IVO DE WIJS

Fans lopen warm voor de bedreigde Westmediterrane Pijlstormvogel, al heeft Ivo de Wijs die zelf verzonnen. Op 1 april (géén grap) krijgt Vroege Vogel & (ex)cabaretier De Wijs een grootscheepse hommage in het Nieuwe de la Mar te Amsterdam....

tekst ben haveman ; fotografiewim van de hulst

Als ik ooit doodga, komt dan allemaal maar

En hou je flink of snotter, alles mag

Vooruit, laat 't maar druk zijn en luidruchtig

Ik zorg wel voor de stilte op die dag

'Waar blijven de windmolens die draaien op zonne-energie? Dit is Radio 1, het hijgend hert der drijfjacht ontkomen.' Zondagmorgen, driekwart Nederland slaapt nog. Op dit vroege uur is de luisteraar meteen bij de les. Die krijgt een cocktail wisecracks van Ivo de Wijs bij zijn beschuitje geserveerd. Plus een fijn citaat van Midas Dekkers: 'De meeste kans om tegenwoordig in de stad nog een paard tegen te komen heb je in een kroket van de automatiek.' Er is dan al onheil genoeg voorbijgekomen in het radioprogramma Vroege vogels.

De hommel die door het broeikaseffect voortijdig uit zijn winterslaap wordt opgeschrikt. Het zeggekorfslakje dat zich in Limburg niet meer kan voortplanten door oprukkend asfalt. Hele legers vinken die de kraaienmars blazen, de kneu voorop, vanwege de zegeningen der intensieve landbouw ('nota bene met Europese subsidie'), en doordat we en masse van gazon op tegels zijn overgegaan; 'onderhoudsvrije tuin heet dat in makelaarstermen'.

Vrolijker geluiden klinken er van de klimaatconferentie uit het Ghanese Accra. Dat wil zeggen: aan de andere kant van de telefoonlijn komt de rapporteur amper uit zijn woorden, dus het moet die nacht een dolle boel zijn geweest, daar in Accra. Even later evalueren presentatoren Ivo de Wijs en Margreet Reijntjes (stopwoord: 'Oké dan!') samen met een hoogleraar van de Vrije Universiteit op bezorgde toon de stijging van de zeespiegel: 6 meter in de komende vijftig jaar, als we niet uitkijken, 6 meter! Als tussendoor in een Triodosbank-commercial de stem van Hanneke Groenteman ons meeslepend tracht te bekeren tot 'de hoogste onbespoten rente', laat Ivo de Wijs zich die voorzet niet ontgaan en kopt grijnzend in: 'Hoor je dat? Hanneke onbespoten Groenteman?'

Meneer pastoor doet zijn corvee/ Ontstegen aan het uur des slaaps/ De Turkse tortel doet niet mee/ En kiest de weg naar de moskee/ Als altijd liever Turks dan Paaps. Een versje hier, een mopje Scarlatti en Vivaldi daar: sinds 1 december 1985 worden in de ether de kostbare resten flora, fauna, bos en beemd van onze asfaltdemocratie gekoesterd met een inzet die wijlen minister Irene Vorrink niet had kunnen verbeteren toen ze zichzelf in Parijs presenteerde via een kordaat 'Je suis le ministre de milieu' (onderwereld), waaruit niet logischerwijs volgde dat de bewindsvrouw het zo goed voor had met 'l'environnement'.

Per traditie noteert de vara voor de wakkeren onder ons de barometerstand van het afkalvend groen, waarbij de boodschap van het doorgaans minder opbeurende nieuws verpakt is in zinnen vol liefde voor het Groot Heksenkruid, de Zandhagedis, de Witte Rapunzel, de Dagpauwoog, de Spreeuwkopeend, de Stinkende Gouwe, de Blauwe Kiekendief, de Herfstschroeforchis, het Icarusblauwtje, de Vorkstaartplevier, de Guldenroede, de Steenmarter, het Przewalski paard, kortom: 'Voor alles wat groeit en bloeit en altijd weer boeit', zoals de wat krakerige stem van volksopvoeder dr. Fop I. Brouwer die al een kleine halve eeuw geleden beleed.

