'Ja, ik ben ook een hufter. Soms'

Ambulancebroeder Theo Maassen wordt lastiggevallen in de film Doodslag van regisseur Pieter Kuijpers. Een populaire cabaretier jut hem op.

BOR BEEKMAN

De andere wang toekeren? Theo Maassen heeft zo z'n twijfels over het effect. 'Ik denk vaak: een hufter vindt dat juist gaaf. Dan kan hij nóg een keer meppen. Die denkt echt niet: o ja wacht, ik was ook stom bezig.'

Wanneer is het toegestaan geweld te gebruiken - het is de vraag die de hoofdrolspeler zelf zo interessant vindt aan zijn nieuwe film. 'Of ik ook een hufter ben, dat vragen mensen me nu steeds. Ja, ik ben ook een hufter. Soms.' Tegen regisseur Pieter Kuijpers (Van God Los, TBS), die hem flankeert. 'Wat maakt bij jou hufterig gedrag los?'

'Andere hufters.'

Maassen knikt. 'Dat is het kutte. Het is besmettelijk.'

Doodslag opent met een citaat van premier Mark Rutte: 'We moeten ons land weer terugveroveren op de hufters'. Een waardeloze uitspraak, vindt Kuijpers. 'Soort demagogie.'

In de film slaat ambulancechauffeur Max (Maassen) een jongen opzij, omdat die hem onderweg naar een spoedgeval de weg belemmert. Daarmee geeft hij gehoor aan een tv-oproep van een cabaretier om als hulpverlener meer van zich af te bijten. Probleem: de jongen, van Marokkaanse afkomst, overlijdt aan de gevolgen van de klap. Nu verdeelt Max de landelijke opinie: is hij een held of een schoft?

Maassen kwam op het idee voor de film toen hij enkele jaren geleden een theatermonoloog zag van Marcel Lenssen (die tevens het filmscenario van Doodslag schreef). 'Het ging over een man die het niet meer pikt. Dat was het zaadje, eigenlijk een heel simpel gegeven.'

Maassen benaderde Kuijpers, die hem eerder in TBS regisseerde. 'Eigenlijk is het gek dat zo'n film in Nederland nooit eerder is gemaakt', zegt die. 'Het leeft. Dat zie je ook aan die nieuwe SIRE-campagne over geweld tegen hulpverleners.'

Bij de première, afgelopen week in Eindhoven, sprak Maassen na afloop Wim Helsen, de met hem bevriende Vlaamse cabaretier. 'Die moest echt wennen aan het idee: hulpverleners lastigvallen. Dat gebeurt bij ons niet, zei hij. En bij oud en nieuw dan? vroeg ik. Nul incidenten. Nul. Schrok ik van.'

Ter voorbereiding draaide zowel acteur als regisseur enkele diensten mee op de ambulance. Maassen week uit naar Düsseldorf, in de veronderstelling dat hij in Nederland te veel zou opvallen. 'Dat pakte nog raar uit. Op de eerste rit in Düsseldorf stapte ik ergens op een marktje uit, in ambulancepak en met zo'n defibrillator in de hand, roept een voorbijganger: 'Hé, dat is Theo Maassen!' Waarop z'n vriend zegt: 'Denk even na man, dat kan nooit'. Terwijl daar iemand in een plas bloed nog een beetje lag na te shaken van een epileptische aanval, sloten ze een weddenschap af of ik het nou wel of niet was.' Daadwerkelijk assisteren mochten ze niet, zegt Kuijpers. 'Je staat er een beetje lullig bij, maar je hoort en ziet veel.'

Het was Maassen die voorstelde om het personage van een cabaretier aan de film toe te voegen - een man van het woord tegenover de verbaal beperkte ambulancechauffeur. Die populaire cabaretier, een rol van Gijs Scholten van Aschat, speelt in Doodslag een duivels spel met zijn publiek en de media, over de rug van chauffeur Max. 'We wilden iets met de rol van televisieprogramma's doen. Die cabaretier zet de zaken in gang als tafelheer bij De Wereld Draait Door. Als zo'n zogenaamde opiniemaker, zo'n man die maar wat zit te roepen, die zijn chagrijn uitvent.'

Maassen trekt een vies gezicht. 'Echt, er liepen rillingen over mijn rug toen Prem Radhakishun onlangs in DWDD zei dat je inbrekers neer moest slaan. Te bizar voor woorden, alsof de werkelijkheid onze film inhaalde. Hij is nota bene een jurist. Man, er is in Nederland iemand met honkbalknuppels in coma geslagen omdat hij statiegeldflessen jatte uit een sportkantine - ja, weliswaar gasflessen van 150 euro, en dat moet iemand niet doen, maar honkbalknuppels?'

Aan de andere kant: 'Ik kan niet beloven dat ik niet ga meppen als mensen bij mij inbreken. Inbrekers, pas op! Ik weet dat veel inbrekers de Volkskrant lezen.'

DWDD werkte mee aan Doodslag: Matthijs van Nieuwkerk en Arie Boomsma acteren zichzelf in een cameo. 'Ik denk dat ze die aanjagende rol van het programma zelf ook wel willen onderzoeken', zegt Kuijpers, 'en nieuwsgierig zijn naar waar de grenzen liggen.'

Maassen: 'Ik vond het wel stoer dat ze gewoon meededen. Het moeilijke aan dat soort snappy televisieprogramma's is de dwang om altijd puntig te zijn, alles in één zin te zeggen: gepolariseerd. Nuance is niet zo mediageniek.'

