Itoh sluit aan bij moderne westerse dans

DANS..

Julidans: 'In the...' door Kazco Takemoto en Dead and alive door Kim Itoh + The Glorious Future. Bellevue, Amsterdam.

Hoe moeten piemelnaakte dansers die hun handen angstvallig voor hun kruis houden nu bloemen in ontvangst nemen bij het applaus? De hilariteit die dat tafereel opleverde, was een reactie op de beklemming die eraan voorafging. Na zo'n geladen stuk als Dead and alive wil je even lachen.

Na Dump Type is Kim Itoh + The Glorious Future de tweede Japanse groep die Julidans presenteert. Dead en alive is Itohs tweede stuk, waarvoor hij in 1996 bij het erkende choreografenconcours in het Franse Bagnolet twee prijzen ontving.

Dead and alive opent met drie dansers die poedelnaakt in het kale spotlicht staan. In een uiterst traag tempo draaien ze om hun as. Op de voorgrond kruipt een duistere figuur (Itoh) op zijn knieën voort over een rood belichte lijn, beide handen op de rug, een zwarte doek om zijn hoofd. Met zijn torso maakt hij grote golvende bewegingen waarmee hij berouw en overgave suggereert.

Versterkt door een ritueel herhalen van de beweging, zie je in hem vooral een boeteling. Alleen de gesel ontbreekt nog. Waarvoor hij penitentie doet, laat zich wellicht verklaren uit de manier waarop de drie mannen achter hem steeds wilder en heftiger met hun lichamen schokken. Tegen hun wil in, lijkt het, worden hun spasmen aangestuurd door hun geslacht. Dat omklemmen ze dan ook stevig, met beide handen, alsof ze een paard in bedwang moeten houden. Op de voorgrond zit de boeteling inmiddels op zijn knieën met het hoofd devoot gebogen, in afwachting van een vallend zwaard. Tot slot volgt een bevrijdende solo door de éénogige Itoh.

Het zijn curieuze beelden waarop Itoh het publiek vergast. Nu passen leven en dood in de Japanse gedachtenwereld net zo goed bij elkaar als seks en geweld in Amerikaanse tv-series. In die zin is er niets nieuws onder de zon. Behalve dan dat in Dead and alive de nadruk is verlegd naar erotiek en katharsis. En dat de maker nadrukkelijk refereert aan een katholieke iconografie. Wat verrast, is hoe hij die symboliek toch weet te vrijwaren van een kleffe en belachelijke pathetiek.

Juist door een extreem strenge vorm te hanteren weet Itoh uiterst dramatische beelden te scheppen die fascineren. Dat leerde hij bij de butoh, het Japanse bewegingstheater uit de jaren zestig en zeventig. Daarvan leent hij enkele stijlmiddelen: de traagheid die oneindigheid in tijd suggereert, het naakte, kwetsbare lichaam.

Maar de meel waarmee die lijven meestal worden bepoederd, de schele ogen en andere butoh-clichés liet hij wijselijk achterwege. Behouden blijft de eenvoud en de uiterste concentratie in de performance. Dit conceptuele Dead and alive geeft aan dat de Japanse avantgarde een tweede fase is ingegaan die met zijn nadruk op extreem en fysiek aansluit bij de westerse moderne dans.

In haar solo 'In the...' toont Kazco Takemoto een ander aspect van de moderne Japanse dans, dat minstens zo interessant is. Takemoto is een openbaring. Ze kreeg haar opleiding in Amerika bij Martha Graham, zestudeerde ook butoh en traditionele Japanse dans. Graham en Japan, dat is een vruchtbaar huwelijk.

Dat bewijst opnieuw Takemoto met haar solo die het toonbeeld is van eenvoud en expressie. 'In the...' lijkt wel volgens minimale principes opgebouwd, maar dan zonder een strak ruimtelijk kader. Zorgvuldig bouwt ze haar dans op, fijn als een raga. Elke beweging voelt essentieel aan: de pols die een kwart slag draait, het hoofd dat enkele graden scheef van de as wegdraait, de voet die in geflexede stand bevroren blijft.

Die subtiele verstilling doet denken aan de dans van Ellen Edinoff, die immers ook grahamnesk en oosters getint was. Maar Takemoto is lyrischer. En in haar solo, die ingetogen begint, komt gaandeweg meer ruimte voor een speelse dans, waarna ze langzaam terugkeert naar haar uitgangspositie. Kabbelende pianomuziek begeleid haar dans, die hooguit in de meest dansante delen wat al te vrijblijvend dreigde te worden.

Isabella Lanz

Meer over