Israël weet geen raad met terrorisme

De Israëlische vlag die nu in Oost-Jeruzalem boven het Orient House wappert is niet het symbool van kracht en overwinning....

De kantoren van wijlen Feisal Husseini, op loopafstand van Damascuspoort en oude stad, hebben natuurlijk wel een enorme symbolische betekenis voor de Palestijnen. De bezetting ervan door Israël wordt gezien als nog een oorlogsverklaring. Het verlies van een kantoor zal de strijd om Jeruzalem echter niet beslissen. Dat gevecht zal eindigen met de erkenning van de Palestijnse rechten in de stad, door het simpele feit van hun aanwezigheid.

Als antwoord op de terreur stelt de Israëlische daad niets voor, evenmin als de aanvallen op Palestijnse politieposten. Zeer doorzichtig verschijnt er na de overname van het Orient House wel een rapport waarin de activiteiten van Palestijnse veiligheidsagenten in Oost-Jeruzalem worden gekoppeld aan het verslechteren van de veiligheidssituatie in de stad.

Dat soort zwakke redeneringen is nog een teken van de Israëlische onmacht. Geen enkele politiek van confrontatie naar de Palestijnen toe, van geen enkele Israëlische regering, heeft ooit een einde gemaakt aan de terreur, wat de rechtse politici ook mogen beweren. Het falen van het nieuwste Israëlische middel, 'preventieve' moordaanslagen op activisten en hun leiders, is nu ook aangetoond.

Het is van de andere kant net zo naïef om te stellen dat de harde Israëlische acties verantwoordelijk zijn voor de terreur. Zelfmoordaanslagen werden ook gepleegd in tijden dat beide kanten wel beter met elkaar leken om te gaan. Juist de 'dreiging' van vrede heeft in het verleden zulke aanslagen uitgelokt. Zeker de claim dat de actie een vergelding zou zijn voor de dood, vorige week, van acht Palestijnen in Nablus, inclusief twee Hamas-leiders, is onzinnig. De aanslag stond al een tijd lang op stapel.

Sommige Palestijnse groeperingen en individuen zullen doorgaan met het plegen van aanslagen op Israëli's, ongeacht de omstandigheden vooraf, zolang de bezetting doorgaat, en mogelijk ook nog daarna. De enige manier die de afgelopen decennia doeltreffend is gebleken om dit te bestrijden, is samenwerking met de Palestijnen zelf.

De hervatting van de grote bomaanslagen in Israël was het gevolg van een beslissing van de Palestijnse Autoriteit van Yasser Arafat aan het begin van de intifada. De veiligheidssamenwerking met Israël werd vrijwel stilgelegd, er werd meer ruimte gegeven aan de oppositiegroepen, met name Hamas en Jihad, en hun leiders en activisten die eerder waren vastgezet omdat ze werden beschouwd als een bedreiging voor het vredesproces, werden vrijgelaten.

De beslissing van de Palestijnse Autoriteit volgde op de gewelddadige gebeurtenissen aan het begin van de intifada, waarbij in korte tijd grote aantallen Palestijnen werden gedood door de Israëli's. De stap was mogelijk bedoeld om de druk op Israël op te voeren en om de interne solidariteit te verstevigen.

In de jaren voorafgaand aan het uitbreken van de huidige intifada waren de Israëli's er juist voor het eerst in geslaagd om door middel van samenwerking met de Palestijnen het aantal terreuraanslagen drastisch terug te dringen. Dat kon gebeuren door het opzetten en versterken van de Palestijnse Autoriteit en door echte vooruitgang in het vredesproces in het vooruitzicht te stellen, zelfs onder de rechtse regering-Netanyahu.

Momenteel is de Israëlische politiek daar het tegendeel van. De Palestijnse Autoriteit wordt ondermijnd en het vertrouwen van de Palestijnen in het vredesproces wordt vernietigd.

Israël eist terecht van Arafat dat hij maatregelen neemt tegen de terreur. Dat kon hij in het verleden en dat kan hij nog steeds. De Palestijnse Autoriteit moet echter eerst zelf beslissen om de confrontatie met Israël in ieder geval wat tot bedaren te brengen. Dat kan alleen maar als Israël verzoenende gebaren maakt, ophoudt de Autoriteit te ondermijnen en een reële voortzetting van het vredesproces in het vooruitzicht stelt.

Meer over