Italiaanse lire klimt snel uit dal omhoog

In Italië is een wonder geschied. De smeekbede van de markt om een minimum aan stabiliteit is verhoord. In minder dan een maand tijd heeft de lire 10 procent op de D-mark teruggewonnen....

JAN VAN DER PUTTEN

Van onze correspondent

Jan van der Putten

ROME

De verregaande instabiliteit en het hoge twistgehalte van de Italiaanse politiek hebben de lire de afgelopen maanden steeds dieper de afgrond ingejaagd. Het enige positieve gevolg was een explosieve groei van de Italiaanse export. Zo explosief, dat in Frankrijk en Duitsland al gepleit werd voor sancties tegen deze niet-loyale concurrentie.

Drie factoren hebben de neergaande spiraal gestopt. Dank zij de aanvullende bezuinigingsoperatie van de regering-Dini blijft het begrotingstekort dit jaar een stuk onder de begrote 134 biljoen lire (rond 134 miljard gulden).

Het akkoord van 8 mei met de vakbonden over een nieuwe pensioenwet, vitaal voor een structurele bestrijding van het tekort, heeft de markt enthousiast gemaakt. Ondanks de duizenden amendementen hoopt men dat het parlement het wetsontwerp volgende maand zal aannemen.

De derde factor is de grote rechtse nederlaag in de pas gehouden regionale, provinciale en lokale verkiezingen. Als de rechtse leider Berlusconi had gewonnen, zou de instabiliteit weer volop zijn teruggekeerd. En dan had de Financial Times niet het artikel gepubliceerd waarover Dini zo in zijn nopjes is: 'Een natie op de rand van de stabiliteit'. Een hele vooruitgang voor een land dat lang op de rand van de afgrond heeft gebalanceerd.

In een interview met de hoofdredacteur van de krant La Repubblica zei Dini gisteren, dat zijn zakenkabinet nu minstens tot de herfst kan aanblijven. 'In de nog beschikbare tijd kan de regering een aantal nuttige dingen doen, en dat zien de markten als goede voortekenen.'

Tot die 'nuttige dingen' rekent Dini de opstelling van de begroting voor 1996, stimulering van werkgelegenheid en investeringen in Zuid-Italië (waar de werkloosheid is opgelopen tot 20,1 procent, tegen 7,5 procent in het noorden) en bevordering van de privatiseringen.

Een binnenkort te privatiseren staatsbedrijf is de nationale electriciteitsmaatschappij ENEL. Deze onderneming, de grootste in haar soort in de wereld, heeft de Italianen vergast op een van de grootste corruptiezaken die sinds het begin van de ruim drie jaar oude Operatie Schone Handen aan het licht zijn gekomen.

Voor bouw, onderhoud en verzekering van de centrales, aanschaf van turbines, kolentransport en allerlei andere werkzaamheden lieten de politici zich grof betalen door de ondernemers. In tien jaar hebben ze bijna honderd miljard lire geïnd, nu honderd miljoen gulden.

Onderzoeksrechter Paolo Ielo heeft het door zijn oud-collega Antonio Di Pietro begonnen onderzoek afgesloten met een verzoek om een proces te beginnen tegen 160 personen op beschuldiging van corruptie en illegale financiering van de politieke partijen. Het smeergeld werd verdeeld onder de leden van de bestuursraad van de ENEL, die het doorsluisden naar hun partijpolitieke bazen.

Onder de verdachten zijn de leiders van de vijf voormalige regeringspartijen en managers van de grootste Italiaanse industrieën. Bekende namen duiken op, zoals die van Craxi en zijn entourage; de recordhouder dagvaardingen Citaristi, ex-penningmeester van de christen-democraten; de (post)-communistische financier Primo Greganti; ex-president Nobili van IRI .

Meer over