Vervolgens zette Bert Garthoffs Weer of geen weer de botaniseertrommels van een miljoenenpubliek op scherp. Toen heette het milieu nog gewoon natuur. Opvolger Ivo de Wijs mag graag roepen dat het milieu vandaag de dag geen zaak meer is van links, maar meer en meer ook van lieden met een four-wheel drive en twee rashonden. Re creanten in luidruchtige joggingpakken willen parkeren bij bos en hei, is zijn ervaring. Anders vinden ze d'r niks aan, aan dat bos. Om met Vroege-vogelscolumnist Midas Dekkers te spreken: 'Aha, daar is een pannenkoekenhuis, dus nu kan de natuur niet ver weg meer zijn.'

Dit belet De Wijs en de zijnen geenszins om het lot van gemanipuleerde resusaapjes aan de orde te stellen, als ook de verzoeting van het Volkerak, vliegtuiglawaai in stiltegebieden, statiegeld voor bierblikjes, massale sterfte van eidereenden, als ook het liefdesleven van de kortteenleeuwerik, de teloorgang van mosselbanken, dan wel de heugelijke terugkeer van de gierzwaluw. Na een zwaarwichtig item over paddentrek of pakweg genetische manipulatie kan De Wijs met een knipoog naar Drs. P opeens uitkomen op 'klont- en mouwzeer', of aan de uitgaanstips van avro's Meta de Vries een tikje baldadig toevoegen dat 'vandaag ook het tandsteenmuseum weer is geopend'.

En altijd een versje van eigen makelij in de uitzending: Soms bekijk ik wat er achter/ Onze hoge schutting groeit/ Dan zie ik de buren zitten/ Echt volkomen uitgebloeid!

'Omdat we geen actiegroep zijn en bij alle ecologische somberheid een dragelijk programma willen maken, is ironie een belangrijke component', zegt Ivo de Wijs, weer onderweg naar zijn huis in Amster dam-Nieuwendam. 'Anders zit je zo apodictisch het laatste woord te hebben. Je moet jezelf af en toe in de maling nemen.' Zeker, ironie ligt onder vuur, zoals bij een stroming jonge Amerikaanse schrijvers; nou ze doen maar. 'Ik denk dat de Taliban in Afghanistan ook niet zo dol zijn op ironie', reageert De Wijs droog.

Er zit soms wat gemopper bij de 20 kilo post die zijn redactie elke week openmaakt. 'Laatst was er een boze brief van iemand die zich aan mijn uitspraak ergerde. Die schreef: "Een zachte g is net zo erg als een horrelvoet." Ik heb teruggeschreven dat hij tamelijk alleen staat in die larie. Ik ben al 35 jaar weg uit Tilburg, maar mijn zachte g slijt niet. Ach, een harde g is soms erger. Je zal toch het soort Neder lands spreken dat koningin Beatrix uitkraamt, zeg!'

Oud-leraar Nederlands Ivo de Wijs zal niet weten hoe de vaartuigen heten die voor zijn deur liggen aangemeerd, maar in de tuin van zijn schilderachtige dijkhuis (wat verderop is een identiek exemplaar voor anderhalf miljoen in de verkoop) zal hij elk merk vogel zonder aarzeling benoemen, en dat voor iemand die vroeger nog geen sijsje van een drijfsijsje kon onderscheiden. Hiero de pimpelmees met zijn blauwe maskertje, daaro de groenling, en kijk: 'De halsbandparkiet, ach u kent het dier niet/ maar wij lichten een tip van de sluier/ 't is een soort papegaai en uitzonderlijk fraai/ en zo groen als een baby z'n luier.'

Hij declameert zoals een ander een niesbui heeft: onverwacht en als het moet zonder ophouden. Wel twintig vogelsoorten ziet hij in duikvlucht op zijn pindaslingers en vetbollen afroetsen. 'Als mijn vrouw en ik aan de wandel zijn in de natuur, dan roepen we: "'t Is mooi, maar er zijn toch minder vogels dan bij ons thuis." De natuur kan behoorlijk teleurstellen. Maar er zijn ook verrassingen. Wist je dat padden in hun bijziendheid soms paren met een dode soortgenoot, zelfs met een stuk klei, of een opgeblazen ballonnetje?' De schaarse keren dat hij als Tilburgs stadskind buitenkwam - al hadden zijn ouders daar als hard ploeterende middenstanders eigenlijk geen tijd voor - betroffen een tripje met een doodzieke buurvrouw die kort daarna kwam te overlijden ('we bleven met z'n allen vlak bij de auto want dan kun je zo weer weg'), en niet te vergeten een autorit waarbij de motor op de spoorwegovergang afsloeg.

