Israël bang voor tweede front in Libanon

Israël stuurt reservisten naar zijn noordgrens; de aanvallen van Hezbollahstrijders op Israëlische stellingen in het omstreden gebied van de Shebaa Farms worden steeds heviger; onbekende groeperingen vuren katjoesjaraketten af op het noorden van Israël....

De Libanese minister van Defensie, Khalil Hrawi, zegt dat er geen sprake is van een besluit om een tweede front te openen. De aanvallen van Hezbollah zijn volgens hem gerechtvaardigde pogingen om een door Israël bezet stuk land te bevrijden.

'We doen van alles om de rust te handhaven aan de Blauwe Lijn' (de door de Verenigde Naties gemarkeerde grens tussen Libanon en Israël), zegt Hrawi. 'Maar wij hebben altijd gezegd dat Shebaa Farms Libanees gebied is, dat door een vijandelijk leger wordt bezet. We hopen dat Israël de zaak niet op de spits drijft.'

Sinds Israël begon met de operatie Defensive Shield worden er elke dag granaten afgevuurd op de Shebaa Farms. Volgens de VN gebruiken beide partijen steeds meer munitie. De meeste Israëlische beschietingen komen echter nog niet verder dan de dorpsrand van Kfar Shouba, aan de Libanese kant van de Shebaa Farms.

Het inwonertal van Kfar Shouba is de afgelopen week gehalveerd, tot vijfhonderd. De meeste achterblijvers komen nu iedere middag bij elkaar op het dorpsplein. Ze zetten hun stoelen in de zon, roken, kletsen, spelen volleybal. 'De mensen zijn bang, ze zoeken elkaars gezelschap', zegt burgemeester Mohammed el Kader.

Zijn op duizend meter hoogte gelegen dorp kijkt uit over het noorden van Israël. Bovenop de heuvels ten zuiden van het dorp, slechts enkele kilometers verderop, heeft het Israëlische leger zwaar versterkte stellingen aangelegd. Die zijn de afgelopen twee jaar heel af en toe het doelwit geworden van aanvallen door Hezbollah. Maar sinds Israël zich in mei 2000 terugtrok uit Zuid-Libanon is de spanning nooit zo hoog opgelopen als nu.

'Israël durft de Libanese dorpen niet meer te beschieten nu de granaten van Hezbollah doelen diep in Israël kunnen treffen', zegt Kamel el Khatib. 'De Israëli's kunnen nog wel onze wegen en bruggen bombarderen, maar dat zijn we wel gewend, dat doen ze al 25 jaar. Er zijn nu meer aanvallen omdat we steun moeten betuigen aan onze Palestijnse broeders.'

Maar er klinkt ook onderdrukt gemor. Weliswaar kunnen de dorpelingen niet meer naar hun land in de Shebaa Farms, maar ze zijn het geweld zo langzamerhand goed zat. Kfar Shouba is al vanaf 1969 het mikpunt van Israëlische wraakacties, sinds Palestijnse groeperingen Zuid-Libanon begonnen te gebruiken als uitvalsbasis voor hun aanvallen op Israël. Dit gebied werd ook wel Fatah-land genoemd, naar de organisatie van Yasser Arafat.

Vandaag de dag zijn het de mannen van Hezbollah die in hun Mercedes door het dorp rijden, soms met zwarte gordijntjes voor de autoraampjes. Volgens de dorpsbewoners rijden er 's nachts open bestelwagentjes met munitie langs. Ook Hezbollah zegt dat de aanvallen op de Shebaa Farms niet bedoeld zijn om een tweede front te openen - tenzij Israël probeert alle Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever te verdrijven.

'Hezbollah kan niet rustig toekijken. In Palestina woedt een complete oorlog', zegt Farid el Khazen, politicoloog aan de Amerikaanse Universiteit in Beiroet. 'Ze moeten wel iets doen - maar dat iets is uiterst riskant op het moment dat Israël volledig klaar is voor een oorlog. Hezbollah, Libanon en Syrië spelen met vuur', voegt hij eraan toe. 'Vooral omdat ze niet weten waar de grens ligt aan de Israëlische tolerantie van dergelijke provocaties.'

Maar het grootste gevaar vormen de aanvallen door onbekende groeperingen, vermoedelijk Palestijnen. Vooral nu Israëlische stellingen en nederzettingen zelf onder vuur zijn genomen - aanvallen waarvoor Hezbollah iedere verantwoordelijkheid afwijst.

Volgens de minister van Defensie Hrawi heeft Libanon de zaak onder controle. Het leger heeft 'meer dan tien' Palestijnse vluchtelingen opgepakt die zich, gewapend en wel, bij de grens ophielden.

Meer over