Jaarverslag voor milieu en mensenrechten

Vroeger was het simpel. Het bedrijfsleven leverde producten en diensten, en de overheid bepaalde de regels waaraan bedrijven moesten voldoen....

Maar de verhoudingen veranderen. Steeds luider klinkt de roep om maatschappelijk verantwoord ondernemen: bedrijven moeten zich bewust zijn van hun maatschappelijke rol, beseffen dat ze een bredere verantwoordelijkheid hebben dan alleen maximalisatie van de winst.

Klanten en aandeelhouders roeren de trom: toen Shell dreigde de Brent Spar af te zinken, reden automobilisten de tankstations van de oliemaatschappij voorbij. En pensioenfonds ABP verkocht zijn aandelen IHC Caland omdat de scheepsbouwer zaken deed met de regering van Birma, een regime dat niet bekend staat om zijn respect voor de mensenrechten.

Intussen worstelt de overheid met de rol die ze in dit debat moet spelen. Kan het onderwerp aan het bedrijfsleven zelf worden overgelaten, of moet de overheid ook op dit terrein strikte regels invoeren? Afgelopen vrijdag sprak het kabinet over het onderwerp. Generieke regelgeving is ongeschikt op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen, is het standpunt. Keurig in lijn met het advies dat de SER vorig jaar gaf.

Afgelopen maandag ging premier Kok een stapje verder. Hij wil de Raad voor de Jaarverslaggeving vragen aanbevelingen te doen voor maatschappelijke verslaggeving. Als je het gedrag van bedrijven zelf niet wilt sturen, dan in ieder geval maar goed weten wat ze doen, zo lijkt de gedachte.

De vraag is wat de premier precies voor ogen heeft als hij het over maatschappelijke verslaggeving heeft. De onderwerpen zijn breed: van kinderarbeid tot de uitstoot van kooldioxide en van de integratie van allochtonen op de arbeidsmarkt tot het verder ontwikkelen van alternatieve energiebronnen. En het allergrootste struikelblok: iedereen heeft een ander idee van wat maatschappelijk verantwoord is. Welke onderwerpen moeten in zo'n rapport aan bod komen, en welke normen moeten daarvoor gelden? Niemand die het weet.

Misschien heeft Kok het Shell Report voor ogen, het lichtend voorbeeld van corporate openheid. Sinds 1998 stelt Shell elk jaar een verslag op, waarin de oliemaatschappij haar gedrag minutieus langs de meetlat van de eigen uitgangspunten legt. Van corruptie tot olielekkages, alles komt aan bod, gecertificeerd door een externe accountant.

De vraag is of de Raad voor de Jaarverslaggeving het geëigende instituut is om op dit gebied regels op te stellen. 'Onze expertise ligt vooral op het gebied van financiële rapportages,' geeft secretaris R. de Feijter van de Raad toe. 'Er zijn natuurlijk wel sociale jaarverslagen, maar daar zijn geen objectieve richtlijnen voor. En dan zijn er nog allerlei andere kwesties. Wie gaat die verslagen controleren, wie is deskundig genoeg op welk terrein? Hoe kun je kwalitatieve onderwerpen als gedrag in ontwikkelingslanden aan harde criteria toetsen?'

Simpel wordt het nooit meer.

Meer over