Het was een Chevrolet met houten betimmering, zegt De Wijs verlekkerd, alsof uit zijn verleden een bedreigde diersoort is opgedoken. Alsof hij een picturale vondst heeft gedaan die vermelding behoeft in zijn versjesbundel Het gaat goed met Nederland. Die titel slaat evenwel op een paaltje. Op een onnozel paaltje bij het kanaal, voor zijn huis. Toen hij nog niet met flora en fauna, maar met cabaret in de weer was, ontdekte De Wijs dat ding waarvan de betekenis hem ontging, ténzij je je fiets ertegen parkeerde. Had het te maken met een kabel onder het IJ? Met de telefoonkabel? Met de vroegere aanwezigheid van een tolhuis? Op een dag zag hij er een man met een pet een een kwast neerknielen.

Die nutteloze paal, hij werd geteerd

Hij staat geregistreerd

Hij werd vandaag gekwast van hogerhand

En in een ogenblik

In een flits besefte ik

Dat het goed gaat, dat het goed gaat met ons land

'Ze hebben het weggehaald, helaas. Maar heel Nederland staat vol met palen waarvan niemand precies weet wat ze nou eigenlijk uitrichten.' Het betreffende vers dateert van 1974 alweer, en je moet De Wijs niet vragen of het 27 jaar later écht zo goed gaat, van Enschede tot Volen dam; in een land waar af en toe de straat lijkt te regeren. 'Want dan heb je gelijk', erkent De Wijs. 'Maar verder hebben we toch het mooiste land op aarde?' Voorzichtig werp ik tegen dat Nederland nogal lelijk oogt, als je uit zuidelijker streken de grens passeert. 'Aha, ik hoor het al: zonaanbidder zeker', hoont Ivo de Wijs. 'Jij bent rijp voor emigratie. Zeg maar ja dokter. Je moet in ons klimaat natuurlijk wel een zekere zonnigheid in het hartje hebben, nou die bezit ik gelukkig.'

Ja, er wordt van Ivo de Wijs beweerd dat hij chronisch aan een goed humeur lijdt, en nee, hij zal dat niet tegenspreken. Hij zegt: 'Weet je dat mensen kwaaiig naar je kijken als je in de regen loopt te zingen? Dat hoort niet, gedraag je! Ik zing veel en vaak en vals, wat me maar te binnen schiet. Ik ben een schatkamer van onduidelijke gezangen. Bescherming tegen de eenzaamheid, zegt men, hè. Maar optimisme is geen hoogvlakte hoor. Ik haat mensen die gemaakt vrolijk zijn.' Voor doemdenkers van voorbije decennia dichtte hij sardonisch, onder verwijzing naar (inmiddels hoog en breed gepensioneerde) vara-omroepers: Het wordt alleen nog maar erger/ Na Joop Smits komt Elles Berger/ Na de gesel komt de knoet/ 't Komt nooit meer goed.

In zijn werkkamer komt ieder lachsalvo met piepen tot staan. Alle lijnen in het gezicht van Ivo de Wijs lopen omhoog, las hij ergens tot zijn tevredenheid. Voor neerwaartse mondhoeken wende men zich meer tot vakbroeder Hans Dorrestijn. 'Maar da's ook pose van Hans', reageert De Wijs. 'Je kan heus wel met hem lachen. Alleen lijkt ie het ongeluk op te zoeken, hè. Verkeerde partners, verkeerde ziekten, verkeerde kinderen. Laatst vertelde hij dat hij op vakantie was gegaan met zijn ex en haar nieuwe partner. Wie doet dat nou ook! Ja, om bij de kinderen te kunnen zijn. Maar die waren nog het meest gestoord van allemaal, klaagde Hans toen. Alsof kinderen dat aankunnen, zo'n situatie met moeder én vriend én vader. Die krijg je nooit rechtgebreid.'

