Isla Mujeres

Het oog van Carlos is bont als een tropische vogel, een vlek in de gedaante van een kleurrijk eiland midden in zijn gezicht....

CEES ZOON

Hoe Carlos aan dit kleurenpalet komt, blijft een raadsel dat hij niet van plan is prijs te geven. Voor mezelf houd ik drie opties open, die allemaal aardig bij het karakter van Carlos passen. Hij is, toen hij weer eens de braniehaan uithing in de bar aan de haven, simpelweg op zijn gezicht getimmerd. Of hij is lelijk onderuit gegaan met zijn felgekleurde crossmotor, waarop de macho als een razende Roeland over het eiland scheurt.

Of - en dat is natuurlijk de aantrekkelijkste mogelijkheid - hij is aangevallen en toegetakeld door een zeemonster op een van zijn avontuurlijke trips in de Caribische Zee. In de Grot van de Slapende Haaien bijvoorbeeld, waar hij geregeld buitenlanders heenbrengt die het fenomeen met eigen ogen willen zien. Al is de kans maar 10 procent dat je er ook werkelijk haaien tegenkomt, aldus Carlos.

Carlos bivakkeert rond de aanlegsteigers van Isla Mujeres. Als de motor voor de deur staat, vind je hem in de bar aan de overkant of, als hij zich kan vrijmaken, in zijn werkplaats, de duikschool. Wanneer hij afwezig is, past zijn hulpje op de tent. Een constructie die het contact met potentiële klanten er niet makkelijker opmaakt, want de hulp is doofstom. Hoewel, hij heeft de perfecte baan gevonden, in de stille onderwaterwereld van duikflessen en -brillen lost zijn handicap vanzelf op.

Een belangrijk man is Carlos op dit eiland, want duiken is zo'n beetje het enige dat je hier kunt doen. De rest van de tijd hang je wat rond op het strand, slenter je door het handjevol stoffige straatjes, en doe je je te goed aan een bord fajitas of een zojuist uit zee geviste kreeft. Het ideale oord om absoluut niets te doen en je uren te vullen met een beetje kleppen met de Mexicaanse eilanders.

Isla Mujeres is een lange rots in zee voor de punt van Yucatán. Acht zeemijlen van het toeristenoord Cancún, of liever de oude haven van Puerto Juarez, die niet is aangetast door de betonmolen waaraan Cancún zelf ten onder is gegaan. Als je de oversteek met de boot maakt, slaag je erin de toeristenmeute achter je te laten, want voor de verwende vakantieganger is de gebrekkige infrastructuur van Isla Mujeres hooguit een paar uur lang vol te houden. Als de groepen aan het eind van de middag afvaren, daalt die weldadige rust van het niets weer over het eiland.

Isla Mujeres, Vrouweneiland, had beter Slaveneiland kunnen heten. Het eiland dankt zijn naam aan een expeditie van Francisco Hernández de Córdova, die in het begin van de zestiende eeuw op zoek naar slaven landde op het eiland. Daar vonden de Spanjaarden een aantal stenen vrouwenbeelden, die de lokale Maya-goden representeerden.

Isla Mujeres bleef een vaste aanlegplaats op de slavenroutes, al viel er op het eiland zelf weinig te halen. De beroemdste immigrant werd Fermín Mundaca de Marechaja, een piraat die de slavenbusiness lang volhield, maar uiteindelijk in 1860 door de Britten gedwongen werd met pensioen te gaan op Isla Mujeres.

De rots van zes kilometer bij 700 meter heeft een, zeker voor Mexicaanse begrippen, minimaal aantal historische attracties. De vuurtoren wordt als zodanig beschouwd, evenals de Maya-tempel van Ixchel, die de geschiedenis en de invasies overleefde, maar in 1988 door de beruchte orkaan Gilbert vrijwel met de grond gelijk werd gemaakt.

Er is hoegenaamd niets te beleven op Isla Mujeres, wat het bijzonder aantrekkelijk maakt. Je kunt naar de kerk, die sinds kort een nieuw schreeuwend neon-kruis op de toren heeft. Soms is er kermis op de zócalo, waar de lokalen zich fanatiek op het tafelvoetbal storten en de kinderen in een mini-draaimolentje zetten. Het beste is het voorbeeld te volgen van de dorpsdokter, die tevreden op een krukje voor de deur zit te wachten op het onwaarschijnlijke moment dat er iets gebeurt.

Voor vertier moet je het water op of in. De grote trots van het eiland is het nationale park El Garrafón, een rif pal tegen de zuidpunt, waar je op je buik schuivend over het steen snorkelt in een ongemeen gevuld aquarium, dat wordt gedomineerd door de gestreepte pilotos, de arrogante visjes die in het Engels de toepasselijke naam sergeant-major dragen. Dan dien je wel de ochtenduren te gebruiken, want op het moment dat de boot uit Cancún arriveert, kun je tussen de Duitsers en Amerikanen op het rif geen vis meer onderscheiden.

Een beter idee is Carlos in de arm te nemen en met hem de zee op te gaan. Hij brengt je in een paar uur naar Isla Contoy, een natuurreservaat met een perfect strand en een grote vogelkolonie. De meer ervaren duikers mogen met Carlos naar de Grot van de Slapende Haaien, waarheen hij ook nog wel eens een cameraploeg begeleidt.

De grot ligt twintig meter onder water en werd ooit ontdekt door de jonge kreeftenvisser Válvula. Hij vond de plek waar de haaien aan de ene kant binnenzwemmen en aan de andere kant naar buiten, terwijl sommige van de vissen hier permanent bivakkeren. Válvula kwam boven met het opzienbarende nieuws dat de haaien in de grot met open ogen liggen te slapen, en daardoor volkomen ongevaarlijk zijn.

Válvula zelf mijdt de grot tegenwoordig, al werkt hij nog steeds als kreeftenvisser voor de coöperatie Patria y Progreso (Vaderland en Vooruitgang, het kan niet Mexicaanser). Carlos daarentegen is verslaafd aan de grot. Dat de haaien er ook werkelijk slapen, valt aan zijn gezicht niet af te lezen.

De reiscolumns van Cees Zoon verschijnen iedere veertien dagen.

Meer over