Italië dreunt door te hoge bergen

Aardbevingen zijn gewoonlijk het gevolg van botsingen van continentale platen. Maar het niet aflatende geschud in Italië heeft een andere oorzaak....

HONDERDVIJFTIG seconden. Zo veel tijd zat er tussen de eerste verwoestende aardbeving in Italië op 26 september en het moment waarop de seismometer in de Utrechtse botanische tuinen die registreerde. Die eerste beving deed zich om 02.33 uur voor, waarna enkele zwakkere schokken volgden.

Rond kwart voor twaalf 's middags sloeg de schokgevoelige apparatuur in de Utrechtse bunker Fort Hoofddijk andermaal flink uit. Weer werd het plaatsje Colfiorito, op de grens tussen de gewesten Umbrië en Le Marche, zwaar getroffen. De aardbevingen maakten de afgelopen maand tienduizenden mensen dakloos en beschadigden honderden eeuwenoude kerken en monumenten.

Voor de Utrechtse seismologen en geofysici van de Faculteit Aardwetenschappen zijn het dan ook spannende weken. De aardbevingen in Umbrië bewijzen eens te meer dat het gebied van de Alpen en rond de Middellandse Zee zich uitstekend leent voor geologisch en geofysisch onderzoek. Processen als aardbevingen, gebergtevorming en vulkaanuitbarstingen zijn er live te bestuderen.

Voor veel aardbevingen in het Middellandse-Zeegebied volstaat een klassieke verklaring: de spanning in de aardkorst loopt op doordat de Afrikaanse plaat richting de Euraziatische plaat duwt. Onder Kreta 'duikt' de Afrikaanse plaat onder de Euraziatische; de reden waarom het in Griekenland nog vaker rommelt dan in Italië.

Per jaar schuift de Afrikaanse plaat één centimeter richting Europa op. Dat is overigens niet zo veel: de Zuid-Amerikaanse plaat beweegt met acht à negen centimeter per jaar naar de ten westen ervan gelegen Nazca-plaat.

De nadering van Afrika en Eurazië vindt al sinds zo'n honderd miljoen jaar plaats en hangt samen met het 'opengaan' van de Atlantische Oceaan door de verwijdering van Afrika en Europa van Noord- en Zuid-Amerika.

Als gevolg van al die verplaatsingen hebben zich talloze kleine en grote breuklijnen onder Italië gevormd. Door opschuivingen langs deze breuken zijn de Apennijnen, maar ook de Alpen gevormd. Het gesteente van de aardkorst werd telkens een stukje verder omhoog geduwd.

Maar volgens dr. P. Meijer, geofysicus bij de Faculteit Aardwetenschappen van de Universiteit Utrecht, zijn de aardbevingen van de afgelopen maand in Italië niet het gevolg van het duwen van de Afrikaanse plaat. Dat valt op te maken na bestudering van de krachten die de bevingen op het gesteente hebben uitgeoefend.

Meijer: 'De krachten die we nu waarnemen, staan loodrecht op de richting van de Apennijnen, dus in oostelijke en westelijke richting. Dat valt niet te verklaren door te kijken naar de relatie tussen de Apennijnen en de plaatgrens. Dan zouden het noordwaartse krachten moeten zijn. De Afrikaanse plaat beweegt immers ruwweg in noordelijke richting, dus evenwijdig aan het gebergte.

'Je kunt je voorstellen dat er gigantische krachten nodig waren om zo'n gebergte op te stuwen. Die krachten zijn inmiddels flink afgezwakt. De Apennijnen zijn dus eigenlijk te hoog voor de krachten die er nog werken. De zwaartekracht krijgt daardoor de overhand. Het gevolg: het gebergte is instabiel en wil als het ware inzakken. De zwaartekracht is dus waarschijnlijk de motor achter deze aardbevingen.'

Dit proces van gravity sliding doet zich volgens Meijer bij meer gebergten voor, zoals de Andes en de Himalaya. Vooral op de hoogvlakte zie je die rekkrachten, loodrecht op de Andes, terwijl verder oostwaarts, op lagere hoogtes, wel nog opschuivingen plaatsvinden.

0D E GROTE vraag is of er de komende dagen of weken opnieuw grote aarbevingen in de Apennijnen te verwachten zijn. Uitgesloten is dat zeker niet, zegt de Utrechtse seismologe dr. H. Paulssen. 'Maar voorspellen is heel moeilijk, onder meer omdat we niet op tientallen of honderden kilometers diepte de spanning in het gesteente kunnen meten. Vergelijk het met de weersverwachting. Metereologen kunnen veel metingen in de atmosfeer doen, maar soms zitten ze er toch volledig naast.'

In Italië ontstond begin deze maand zelfs een rel tussen de Italiaanse Dienst Burgerbescherming en het Benedictijnse Seismologisch Instituut (BINA), nadat Burgerbescherming mensen had meegedeeld dat het veilig was om terug te keren naar hun huizen. Er zouden hoogstens nog naschokken te verwachten zijn. Het Seismologisch Instituut sloot nieuwe, zware bevingen echter niet uit. Een terechte inschatting, zo bleek.

Naschokken zijn een normaal verschijnsel bij aardbevingen. Na een zware beving in Chili met een kracht van 9,5 op de schaal van Richter, op 22 mei 1960, bleef de aarde maandenlang onrustig; in totaal werden meer dan honderd aardbevingen geregistreerd.

Nog groter was het aantal naschokken dat volgde op de Japanse aardbeving van 1 september 1923. Alleen al in september werden meer dan twaalfhonderd naschokken geregistreerd.

Paulssen: 'Het is natuurlijk een kwestie van definiëren, maar naschok is een te bescheiden begrip voor het natuurgeweld dat Italië na de eerste beving van 26 september heeft getroffen. Sindsdien volgden er nog vier tussen 4,9 en 5,9 op de schaal van Richter. Je zou kunnen spreken van een ''zwerm'' aardbevingen.'

In Italië is zo'n zwerm geen onbekend verschijnsel. De zware aardbeving op 6 mei 1976 bij het Noord-Italiaanse Friuli (6,5 op de schaal van Richter, duizend doden) werd gevolgd door een groot aantal naschokken, die na vier maanden weer toenamen in activiteit. Op 15 september 1976 resulteerde dat in een nieuwe aardbeving met een kracht van 6,0 op de schaal van Richter.

Bart Dirks

Meer over