Weer die lach, al is de dag verkeerd begonnen. 'Je doet de radio aan en hoort in rap tempo de s-z-verwisselingen passeren. Sestig. Dezep zie. ''Dat is een enorme dezepzie voor mij'', hoor je dan. Geweldig. De mensen doen maar. Al te streng ben ik ook weer niet. Ik heb liever dat de werkster een briefje vol taalfouten achterlaat dan helemaal niks. Het erge is dat mensen die zich op hun opleiding voorstaan, stoplappen in de bek nemen als "En dan heb ik zoiets van'' en "Hoe ga je daarmee om?'', dat is toch om een punthoofd van te krijgen?'

Hij kan zichzelf wel voor de kop slaan dat de spellingscommissie de pannenkoek met n erdoor heeft gekregen. 'Die lui moeten snel sterven. Eerst wilden ze taxi als taksie spellen en champagne als sjampanje. Goddank van tafel geveegd. Vrienden en ik dachten: dus met die pannenkoek zal het dan ook zo'n vaart wel niet lopen. Helaas! Kijk, kado en buro lijken me geen punt, maar biscuit-tje met dubbel t en crapaudtje met dt, dat is toch helle waanzin? We hebben te weinig ruggegraat gehad om de ruggengraat en al die treurige invoegsels te stoppen. We hebben zitten slapen. Maar ik geef je op een briefje: pannenkoek wordt weer pannekoek, hoor, dat zullen jij en ik nog beleven.

'Ik roep altijd: als ik 60 ben dan wil ik wel een klasje met hoofddoekjes om Nederlands aan te leren. Maar dan moet de pannenkoekenwereld wel uit de Van Dale verdwenen zijn. Het is mij een godsraadsel waarom er niet iedere dag Nederlandse les is op de televisie.' Vertel De Wijs wat. Lang voordat het polderneiderlands onze oren zou geselen, liet een platenmaatschappij een door De Wijs vervaardigd liedje van Jasperina de Jong al afdrukken als Hoe wordt ik een ster met dt.

De tekst is in Nederland vogelvrij verklaard, hij peperde het de verzamelde hoofdredacteuren van Nederland al eens in. Citaat: 'De aller-allerjongste bediende, een sterk brillend sneu neefje van de koffiemevrouw, gaat mijn mooie tekst zitten overtypen op televisiepapier en als ik het script later terugzie, springen de tranen me in de ogen.' Of die boodschap tot alle hoofdredacteuren is doorgedrongen, betwijfelt De Wijs nog steeds. 'Die mensen waren allerlei tenten langs geweest en dus allemaal dronken. Het was vreselijk.'

Zijn ogen lijken dik, hij heeft 's nachts de hoerenmusical Irma la Douce uit het Frans zitten vertalen 'en dat is dievenwerk met al die krankzinnige dubbelrijmen'. Achttien liedjes, eerder vertaald door Hans Andreus: dan moet je van goeden huize wezen. Voor de remake van Annie Schmidts Foxtrot bleef de decoupeerzaag niet onbenut, zegt hij grijnzend. Maar tante Annie zal hem niet in zijn dromen tot de orde roepen, want haar vroeger gesneuvelde teksten kregen eerherstel. Wel vier musicals staan er dit jaar op de orderlijst van Ivo de Wijs. 'Ik heb gewoon een schrijfwinkel, man. Hierna moeten er weer drie kinderboeken komen. Je schrijft wat er voorbij komt.'

Er is geen zondag meer/ Er is klandizie en parkeerbeheer/ Er is getoeter en getetter/ Tussen Hulst en Hoogezand/ Er is geen zondag meer, geen zon meer in dit land. (uit 1999, gezongen door Paul de Leeuw.)

Was Ivo de Wijs geen dominee geworden van de Vrije Ecologische Gemeente om op zondagmorgen bij de vara uit preken te gaan, dan was zijn boterham minder goed belegd, hij zal het niet ontkennen. 'Alleen maar van de pen leven leidt tot grote neerslachtigheid, dat zie ik om me heen bij tekstdichters die zitten te wachten tot er weer een opdracht voorbijkomt. Jan Boerstoel, toch geen kleine jongen, heeft gezegd: ik doe het niet meer. Die werkt ook wat langzamer dan ik, hè, die kon z'n etensbakje niet meer vol krijgen. De liedjeswinkel bruist niet meer, jonge cabaretiers bestellen nooit meer iets bij een nog levende grijsaard als ik, al heb ik ook voor iedereen geschreven die onder de cabaretzon rondwandelt. Sinds Freek de Jonge het vertellen van het avondvullende verhaal introduceerde, is het lied aangevreten.'

