Islamitische basisscholen oogsten kritiek

Leerlingen op islamitische basisscholen worden door hun strikt klassikale aanpak niet goed voorbereid op het voortgezet onderwijs. Ze leren niet zelfstandig werken, en leraren dagen kinderen niet uit om zelf iets uit te zoeken....

Uit nog niet gepubliceerde rapporten van de Inspectie van het Onderwijs blijkt ook dat het ziekteverzuim er hoog is en dat het personeelsverloop een groot probleem vormt.

Op grond van de inspectierapporten verschijnt vandaag een verslag van de inspectie over de kwaliteit van het islamitisch onderwijs. De inspectie bezocht in 1998 achthonderd van de krap achtduizend basisscholen om zich een oordeel over die scholen te vormen. Er zijn 28 islamitische basisscholen, waarvan de inspectie er twaalf heeft bezocht. Op verzoek van het ministerie heeft zij over de jonge zuil een aparte rapportage gemaakt.

Uit de rapporten blijkt dat de scholen niet allemaal dezelfde problemen hebben. De één presteert bij de Cito-eindtoets onder de maat, terwijl de ander het prima doet. Toch is er een aantal gemeenschappelijke kenmerken. Wie op een islamitische school werkt, loopt bijvoorbeeld een groot risico ziek te worden.

Op ruim eenderde van de bezochte scholen is het ziekteverzuim hoog. Niet in alle gevallen vermeldt de inspectie of de uitval te maken heeft met de arbeidsomstandigheden. Op basisschool Al Ghazali in Rotterdam is er wel een duidelijke relatie. Vorig schooljaar is er zelfs een gezondheidsonderzoek uitgevoerd waarbij een direct verband is gelegd met verstoorde verhoudingen op school.

Ook het personeelsverloop is een groot probleem. Omdat het moeilijk is nieuwe leraren te vinden, moeten de zittende leraren vaak inspringen in andere klassen en extra werk verrichten. Daardoor worden zij sneller ziek of raken overwerkt. Bovendien concludeert de inspectie dat op een aantal scholen juist de zwakke leerling de dupe is van de personeelsproblemen.

M. Douiyeb, voorzitter van de Islamitische Scholen Besturen Organisatie, prijst het werk van de inspectie. Hij concludeert uit de twaalf schoolrapporten dat islamitische scholen het niet slechter en niet beter doen dan andere scholen met veel allochtone kinderen. 'Wij hebben net zulke problemen als de rest van het Nederlandse onderwijs. Daar heeft de islam niets mee te maken.'

Van een hoog ziekteverzuim of te strakke klassikale aanpak is volgens hem geen sprake. Hij vreest dat politici te negatief over zijn zuil denken. 'Wij houden binnenkort een open dag. Gewoon alle deuren open, om te laten zien hoe onze zevenduizend leerlingen dagelijks werken.' Met de kritiek van de inspectie is hij blij. 'Ik spreek de inspectieleiding regelmatig, en ze verzekert ons dat wij goed bezig zijn. Kritiek gebruiken wij om beter te worden.'

Op enkele scholen is de inspectie kind aan huis. An Noer in Alphen aan den Rijn is de afgelopen vier jaar zeven keer door inspecteurs bezocht, tweemaal omdat problemen tussen het bestuur en het onderwijsteam uit de hand liepen. In 1996 kwam de inspectie omdat de oud-voorzitter van het bestuur de klacht had ingediend dat er met geld werd gesjoemeld. Ten onrechte, zo bleek.

De toestand werd volgens de nieuwe directeur onhoudbaar. 'Anderhalfjaar geleden erfde ik niets, alleen ellende.' Nu, onder zijn bewind, meent de inspecteur, is de school bezig 'uit een diep dal te kruipen'.

De meeste scholen worden geprezen om de goede contacten met ouders. Sommige spannen zich daar erg voor in. Op An Noer zitten vaders in de ouderraad en de medezeggenschapsraad. Vrouwen hebben zich verenigd in de groep 'enthousiaste moeders'. Er is nu voorzichtig overleg tussen beide groepen.

Meer over