'Israël delft op den duur het onderspit'

De Iraanse president Ahmadinejad vindt dat Israël van de aardbodem moet verdwijnen. Iran staat niet alleen. Volgens Benny Morris is de Arabische wereld de joodse staat liever kwijt dan rijk....

Israël verkeert nog steeds in staat van oorlog. Geen hete oorlog, zoals met de Arabische wereld in 1948, toen de joodse staat de onafhankelijkheiduitriep. Maar niet minder bedreigend. Elk moment kan er weer een grootconflict uitbreken. 'De oorlog om het bestaan begon in 1948 en is nog langniet ten einde', zegt Benny Morris, Israëls meest gezaghebbende enomstreden historicus.

De duidelijkste dreiging komt nu van Iran. President Ahmadinejadontkende de holocaust en wenst de vernietiging van Israël. 'Ik denk nietdat Israël met het huidige Iran kan leven en overleven', aldus Morris.

Hij is hoogleraar aan de Ben-Gurion-universiteit van Bersheeva en aande universiteit van Maryland in de VS. Morris was in Nederland voor eenlezingenserie over het zionisme. De serie is georganiseerd door het CentrumDocumentatie en Informatie Israel (CIDI) en de Universiteit van Amsterdam.

Iran windt er geen doekjes om. Maar Morris is er zeker van dat behalveIran, de Palestijnen en de rest van de Arabische wereld vinden dat Israël geen recht van bestaan heeft. 'Het land wordt gezien als een indringer, eenroofzuchtige staat dan wel - in Ahmadinejads woorden - een tumor die moetworden verwijderd. Palestijnen zijn de voorhoede, de speerpunt, van deArabische wereld, die vindt dat Israël moet ophouden te bestaan.'

Het land is op den duur ten dode opgeschreven als het geen vrede sluit,meent Morris. 'Nu is het nog machtiger dan de Arabische legers te zamen.Maar op de lange duur delft Israël het onderspit, de politieke macht vanArabische landen is groot en er is veel geld en motivatie. Vraag het eenwillekeurige Palestijn of andere Arabier op straat en hij zal zeggen datIsraël moet verdwijnen. En sommigen willen daar wel wat voor doen, zoalsin Iran.'

Morris geldt als de grootste expert op het gebied van het ontstaan van Israël en zijn recente geschiedenis. Hij publiceerde baanbrekend werk overhet jaar 1948, een jaar dat in de nationale psyche van Israël en Palestinagekerfd staat. De wortels van het Midden-Oosten conflict liggen daar. Indat jaar riep Israël na het mislukken van een VN-plan om het gebied tedelen tussen joden en Palestijnen, een eigen staat uit. Bijna een miljoenPalestijnen vluchtten.

Morris prikte de grootste mythe in Israël over de stichting onweerlegbaar door op basis van bronnenmateriaal. 'Die versie luidt dat Israël geen verantwoordelijkheid heeft voor het verdrijven van dePalestijnen. Sterker, ze zouden keer op op keer vreedzame coëxistentiehebben aangeboden. Dat is onzin, want de achthondderduizend verdrevenPalestijnen vluchtten voor geweld en angst voor geweld, inclusief executiesen verkrachtingen. Er was sprake van etnische zuiveringen. Niet op deschaal zoals in Joegoslavië, maar er was wel degelijk sprake van en zewaren deel van een bewuste strategie.'

Palestijnen zelf spreken over 1948 als an-nakba, de catastrofe. Israëlzou volgens de de Palestijnen een vooropgezet verdrijvingsplan hebbengehad. Morris noemt ook dat onzin. 'Ik heb het nog nooit zo scherp gezegdmaar de gevolgen van de oorlog - Palestijnen en vijf Arabische landenvielen aan - is hun eigen verantwoordelijkheid. Destijds zouden deArabische landen Israël hebben vernietigd als ze konden. Ik heb geenenkele twijfel dat er genocide zou hebben plaatsgevonden. Ook toen moestenjoden de zee in.'

Zijn visie is nog lang geen gemeengoed in Israël. Tot de schoolboekenis het nog niet doorgedrongen. Velen zien in de linkse, seculiere joodMorris, die promoveerde in Cambridge, in de gevangenis zat voordienstweigering en diplomatiek correspondent van de Jerusalem Post was, eenverrader. Zeker toen hij verklaarde dat premier Ben-Gurion in 1948 hetliefst alle Palestijnen uit de kersverse staat naar Jordanië zou hebbenverplaatst. 'Ben-Gurion vond dat de oplossing.' Zover kwam het niet. 'Hetwas geen officiële politieke en het was militair niet noodzakelijk.'

Collega's op de Ben-Gurion-universiteit negeren Morris nu. Hij isomstreden omdat hij, gedesillusioneerd door het mislukte vredesproces,openlijk verkondigde dat de regio beter af zou zijn geweest als Ben-Gurionzijn zin had doorgezet. 'Of als het omgekeerde was gebeurd, wil ik eraantoevoegen. Als de Palestijnen erin waren geslaagd samen met de Arabischelegers de joden de zee in te drijven en een nationale Palestijnse staat testichten. Dan zou er sindsdien geen probleem zijn geweest.'

Het opgeven van de hoop dat alle Palestijnse vluchtelingen ooit terugkunnen, is volgens Morris voorwaarde voor toekomstige vrede. 'Maar decennialang hebben Palestijnse en andere Arabische leiders erop gehamerd datPalestijnen een recht van terugkeer hebben. Als ze daarvan terugkomen zijnze dood. Daarom zal het conflict nog zeker een generatie duren. Want hetkost tijd om die opvattingen te niet te doen. Maar als het aan Hamas, deIslamitische Jihad, Hezbollah en Iran ligt, dan keren de Palestijnen terugnaar een land zonder joden.'

Om een doorbraak te forceren, zou Morris volgens zijn critici hetliefst zien dat premier Sharon doet wat Ben-Gurion naliet: alle Arabierenverdrijven. 'Nee dus. Het had destijds gekund, nu is het onhaalbaar enimmoreel. Maar alles is mogelijk als Iran aanvalt en er een nieuwe oorloguitbreekt.'

Meer over