'Vroeger hadden we meer dan twintig liedjes in een cabaretvoorstelling, met maar vijf of zes verbale babbels om op adem te komen. Voorbij. Er wordt geen liedje meer besteld. Maar je moet oppassen voor verbittering.' Later: 'Toen Jan Kal zich beklaagde over het Fonds voor de Letteren schreef Max Pam: hou op met dat gemekker over geld, ga Amerikanen aftrekken in het Vondelpark, maar hou op. Ik heb geen klagen. Af en toe nog een optreden met Pieter Nieuwint aan de piano. Ik hou van veelsoortig werk, ik zal ook nooit een roman kunnen schrijven. Heb ik geen zitvlees voor. Kijk, een roodborstje!'

In het Tilburg van zijn jeugd komt hij nu alleen nog voor een begrafenis, of om zult te halen; 'zo'n lekkere, uitgekookte varkenskop'. Zijn vader had er een cateringbedrijf. 'Cas Spijkers is bij hem begonnen en heeft daar nog z'n wenkbrauwen geschroeid aan die rotoventjes. Mijn moeder ging soms elke dag naar de kerk, maar Reve en Wolkers stonden gewoon in de boekenkast. We woonden met z'n zevenen in een boekenkast, en ik ben erdoor aangestoken.'

Voor mo-b Nederlands moest hij naar Amsterdam, bij studentenvereniging Sanctus Thomas Aquinas kwamen de vingeroefeningen in voordrachtskunst uit zijn schooltijd goed van pas. Het Kabaret Ivo de Wijs (KidW) werd niet alleen befaamd door het page-lange haar van de voorman. Met de klapper Het zijn de wortels van het kwaad (trefwoorden: prostaat, celibaat, hormonenpreparaat, spinazie met fosfaat) plaatste het zich naast de jongens en meisjes van Don Quishocking. De klassieker '...En wie krijgt er dan de schuld/ Die debiele homofiele joodse neger met een bult' is tot genoegen van de schrijver niet uit het spraakgebruik te branden. Maar een kat naar biermerk Skol ('net een slokkie uit een glas met het gebit van Albert Mol') mocht niet. 'Als Buckler geweten had wat Youp van 't Hek van plan was hadden ze hem de mond kunnen snoeren.'

Nooit een hit geschreven, maar hij blijft glimlachen. Wel 1050 liedteksten, stapels verzen ook en twintig kinderboeken. Niet te vergeten 'het ideale gedicht' (voor nrc Handelsblad) - over weemoed bij het verstrijken van de tijd: een man loopt zingend door het bos, seizoen na seizoen. Het eindigt met: Ver achter me zong iemand met me mee/ Het oude lied, maar helderder van toon/ Ik heb die man herkend/ Het was mijn zoon.

Zijn zoon is het huis uit. Zijn dochter vertrok met Kerstmis. Het is stil geworden in het huis aan de dijk. 'Mijn vrouw en ik verkeren in de empty nest-fase. Even was dat heel erg. Zo'n klein rotgezin met twee kinderen dat is ook niks gedaan. Als ze net weg zijn, stuur je kaartjes en ga je bellen van: wanneer kom je weer? Fout, fout. Maar ja.' De toon blijft monter, zijn handen zoeken een van de leesbrillen die overal in huis zijn klaargelegd als om de ouderdom op veilige afstand te houden. Special voor rustige momenten op de wc heeft hij een lorgnet aangeschaft; daar hangen uit de krant geknipte overlijdensadvertenties met grammaticale ontsporingen van het type 'Na een langdurig verblijf elders heeft de Here nog onverwachts tot Zich genomen onze buurman...'

