Reportage

Israëlische Arabieren blijven doelwit: ‘Niks vragen als het een Arabier is, direct slaan’

Israël en Hamas mogen dan een staakt-het-vuren hebben gesloten, de Arabieren in het land voelen zich nog steeds niet veilig.

Israëlische veiligheidstroepen in het centrum van Jaffa.  Beeld AP
Israëlische veiligheidstroepen in het centrum van Jaffa.Beeld AP

Zijn Arabische buren zitten de hele nacht op de stoep, van zonsondergang tot zonsopgang, met een knuppel in de hand. ‘Mensen zijn bang’, zegt Asaf Ronel. ‘Ruim twee weken geleden kwam het geweld naar onze straten, tot achter onze voordeuren, en nu beschermen Arabische inwoners zichzelf. Zij hebben geen vertrouwen in de politie.’

De Joodse journalist Asaf Ronel woont in Jaffa, een eeuwenoude stad met in het centrum witte huizen, gekleurde luiken, een haven vol restaurants en een vlooienmarkt waar in andere tijden massaal toeristen op afkomen. Een Arabische stad die is vastgegroeid aan het moderne Joodse Tel Aviv, waar Joden en Arabieren naast elkaar leven.

‘Ik wist wel dat het niet helemaal klopt, en dat Palestijnen in Israël als tweederangsburgers worden behandeld’, zegt Ronel aan de telefoon. ‘Maar dat was een realiteit waar we mee moesten zien te leven. Ik kon heel goed doen alsof alles normaal was.’

Bus opgeblazen

‘Normaal’ in betekent Joods Israël dat de 39-jarige Ronel is opgegroeid met oorlogen en opstanden, en dat hij in 2003 in een bus zat die door een terrorist werd opgeblazen, waarbij zeventien mensen om het leven kwamen. Maar ook dat hij samen met zijn vriendin een huis in Jaffa heeft gekocht, op vrije dagen met zijn twee dochtertjes naar het strand gaat en graag in cafeetjes koffie drinkt met vrienden.

Maar toen vorige maand de spanningen in Jeruzalem opliepen, zag Ronel de onrust groeien in Jaffa, waar Israëlische Arabieren het nieuws vol afschuw volgden. Ook zij gingen de straat op om te demonstreren tegen het geweld in de heilige Al Aqsa-moskee. Terwijl Hamas raketten afvuurde op Israël en Israël bommen gooide op Gaza, verspreidde het straatgeweld zich over de gemengde steden en dorpen. Ultrarechtse Joodse organisaties kwamen naar Jaffa om Arabieren in elkaar te slaan en ze ‘desnoods te doden’, zoals een van hen zei tegen de televisiezender KAN 11. ‘Om het geweld in te dammen, werd de grenspolitie hier naartoe gebracht’, zegt Ronel. ‘En zij brachten de Westelijke Jordaanoever met zich mee. Niets vragen als het om een Arabier gaat. Direct slaan en arresteren.’

Luchtfoto van de oude stad van Jaffa.  Beeld AFP
Luchtfoto van de oude stad van Jaffa.Beeld AFP

Datzelfde zag Erella Grassiani (44). Deze Joodse docent antropologie aan de UvA is in Israël geboren, kwam als kind naar Nederland en verblijft soms maandenlang in Jaffa. ‘Mensen leven er samen, maar het broeit al langer onder het oppervlak’, vertelt ze over de telefoon, luttele uren nadat ze in Nederland is teruggekeerd. ‘Arabieren worden meer en meer uit hun huizen gedreven, deels door de gentrificatie, deels door kolonisten die huizen opkopen om de stad te ‘verjoodsen’. En er is altijd die discriminatie.’

Maar wat de politie de afgelopen weken aanrichtte, is volgens Grassiani ongekend. Straten zijn afgesloten, controleposten opgericht en voordeuren ingetrapt. Er worden lichtgranaten naar balkons en in achtertuinen geschoten, mensen worden geïntimideerd, aangehouden, geslagen. Arabische relschoppers worden gearresteerd, maar de ultrarechtse Joodse knokploegen niet. ‘Als Arabische inwoners bedreigd worden, durven ze de politie niet te bellen’, vertelt ze. ‘Omdat ze daar ook bang voor zijn.’

Ontslag genomen

Wetenschapsverslaggever Ronel werkte al vijftien jaar bij de kwaliteitskrant Haaretz, maar toen die geen verslag deed van het geweld, nam hij uit protest ontslag. Hij wil er niet al te veel over kwijt. ‘Nu berichtten ze er wel over, maar vorige week deed niemand dat, wat ik ook zei, met wie ik ook sprak. Ik besloot dat ik mezelf niet meer recht in de spiegel kon aankijken als ik daar zou blijven werken.’

Ronel wil zeker niet zeggen dat alle Arabieren lieverdjes zijn. Met name criminele jongeren uit arme gezinnen gaan de straat op als er huizen en moskeeën worden aangevallen en vechten terug. Zij steken auto’s in brand en gooien stenen, en vallen Israëlische symbolen aan. ‘Maar het lijkt wel of Arabieren collectief gestraft worden voor alle angst en frustratie die mensen voelen’, zegt Ronel. ‘Iedere Palestijn met wie ik praat, op straat, in huizen, op de school van mijn kinderen, voelt zich op dit moment onveilig. Vanwege de politie.’

De rellen zijn geluwd, maar de politie is nog in volle omvang op straat aanwezig, evenals de angst. Ronel is somber over de vraag hoe het verder moet. ‘Vermoedelijk wordt het vanzelf rustiger, maar er is iets gescheurd dat niet zomaar weer heelt. Zolang het oude conflict tussen Joden en Arabieren niet wordt opgelost, vrees ik dat het binnenlandse geweld zal blijven opflakkeren. De geest is uit de fles, en die stop je niet zo gemakkelijk meer terug.’

Meer over