Behalve die van Scholten van Aschat circuleert er nog een cabaretier in Doodslag, een onuitstaanbaar type dat ambulancebroeder Max tot de grond toe afzeikt. Wie niet op de hoogte is van het hoofdinkomen van Maassen zou kunnen veronderstellen dat de filmmakers een hekel hebben aan de beroepsgroep. 'Ik ken ze hè, van dichtbij', zegt Maassen. 'ik weet hoe cabaretiers écht zijn. Nee heus, over het algemeen zijn het aardige jongens en meisjes.'

Kuijpers: 'Ik heb alleen niks met cabaretiers die slechts grappen maken over de ander, dat is me te makkelijk.'

Maassen: 'Laatst, die oudejaarsconference van Youp van 't Hek. Dan is hij de goeie peer. Hij is de man die deugt, en iedereen met een regenjas of zoiets is stom. Vind ik oninteressant.'

Ook de trailers van Doodslag haken in op de werkelijke maatschappij. Zo toont Kuijpers in een van de filmpjes hoe Ajax-hooligan Wesley het voetbalveld bestormt en de keeper van AZ aanvalt. 'Je kunt een vergelijking trekken met Max. Dit is ook iemand die - letterlijk - over een lijn stapt en doet wat anderen allemaal staan te roepen. En dan is hij de lul, want daar lag de grens, blijkbaar.'

Maassen: 'Esteban, de keeper, trapt hem twee keer met zijn voetbalschoenen. Ik keur die reactie niet af, maar wat als zo'n trap tegen z'n slaap komt en die Wesley voor dood blijft liggen. Wat dan? In onze film heeft Max die pech. Zo vaak sla je iemand niet dood met één klap. Maar het kan wel.'

Dat hij bij voorkeur personages speelt die dicht bij zichzelf liggen, heeft Maassen weleens gezegd.

'Nou ja, het is eerder zo dat ik het talent mis om mensen te spelen die ver van me af staan. Ik ben geen acteur die heel goed kan transformeren. Me inleven in een situatie, dat kan ik wel. Op zo'n filmset wordt het allemaal erg reëel voor me. Ik ben ook beperkt met dat lichaam van me, geen typische kantoorklerk. Mijn rol in Minoes? Dat is wel zo, er zit ergens in mij een lieve, verlegen, onbeholpen man. Maar je hebt ook acteurs, zoals bijvoorbeeld Dustin Hoffman, die kan ineens heel anders lopen, met een andere motoriek. Lukt mij niet. Max is geen prater, maar van binnen lijkt hij op mij.'

Het is pas zijn tweede hoofdrol, na die als ontsnapte gevangene in TBS. 'Als ik niet goed ben, is de film niet goed.' In een interview met het AD noemde Maassen Doodslag een tweeluik met zijn huidige theatervoorstelling Met alle respect. 'Het is wel een beetje dezelfde thematiek, de hufterigheid, het Nederland van nu. Alleen ben ik dan geen ambulancebroeder maar cabaretier, en de vader van een kind.'

Maassen en Kuijpers delen een liefde voor het werk van Martin Scorsese. 'Voor Doodslag hebben we zijn films eigenlijk een beetje door elkaar gemengd', zegt de regisseur. Bringing Out the Dead, met Nicolas Cage als ambulancechauffeur, was van invloed. Net als The King of Comedy, met Robert De Niro als aspirerend stand-up komediant Rupert Pupkin (Kuijpers vernoemde zijn productiebedrijf Pupkin Film naar het personage) en Taxi Driver, met De Niro als taxichauffeur die het niet meer pikt.

'Doodslag is onderverdeeld in vier stijlen. Eerst vrij helder en doelgericht, daarna strak zwartwit, zeg maar gepolariseerd, en dan glossy - de glamourwereld van het cabaret, met echt mooie vrouwen. En dan het laatste deel, waarin je afdaalt. Ook het geluid verandert steeds'.

Maassen: 'Aan het eind is het beeld verwond. Vaal, smoezelig en vuil - de teloorgang.'

Kuijpers: 'Het is heftig, maar nog wel een publieksfilm. Ik vind dat je het publiek niet moet vervreemden met dingen die niemand begrijpt.'

Er was enige tijd sprake van dat hun eerdere samenwerking in TBS een remake zou krijgen in het buitenland. 'In Duitsland en Amerika was interesse, maar uiteindelijk haken ze dan toch af omdat ze een vrolijker einde willen. Dan besef je dat dit soort films eigenlijk alleen in Nederland worden gemaakt.'

Maassen: 'Feelbadfilms, dat zijn het eigenlijk'.

FotoMike Roelofs

Pieter Kuijpers (Tegelen, 1968) maakte naam met zijn misdaaddebuut Van God Los (2003), geïnspireerd op de bende van Venlo. Veel van zijn films zijn (losjes) gebaseerd op waar gebeurde misdaden. Zoals Off Screen (2005), over de breedbeeldtv-gijzeling, en Dennis P. (2007),over de magnetron-diamantrover. De plot van zijn eerste film met Theo Maassen, TBS (2008), een thriller over een ontsnapte gevangene die een kind ontvoert, was wel verzonnen.

Doodslag is beïnvloed door Bringing Out the Dead, een minder bekende film van Martin Scorsese uit 1999. De filmvolgt 48 uur uit het leven van een oververmoeide en overwerkte ambulancemedewerker (Nicolas Cage), die geplaagd wordt door geestverschijningen.

undefined

Meer over