Per rectificatie wordt het doodsbericht van meneer G. 'een laffe streek' genoemd en in de advertentie van de ontslapen meneer Z. 'is een fout geslopen. Het adres moet zijn...' Vanwaar deze wat macabere variant op de filatelie? Grijns. 'Je moet een zekere harmonische omgang hebben met de dood. ''Het eerste wat we erven is het sterven'', zei Nico Scheepmaker al. Eeuwige waarden en plechtigheid schrééuwen om humoristische ontsnapping, heb ik gemerkt. Neem een trouwerij; mensen zitten daar in de zenuwen te hopen dat er maar iets geks gebeurt, dan kunnen ze even ontladen.'

Als jochie verslond hij verhalen over heiligen die om het geloof waren afgeslacht. Sindsdien collectioneert hij heiligenbeelden. 'Kijk, bij deze werden via een windas de ingewanden eruit getrokken als saucijsjes. Men was behoorlijk creatief ten tijde van de eerste christenvervolgingen.'

'Als ik een levensfilosofie heb, dan bestaat die uit ongerichte dankbaarheid. Ik heb geboft. Met afkomst, met mogelijkheden, met humeur zelfs. Wij zitten hier ver van afschuwelijke landen. We zwemmen in het geld met alle gekte die daaruit voortvloeit. Als je dat niet uit het oog verliest, blijft de vrolijkheid niet gratuit. Ik heb aldoor het idee dat je het bestaan moet stofferen met leuk, met aardig, met gezellig, met mooi. Anders ga je meteen maar aan de gordijnroe bungelen. Maar je mispeutert weleens. Als ik vroeger een verkeerde grap maakte, bleef dat aan me vreten. Nu ga ik meteen een excuusbrief schrijven of opbellen. Ik wil alles altijd leuker maken dan het is. Dan vraag ik: wanneer komt de baby? Aan iemand die niet zwanger, maar wel dik is. Dan kan ik m'n tong wel afbijten.'

Voor de tv deed hij verslag van verrassende floravorming in het riool. Op de radio voerde hij actie voor de niet bestaande Cleynemoeth Plassen, waarbij liefhebbers van de Grootemoeth Plassen zich en masse tekortgedaan betoonden. En dan had je op 1 april nog de telefonische hondenlijn waarbij Kazan en Hector het eenzame ex-vrouwtje in het bejaardentehuis mochten toeblaffen. Zijn radiopubliek is divers. 'Veel oudere luisteraars aanbidden de natuur als socialistisch geloof', weet Ivo de Wijs. Ook ouders met jonge kinderen zijn trouw aan Vroege vogels. Sterk opkomende categorie vormen sporters van tegen de twintig. Voor zijn fans is dichter-dominee De Wijs de polderpersonificatie van de goede wil; hofnar en geweten van Groen Nederland.

Eén woord van hem en stapels verontrustende brieven stromen binnen over de ook al met uitsterven bedreigde Westmediterrane Pijl storm vogel. Wat sneu nou dat dit diertje in geen enkel ornithologisch naslagwerk figureert - maar slechts in de fantasie van de presentator. Bijna dwangmatig knutselt hij elke dag minimaal één versje: 'Van eenden heb ik geen verstand: voor mij zijn alle eenden eender'.

Op zondagmiddag na zijn middagdutje moet hij eraan geloven, wandelaar De Wijs.

'Weet u dat op het dorp een roerdomp zit?'

'Jazeker, u kent het geluid?'

'Meneer, alsof je in een fles blaast!'

'Heeft ie geen partner, kan ie zich niet voortplanten?'

'Ik ben d'r bang voor, meneer De Wijs, ik ben d'r bang voor.'

'Ge-wel-dig is dat! Kijk, dat veraangenaamt het wandelen, wat ook maar een domme voortbeweging is. We zijn hier in de buurt trouwens een beetje uitgewandeld. Elleke, mijn vrouw, zou liever in het Gooi wonen. Maar geen denken aan, daar zitten ze allemaal maar naar mekaars tv-programma's te kijken. Waar ik ook wandel, ik moet onderweg altijd wat zien. Of iets bedenken. Bezig zijn. Zoals Elleke daarnet zei: ''Ivo kan niet niets doen. Zelfs tv kijken, daar moet iets bij." Ik zal je wat vertellen. Op mijn 60ste ga ik absoluut leren breien. Televisie kijken mét breien, dat lijkt me een ideale combinatie.'

Meer over