan heeft hij gezegd dat hij dat niet deed. De rest van de Restitutiecommissie was in grote meerderheid enthousiast over het conceptrapport. Zij hebben een aantal kanttekeningen gemaakt en op basis daarvan hebben we een aantal punten gewijzigd. Ik betreur het dat de voorzitter heeft besloten af te treden, maar ben blij dat de Restitutiecommissie met ons in discussie is gegaan en enthousiast is over de koers.’

Waarom pleit uw commissie voor minder belangenafweging in de restitutieprocedure?

‘In die belangenafweging zitten elementen die we echt storend vinden. Zo kan in een oordeel bijvoorbeeld worden meegewogen dat de oorspronkelijke eigenaren na de oorlog niets hebben gedaan om het verloren kunstwerk terug te krijgen. Dat mag je ze niet verwijten. Na de oorlog hadden zij echt andere dingen aan hun hoofd. Zij waren bezig hun leven of wat daarvan over was weer op poten te zetten.

‘Ook kan worden meegewogen dat een werk belangrijk is voor het openbaar kunstbezit in Nederland of dat een museum het te goeder trouw heeft gekocht. Maar museumdirecteuren zeggen tegen ons: gestolen kunst willen we helemaal niet in de collectie hebben.

‘Door een beleidsbeslissing van de toenmalige staatssecretaris van Cultuur, Halbe Zijlstra, is er meer belangenafweging in het restitutiebeleid geslopen. Ten onrechte, vinden wij. Belangenafweging moet zo veel mogelijk achterwege blijven, die doet afbreuk aan het na te streven rechtsherstel.’

Nieuws Nederlands teruggavebeleid voor roofkunst moet empathischer en minder formalistisch

163 uitspraken

De Restitutiecommissie heeft sinds de oprichting in 2001 in 163 zaken een oordeel uitgesproken. In 48 procent van die zaken werd een claim toegewezen, in nog eens 12 procent werd die deels toegewezen. Veruit de meeste zaken (127) gingen over werken die na de oorlog door de geallieerden terug naar Nederland waren gebracht. Ook werden er claims ingediend ten aanzien van kunstwerken in collecties van rijksmusea (15) en van gemeentelijke of provinciale musea (19). In twee zaken verklaarde de commissie zich onbevoegd.

Meer over